Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2806

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000335754:B001
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 8 Regeling beloning curatoren bewindvoerders en mentorenArt. 5 Regeling beloning curatoren bewindvoerders en mentorenArt. 1 lid 2 Regeling beloning curatoren bewindvoerders en mentorenArt. 1:437 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling extra beloning niet-professionele bewindvoerder en mentor wegens uitzonderlijke omstandigheden

De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot herziening van de beloning van een niet-professionele bewindvoerder en mentor over het jaar 2025. De verzoekers voerden aan dat zij extra werkzaamheden hadden verricht die buiten het standaard takenpakket vielen, waaronder het voeren van een civiele procedure tegen een familielid die gelden van betrokkene zou hebben onttrokken.

De kantonrechter overwoog dat de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren in beginsel een forfaitaire beloning kent, maar ruimte biedt voor afwijking bij uitzonderlijke omstandigheden. De kantonrechter oordeelde dat het procederen namens betrokkene tegen een familielid en het verzamelen van bewijsstukken een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid vormde. Hoewel de verzoekers 100 tot 150 uur aan extra werkzaamheden hadden geschat, werd 50 uur als redelijk toegekend.

Voor de extra beloning werd een uurtarief vastgesteld op basis van een vergelijking tussen de forfaitaire beloning van professionele en niet-professionele bewindvoerders, resulterend in een bedrag van €2.107,23 bovenop de reguliere forfaitaire beloning van €1.593,-. Het verzoek tot een aparte beloning voor de mede-mentor werd afgewezen omdat de Regeling geen zelfstandig recht op beloning voor een tweede mentor kent.

De totale beloning voor 2025 werd vastgesteld op maximaal €3.700,23. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: De kantonrechter stelt de beloning van de niet-professionele bewindvoerder en mentor over 2025 vast op €3.700,23 en wijst het verzoek tot beloning voor de mede-mentor af.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Toezicht
Locatie Roermond
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000335754:B001
CBM-nummer
:
BM402413
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
27 maart 2026
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker 1] ,
[adres 1] , [woonplaats 1] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1964,
en
[verzoeker 2] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 2] 1965,
wonende te [woonplaats 2] , [adres 2] ,
hierna gezamenlijk: de verzoekers
met betrekking tot:
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 3] 1933,
wonende te [adres 3] , [woonplaats 3]
hierna te noemen: betrokkene.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 28 januari 2026;
  • nadere informatie, ontvangen op 1 februari 2026.
1.2.
Het verzoek is mondeling behandeld op 4 maart 2026.
Verschenen zijn:
  • dhr. [verzoeker 1] ;
  • dhr. [verzoeker 2] .

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Limburg van 22 maart 2024 zijn de goederen van de betrokkene onder bewind gesteld als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand. Daarnaast is ten behoeve van de betrokkene een mentorschap ingesteld bewind en mentorschap ingesteld.
2.2.
De heer [verzoeker 1] is tot bewindvoerder en mentor benoemd. De heer [verzoeker 2] is tot mentor benoemd.

3.De beoordeling

3.1.
Verzoekers vragen om:
1) de toegekende beloning van de bewindvoerder en mentor over 2025 te herzien
en;
2) naast de beloning van de bewindvoerder en mentor, een beloning van de benoemde mede-mentor toe te kennen.
3.2
Ter onderbouwing van de verzoeken wordt gesteld dat zij vele werkzaamheden hebben verricht die buiten het takenpakket van een bewindvoerder en mentor vallen. Deze werkzaamheden hebben te maken met een opgestarte civiele procedure namens betrokkene tegen hun broer (een zoon van betrokkene). Die procedure, waarvan het hoger beroep thans lopende is, heeft betrekking op het handelen van hun broer, die zich – volgens hen – gelden van betrokkene zou hebben toegeëigend. Zij hebben onder meer bewijsstukken moeten verzamelen, overleg gevoerd met de ingeschakelde advocaat en zittingen bijgewoond, en inhoudelijke zorgtaken op zich genomen. Deze werkzaamheden hebben ongeveer 100 tot 150 uur gekost.
Het verzoek tot herziening van de beloning over 2025
3.3.
De kantonrechter overweegt ten aanzien van het eerste verzoek als volgt.
3.3.1.
De kantonrechter begrijpt het verzoek als een verzoek om de beloning voor de niet professionele bewindvoerder en mentor op grond van artikel 5 juncto Pro artikel 1 lid 8 van Pro de Regeling beloning curatoren bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling) op andere wijze vast te stellen.
3.3.2.
In beginsel heeft de bewindvoerder en mentor recht op een forfaitair bedrag op basis van de Regeling. In het onderhavige geval wordt de jaarlijkse beloning van de benoemde bewindvoerder en mentor sedert 2024 vastgesteld op grond van artikel 5 juncto Pro artikel 1 lid 2 van Pro de Regeling.
3.3.3.
De wetgever heeft de kantonrechter echter ruimte gelaten om, op grond van artikel 1 lid 8 van Pro de Regeling, in het geval van ‘uitzonderlijke omstandigheden’ de beloning van de bewindvoerder op andere wijze vast te stellen en dus af te wijken van het forfaitaire karakter van de Regeling. Bij de toelichting van de Regeling omschrijft de wetgever dit als volgt:
“Indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, kan de kantonrechter door deze ingebouwde ‘noodklep’ bijvoorbeeld een hogere beloning toekennen dan door deze regeling wordt voorgeschreven. Naar aanleiding van reacties op de conceptregeling is de formulering gewijzigd van ‘bijzondere omstandigheden’ in ‘uitzonderlijke omstandigheden’, om te benadrukken dat niet te snel mag worden aangenomen dat van de regeling kan worden afgeweken.”
3.3.4.
Wat verstaan moet worden onder ‘uitzonderlijke omstandigheden’ wordt uit de toelichting niet duidelijk. Wel geeft de wetgever aan dat een extra beloning niet wordt toegekend als het gaat om standaardwerkzaamheden zoals (niet limitatief) het beheren van het vermogen, het contact hebben met instanties, het bijwonen van zittingen en het doen van belastingaangiften.
3.3.5.
De kantonrechter moet dus de vraag beantwoorden of er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die het toekennen voor een beloning op andere wijze rechtvaardigen. Het ligt op de weg van de bewindvoerder en mentor om toe te lichten waarom er ten aanzien van de niet-standaardwerkzaamheden sprake is van uitzonderlijke omstandigheden waarvoor een toekenning van een extra beloning gerechtvaardigd zou zijn. De lat voor afwijking van het forfaitaire beloningsysteem ligt, zoals uit het voorgaande blijkt, hoog.
3.3.6.
De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van een andere beloning rechtvaardigen. Het is zonder meer uitzonderlijk dat een bewindvoerder of mentor namens zijn moeder procedeert tegen een andere zoon van betrokkene. Puur gelet op de taak van de bewindvoerder (het vermogen beheren en vergroten waar mogelijk en verantwoord) zou dit tot standaardwerkzaamheden gerekend kunnen worden. In het onderhavige geval heeft de bewindvoerder echter in voldoende mate toegelicht dat het een tijdsintensieve klus is geweest om te reconstrueren welke gelden zijn broer aan het vermogen van betrokkene heeft onttrokken en het verzamelen van de daarbij behorende bewijsstukken, het in overleg met een advocaat opstarten van een civiele procedure en het in dat kader nodige te doen. De bewindvoerder zelf schat de door hem bestede tijd in dat kader op 100 tot 150 uur. De kantonrechter kan dat urenaantal aan de hand van het dossier niet verifiëren. De kantonrechter acht, gelet op de aard en het lange tijdsverloop waarin de werkzaamheden verricht zijn, redelijk dat 50 uur toegekend wordt als ‘extra beloning’.
De hoogte van de ‘extra beloning’
3.4.
De volgende vraag is ‘welke beloning correspondeert met 50 extra uren’.
3.4.1.
Deze vraag komt naar voren aangezien de forfaitaire beloning uit de Regeling voor de professionele bewindvoerder gebaseerd is op een uurtarief. Uit de toelichting blijkt:
‘Om tot forfaitaire beloningen te komen en in uitzonderlijke omstandigheden extra werkzaamheden te kunnen belonen, wordt een uurtarief gehanteerd’
Voor niet professionele bewindvoerders heeft de wetgever blijkens de toelichting van de Regeling echter niet gekozen voor een uurloon. Uit de toelichting blijkt:
‘Voor familievertegenwoordigers wordt geen uurtarief gehanteerd’.
3.4.2.
De kantonrechter zal voor de 50 uren ‘extra beloning’ een bedrag van 2.107,23 euro toekennen. De kantonrechter zal hierna inzichtelijk maken in hoe hij tot een dergelijk bedrag komt. De kantonrechter heeft de beloning van een van een niet professionele bewindvoerder en mentor vergeleken met de beloning van een professionele bewindvoerder en mentor en op basis daarvan een percentage berekend. De beloning waar verzoekers (als niet professionele bewindvoerder en mentor) nu recht op hebben is de beloning van artikel 5 juncto Pro artikel 1 lid 2 sub a van Pro de Regeling. De reguliere beloning van verzoekers bedraagt € 1.593. Voor een professionele bewindvoerder en mentor bedraagt de beloning € 2.933. De beloning van de verzoekers is dus 54.31% ten opzichte van die van een professionele bewindvoerder en mentor. Het uurtarief van de professionele bewindvoerder en mentor is vastgesteld op € 77,60 euro. Het ‘uurtarief’ van verzoekers zou dan, dienovereenkomstig, vastgesteld kunnen worden op 54,31 % daarvan, zijnde € 42,14. De kantonrechter zal het uurtarief van de verzoekers ten aanzien van de ‘extra beloning’ vaststellen op € 42,14 per uur. Aangezien er 50 ‘extra uren’ worden toegekend komt dit neer op een bedrag van € 2107,23. Dit bedrag komt bovenop de reguliere forfaitaire beloning van de bewindvoerder en mentor uit de Regeling van € 1.593,-. Het totale bedrag waar de verzoekers dus recht op hebben over 2025 is derhalve € 3700,23.
Het verzoek tot toekenning van een beloning aan de mede-mentor
3.5.
Ten aanzien van het tweede verzoek is de kantonrechter van oordeel dat een dergelijk verzoek op grond van de wet noch de Regeling mogelijk is. De wet maakt weliswaar mogelijk om een tweede bewindvoerder of mentor te benoemen (zie bijvoorbeeld artikel 1:437 BW Pro), maar de forfaitaire beloning uit de Regeling is bestemd voor één bewindvoerder of mentor. In het geval (zoals in deze zaak) dat één persoon tot bewindvoerder en mentor is benoemd, dan ontvangt deze via de schakelbepaling van artikel 5 uit Pro de Regeling een gecombineerde beloning. Als daarnaast een tweede mentor benoemd wordt, dan dient deze in overleg met de eerder genoemde bewindvoerder en mentor tot een verdeling van de beloning te komen. Er bestaat echter geen zelfstandig recht van de tweede mentor op een forfaitaire beloning. De kantonrechter zal dit verzoek dus afwijzen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
stelt de beloning van verzoekers over 2025 vast op een maximum van € 3.700,23.
4.2.
wijst het meer of anders gevraagde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. V.E.J. Noelmans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, L.W.H. Rademacher, op 27 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.