Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is medegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Limburg
Op 15 mei 2024 kocht koper een tweedehands BMW van verkoper. Kort na aankoop meldde koper problemen met de auto, waaronder hoog olieverbruik en oliezweet aan de carterpan. Verkoper voerde enkele herstelpogingen uit, maar de problemen bleven bestaan. Koper verzocht herhaaldelijk om herstel, maar verkoper is na ingebrekestelling niet meer tot reparatie overgegaan.
Koper vorderde € 2.480,- schadevergoeding voor herstelkosten bij een derde, maar heeft de auto niet daadwerkelijk laten repareren. De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 7:21 lid 6 BW Pro de koper pas kosten op de verkoper kan verhalen indien hij de auto door een derde laat herstellen, wat niet is gebeurd. Daarnaast stelde koper onvoldoende feiten om schade op grond van wanprestatie te bewijzen.
De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde koper in de proceskosten van € 542,50. De uitspraak bevestigt dat de stelplicht en feitelijke uitvoering van herstel door een derde essentieel zijn voor toewijzing van schadevergoeding bij consumentenkoop.
Uitkomst: Vordering schadevergoeding afgewezen wegens ontbreken herstel door derde en onvoldoende stelplicht.