ECLI:NL:RBLIM:2026:2735
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Piëtte
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vereffenaarsloon en beoordeling betwiste erfbelastingvordering nalatenschap
Op 24 september 2019 is de erflater overleden zonder testament. Rijksvastgoedbedrijf is bij beschikking van 27 januari 2021 benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap. De onroerende zaak behorende tot de nalatenschap is verkocht en de overwaarde is gestort op de boedelrekening.
Rijksvastgoedbedrijf verzoekt de rechtbank om vaststelling van het vereffenaarsloon. Uit de stukken blijkt dat een bedrag van €2.337,00 aan zaakwaarneming is gedeclareerd en een correctie is gemaakt op een kennelijke telfout in de urenspecificatie. Uiteindelijk wordt het vereffenaarsloon vastgesteld op €6.104,75.
Hoewel Rijksvastgoedbedrijf stelt dat de vereffening is voltooid, is uit de rekening en verantwoording een betwiste vordering van de Belastingdienst ter zake erfbelasting van €36.251,00 gebleken. De kantonrechter oordeelt dat deze betwiste vordering niet strookt met de stelling dat de vereffening is afgerond en geeft Rijksvastgoedbedrijf de gelegenheid zich hierover uit te laten.
De kantonrechter wijst het meer of anders verzochte af en spreekt de beschikking uit op 24 maart 2026.
Uitkomst: Het vereffenaarsloon wordt vastgesteld op €6.104,75 en Rijksvastgoedbedrijf krijgt gelegenheid zich uit te laten over de betwiste erfbelastingvordering.