De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot herziening van de beloning van een niet-professionele bewindvoerder en mentor over het jaar 2025. De verzoekers voerden aan dat zij extra werkzaamheden hadden verricht die buiten het standaard takenpakket vielen, waaronder het voeren van een civiele procedure tegen een familielid die gelden van betrokkene zou hebben onttrokken.
De kantonrechter overwoog dat de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren in beginsel een forfaitaire beloning kent, maar ruimte biedt voor afwijking bij uitzonderlijke omstandigheden. De kantonrechter oordeelde dat het procederen namens betrokkene tegen een familielid en het verzamelen van bewijsstukken een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid vormde. Hoewel de verzoekers 100 tot 150 uur aan extra werkzaamheden hadden geschat, werd 50 uur als redelijk toegekend.
Voor de extra beloning werd een uurtarief vastgesteld op basis van een vergelijking tussen de forfaitaire beloning van professionele en niet-professionele bewindvoerders, resulterend in een bedrag van €2.107,23 bovenop de reguliere forfaitaire beloning van €1.593,-. Het verzoek tot een aparte beloning voor de mede-mentor werd afgewezen omdat de Regeling geen zelfstandig recht op beloning voor een tweede mentor kent.
De totale beloning voor 2025 werd vastgesteld op maximaal €3.700,23. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.