ECLI:NL:RBLIM:2026:2736

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
11702209 CV 25-2377 & 11893878 CV 25-4016
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens lekkage buiten opdracht badkamerrenovatie

De klant sloot op 24 mei 2024 een consumentenkoopovereenkomst met Sanidirect Weert BV en een aannemingsovereenkomst met Studio 129 BV voor de renovatie van zijn badkamer. Studio c.s. schakelden [installatiebedrijf] in voor de uitvoering. De badkamer werd naar tevredenheid opgeleverd, maar enkele weken later ontstond een lekkage in een leiding in het plafond van de benedenverdieping, buiten de badkamer.

De lekkage werd onderzocht en hersteld door [installatiebedrijf]. De klant vorderde vergoeding van herstelkosten en expertisekosten van Studio c.s., stellende dat er sprake was van een gebrek of onrechtmatige daad. De rechtbank oordeelde dat de lekkage niet binnen de opdracht viel, omdat de leiding zich buiten de badkamer bevond en niet zichtbaar was zonder destructief onderzoek. De klant had bij het verstrekken van de opdracht een ruimere renovatie moeten aangeven.

De rechtbank verwierp het beroep op een gebrek en onrechtmatige daad en stelde de klant in het ongelijk. Tevens werd geoordeeld dat de klant ongerechtvaardigd was verrijkt doordat Studio c.s. de herstelkosten aan [installatiebedrijf] hadden betaald. De klant werd veroordeeld tot betaling van deze kosten en de proceskosten. De vordering in de vrijwaring werd eveneens afgewezen.

Uitkomst: De vorderingen van de klant worden afgewezen omdat de lekkage buiten de opdracht viel en geen gebrek is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11702209 \ CV EXPL 25-2377 (hoofdzaak)
11893878 \ CV EXPL 25-4016 (vrijwaring)
Vonnis van 8 april 2026
in de hoofdzaak van
[de klant],
wonende te [plaats 1] , gemeente Maasgouw,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de klant] ,
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten,
tegen

1.STUDIO129 B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Weert,
2.
SANIDIRECT WEERT B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Weert,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: Studio c.s.,
gemachtigde: mr. B.T.G.M. Lamers.
en in de vrijwaringszaak van

1.STUDIO129 B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Weert,
2.
SANIDIRECT WEERT B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Weert,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: Studio c.s.,
gemachtigde: mr. B.T.G.M. Lamers,
tegen
[installatiebedrijf] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [installatiebedrijf] ,
gemachtigde: mr. M. Horstman
1. De procedure
in de hoofdzaak
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 april 2025;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, tevens conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
- de conclusie van antwoord in het incident;
- het incidentele vonnis van 27 augustus 2025;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 10 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
in de vrijwaringszaak
1.3.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 september 2025;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 10 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
Op 24 mei 2024 heeft [de klant] zowel een consumentenkoopovereenkomst als een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. De consumentenkoopovereenkomst is gesloten met Sanidirect Weert BV voor een bedrag van € 8.000,00 en de overeenkomst van aanneming van werk is gesloten met Studio 129 BV voor een bedrag van € 9.000,00. [de klant] heeft de volledige som aan Studio c.s. betaald.
2.2.
Het demonteren van de oude badkamer heeft [de klant] in eigen beheer uitgevoerd.
2.3.
Studio c.s. hebben [installatiebedrijf] ingeschakeld om de renovatiewerkzaamheden bij [de klant] uit te voeren. De uitvoering van de werkzaamheden heeft volledig plaatsgevonden door [installatiebedrijf] . Studio c.s. hebben zelf geen werkzaamheden uitgevoerd bij [de klant] .
2.4.
De badkamer op zichzelf is naar behoren en tevredenheid, zonder gebreken, opgeleverd. Het leidingwerk is bij oplevering uitvoerig getest door [installatiebedrijf] .
2.5.
Enkele weken (3 tot 6 – partijen verschillen hierover van mening) na oplevering van de badkamer is er een lekkage ontstaan in een horizontaal liggende leiding in het plafond van de benedenverdieping. Deze leiding ligt onder in het dek, dichter bij het plafond in de woonkamer dan bij de vloer van de badkamer. [installatiebedrijf] heeft in het kader van de renovatie niet aan die leiding gewerkt.
2.6.
[de klant] heeft een lekdetectie en een deskundigenonderzoek laten uitvoeren.
2.7.
[installatiebedrijf] heeft intensief gezocht naar het lek en is daarvoor meerdere keren ter plaatse geweest. Zekerheidshalve heeft [installatiebedrijf] het eerste deel van de leiding vervangen waarop hij de badkamer (‘zijn leiding’) had aangesloten. Deze werkzaamheden heeft [installatiebedrijf] verricht vanuit de benedenverdieping, waarvoor enkele plafondplaten zijn verwijderd. Dit loste de lekkage niet op.
2.8.
[installatiebedrijf] heeft vervolgens vanuit de benedenverdieping verder gezocht en het lek uiteindelijk gevonden en gerepareerd. [installatiebedrijf] heeft daartoe een deel van de bestaande leiding onder het betondek vervangen. Het deel van de leiding dat [installatiebedrijf] , met succes, heeft vervangen lag ongeveer 45 centimeter verwijderd van de bocht omhoog naar de badkamer. Vanuit de badkamer was het niet mogelijk deze plek te zien/onderzoeken.

3.Het geschil

in de hoofdzaak
in conventie
3.1.
[de klant] vordert - samengevat – Studio c.s. al dan niet hoofdelijk, te veroordelen tot betaling van de door de expert begrote herstelkosten van € 4.590,00, te vermeerderen met de kosten van het lekdetectierapport van € 465,85 en de kosten van het expertiserapport van € 1.125,30, een en ander steeds te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
3.2.
Studio c.s. voeren verweer. Studio c.s. concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [de klant] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de klant] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de klant] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
Studio c.s. vorderen - samengevat – [de klant] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.464,10, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van [de klant] in de proceskosten.
3.5.
[de klant] voert verweer. [de klant] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Studio c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Studio c.s., met veroordeling van Studio c.s. in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in de vrijwaring
3.7.
Studio c.s. vorderen – samengevat – [installatiebedrijf] te veroordelen tot al hetgeen waartoe Studio c.s. al dan niet hoofdelijk in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis, met veroordeling van [installatiebedrijf] in de kosten van het geding.
3.8.
[installatiebedrijf] voert verweer. [installatiebedrijf] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Studio c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Studio c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Studio c.s. in de kosten van deze procedure.
3.9.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in de hoofdzaak
in conventie
4.1.
Uit de processtukken als ook uit de verklaringen van [de klant] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling begrijpt de kantonrechter dat [de klant] primair stelt dat er sprake is van een gebrek in/aan het opgeleverde werk/de uitgevoerde werkzaamheden en subsidiair een beroep doet op een onrechtmatige daad (omdat dit zo letterlijk in de dagvaarding staat).
Geen gebrek in de uitgevoerde werkzaamheden
4.2.
[de klant] heeft om de aard, oorzaak en omvang van de lekkage en schade vast te stellen Advies- en Expertisebureau Jabjo ingeschakeld. Op de vraag aan de deskundige of kan worden vastgesteld dat er sprake is van gebreken aan het opgeleverde werk, antwoordt de deskundige dat er tijdens het onderzoek is vastgesteld dat er gebreken waren aan het bestaande leidingwerk (die inmiddels zijn hersteld), maar dat er geen sprake is van gebreken aan het opgeleverde werk zelf.
4.3.
Vast staat aldus dat het opgeleverde werk zelf geen gebreken vertoonde. De vraag is dan of het bestaande leidingwerk waarin uiteindelijk het lek bleek te zitten binnen de opdracht aan Studio c.s. viel. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord.
4.4.
De lekkage is ontstaan in een horizontaal liggende leiding net boven de plafondplaten (nr. 8.3. deskundigenrapport) op ongeveer 45 centimeter van de bocht omhoog naar de badkamer. Als onweersproken staat vast dat het beton rondom de leiding eerder al was weggekapt. Mogelijk is er dus al eerder aan de leiding gewerkt. [de klant] stelt niet met deze eerdere werkzaamheden bekend te zijn en kon daarom geen informatie verschaffen over de reden van het wegkappen van het beton rondom de leiding. De leiding waarin de lekkage is ontstaan, is bovendien enkel vanuit de benedenverdieping bereikbaar, na verwijdering van de plafondplaten. Naar het oordeel van de kantonrechter behoren werkzaamheden aan deze leiding dan ook niet tot de opdracht die [de klant] aan Studio c.s. heeft gegeven tot verbouwing van de badkamer.
4.5.
[de klant] stelt nog dat Studio c.s., gelet op de leeftijd van de woning en de leidingen, [de klant] had moeten waarschuwen en wijzen op de oude leidingen in het plafond van de benedenverdieping en daarmee op de kans op toekomstige lekkages. Overwogen wordt dat [de klant] als eigenaar en bewoner van de woning weet hoe oud zijn huis is. Indien [de klant] een grotere renovatie voor ogen had gestaan dan enkel de badkamer, dan had hij daar meteen bij het verstrekken van de opdracht aan Studio c.s. aandacht voor moeten vragen. Dit had dan ook meteen in de opdracht kunnen worden meegenomen. Het nu ingenomen standpunt van [de klant] volgend, zou van Studio c.s. verwacht hadden mogen worden dat deze, alvorens aan de renovatie van de badkamer op de eerste verdieping te beginnen, het plafond op de benedenverdieping zouden verwijderen om te onderzoeken of er mogelijk oude leidingen in het plafond op de benedenverdieping aanwezig waren. Dit voert natuurlijk te ver. Sanidirect c.s. hadden ook geen aanleiding om te vermoeden dat de bestaande leiding eventueel gebrekkig was. De bestaande leiding waar de lekkage in is ontstaan, was niet zichtbaar zonder destructief onderzoek. Er was voor aanvang van de werkzaamheden ook geen zichtbare lekkage of (gevolg)schade die op een gebrekkige leiding zou kunnen wijzen. Daarom was des te minder reden om destructief onderzoek te verrichten aan het bestaande leidingwerk. Naar het oordeel van de kantonrechter is in het geval van [de klant] sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De badkamer is naar behoren en tevredenheid gerenoveerd en enkele weken later is er ergens in de woning van [de klant] , niet zijnde in de badkamer, een lekkage ontstaan.
4.6.
Gelet op het voorgaande dient de vordering van [de klant] op de primaire grondslag te worden afgewezen.
4.7.
Subsidiair is de vordering gegrond op onrechtmatige daad. De onderbouwing van de vordering ziet enkel op de vertegenwoordiging van Studio c.s. tegenover [de klant] . Nu is geoordeeld dat geen sprake is van een gebrek in de uitvoering van de opdracht aan Studio c.s., kan deze discussie onbesproken blijven.
4.8.
[de klant] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Nu Studio c.s. door [de klant] in rechte zijn betrokken hebben zij zich genoodzaakt gevoeld [installatiebedrijf] als uitvoerend aannemer in vrijwaring op te roepen. De daarmee gemoeide kosten dienen naar het oordeel van de kantonrechter als nodeloos veroorzaakt te worden aangemerkt. [de klant] zal daarom tevens die kosten moeten dragen.
De proceskosten van Studio c.s. worden begroot op:
- salaris gemachtigde in de hoofdzaak
- vrijwaringskosten:
- griffierecht
- dagvaardingskosten
- salaris gemachtigde
720,00
543,00
148,04
720,00
(2 punt × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.275,04
in reconventie
4.9.
Studio c.s. vorderen in reconventie betaling door [de klant] van het bedrag dat Studio c.s. aan [installatiebedrijf] heeft betaald voor het herstel van de lekkage. [de klant] betwist dat hij hiervoor nog een bedrag verschuldigd is, nu Studio c.s. zelf aansprakelijk zijn voor de ontstane schade, [de klant] geen opdracht tot herstel aan [installatiebedrijf] heeft gegeven en hij evenmin een keuze heeft gehad bij de inschakeling van een herstelbedrijf.
4.10.
Zoals in conventie is geoordeeld viel de lekkage buiten de opdracht tot renovatie van de badkamer. Studio c.s. zijn niet aansprakelijk voor de (gevolg)schade. De lekkage aan de leiding in de woning van [de klant] is wel hersteld, terwijl [de klant] hiervoor niets heeft betaald. [de klant] is dan ook ongerechtvaardigd verrijkt, terwijl Studio c.s. ongerechtvaardigd zijn verarmd, nu zij de factuur van [installatiebedrijf] hebben betaald maar daarbij niet gebaat zijn.
4.11.
Het verweer van [de klant] dat hij geen inspraak heeft gehad in de persoon die de lekkage kwam herstellen en/of hij niet wist dat dat voor zijn rekening zou komen wordt verworpen. Op 27 september 2024 schrijft [installatiebedrijf] namelijk aan [de klant] :
“(…) Stel voor dat u de verzekering inschakelt om een lekdetectie uit te laten voeren om te kijken waar het water vandaan komt. Dit gebeurd dan op kosten van ongelijk, mocht het uiteindelijk wel van de badkamer afkomen van leidingwerk wat wij gemaakt hebben dan zal jou verzekering de mijne aansprakelijk stellen.
Zou u deze mail door kunnen sturen naar de verzekering, ik zal mijn verzekering vast op de hoogte stellen. (…)”.
Op 25 oktober 2024 schrijft [installatiebedrijf] :
“(…) Er is idd een lekkage maar wie er nu verantwoordelijk is kunnen we pas vaststellen als de lekkage ook daadwerkelijk gevonden is.
Jou verzekering geeft niet thuis, als ik mijn poot stijf wil houden komen we niet tot een oplossing.. Naar mijn mening had het hele verhaal allang opgelost kunnen zijn.
Maar om toch zo snel mogelijk tot een oplossing te komen wil ik het volgende voorstellen:
Wij komen bij akkoord op deze mail aankomende week jullie kant op om de lekkage op te sporen. (…)
Graag wil ik akkoord op deze mail, dat mocht de lekkage niet door mij komen ik mijn kosten kan verhalen.
Mocht de lekkage wel door mij komen kan jou verzekering de mijn aansprakelijk stellen. (…)”
4.12.
Uit deze e-mails blijkt duidelijk dat [installatiebedrijf] zich bereid toonde om de lekkage te zoeken en herstellen, onder de voorwaarde dat zijn kosten (bij ongelijk) gedekt waren. [installatiebedrijf] verbleef in afwachting van een akkoord van de zijde van [de klant] . Nu [installatiebedrijf] de lekkage één week na het bevestigingsverzoek heeft hersteld, mag aangenomen worden dat [de klant] uiteindelijk toestemming heeft gegeven voor de herstelwerkzaamheden door [installatiebedrijf] . Zou [installatiebedrijf] geen waarde hebben gehecht aan een akkoord, dan had hij wel (veel) eerder hersteld.
4.13.
Studio c.s. is verarmd, namelijk ten aanzien van het bedrag dat zij aan [installatiebedrijf] heeft betaald. [de klant] is met datzelfde bedrag verrijkt. De lekkage, waarvan hiervoor is geoordeeld dat die geen verband hield met de werkzaamheden van Studio c.s., moest verholpen worden. Doordat Studio c.s. [installatiebedrijf] heeft betaald, heeft [de klant] dat niet hoeven doen, terwijl de lekkage wel is verholpen. Er is geen rechtvaardiging waarom Studio c.s. die kosten zou moeten dragen, in haar (rechts)verhouding tot [de klant] .
4.14.
[de klant] heeft de hoogte van de door [installatiebedrijf] bij Studio c.s. in rekening gebrachte kosten niet betwist. Deze kosten komen de kantonrechter verder ook niet onredelijk voor, zodat [de klant] zal worden veroordeeld tot betaling van het door Studio c.s. aan [installatiebedrijf] betaalde bedrag van € 1.464,10, te vermeerderen met de wettelijke rente als gevorderd.
4.15.
[de klant] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Studio c.s. worden begroot op:
- salaris gemachtigde
253,00
(2 punten × 0,5 × € 253,00)
Totaal
253,00
4.16.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
in de vrijwaring
4.17.
Omdat de vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen, behoeft de vrijwaring geen aparte beoordeling meer en treft de vordering in de vrijwaring hetzelfde lot als de hoofdzaak en wordt zij afgewezen.
4.18.
Studio c.s. worden als de in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de kosten van deze vrijwaring aan de zijde van [installatiebedrijf] gevallen en tot heden begroot op € 720,00 (2 x tarief € 360,00).
4.19.
De door [installatiebedrijf] gevorderde nakosten worden, met inachtneming van de richtlijnen van het LOVCK, toegewezen op de hierna in het dictum te vermelden wijze.
4.20.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter
in de hoofdzaak
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [de klant] af,
5.2.
veroordeelt [de klant] in de proceskosten van € 2.275,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de klant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in reconventie
5.3.
veroordeelt [de klant] om aan Studio c.s. te betalen een bedrag van € 1.464,10, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 16 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [de klant] in de proceskosten van € 253,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de klant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in de vrijwaring
5.5.
wijst de vordering van Studio c.s. af,
5.6.
veroordeelt Studio c.s. in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Studio c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in alle zaken
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de hierin uitgesproken veroordelingen.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.