ECLI:NL:RBLIM:2026:270

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
11977159 EZ 25-473
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:221 lid 2 BWArt. 4:206 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vrijstelling en uitstel voor neerlegging rekening en verantwoording nalatenschap

De vereffenaar in de nalatenschap van een overledene heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend om vrijstelling van de verplichting tot het neerleggen van de rekening en verantwoording en uitdelingslijst, alsmede uitstel voor deze neerlegging. Hij stelde dat de activa van de nalatenschap voldoende zijn om alle bekende schulden te voldoen.

De kantonrechter overwoog dat op grond van artikel 4:221 lid 2 BW Pro een vereffenaar in beginsel vrijgesteld is van de neerleggingsplicht indien alle schulden volledig worden voldaan. Echter, omdat het loon van de vereffenaar nog niet was vastgesteld en hij geen verzoek tot loonvaststelling had ingediend zoals vereist volgens artikel 4:206 lid 3 BW Pro, kon niet worden aangenomen dat de boedel voldoende liquide was om alle schulden, inclusief het loon van de vereffenaar, te voldoen.

Daarom werd de vrijstelling niet van rechtswege toegekend en besloot de kantonrechter de termijn voor het neerleggen van de rekening en verantwoording en uitdelingslijst met zes maanden te verlengen vanaf 28 oktober 2025. Het overige verzoek werd afgewezen.

Uitkomst: De kantonrechter verlengt de termijn voor neerlegging van de rekening en verantwoording en uitdelingslijst met zes maanden en wijst het verzoek tot vrijstelling af.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 11977159 \ EZ VERZ 25-473
Beschikking van15januari 2026
in de zaak van
Mr. [verzoeker],
notaris te [plaats 1],
verzoeker,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Op 28 oktober 2025 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift van
mr. [verzoeker] waarin hij vrijstelling vraagt van de plicht top het neerleggen van de rekening en verantwoording en uitdelingslijst alsmede de openlijke bekendmaking daarvan,
alsook uitstel te verlenen voor deponering van de rekening en verantwoording en uitdelingslijst.
1.2.
Vervolgens heeft de kantonrechter beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
Verzoeker is bij beschikking van 3 juli 2024 van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[erflater], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972 en overleden te [plaats 2] op [datum] 2022. De laatste woonplaats van erflater was [plaats 3].
2.2
Na een verzoek daartoe van de vereffenaar heeft de kantonrechter bij beschikking van 4 juli 2025 (zaaknr 11660867 EZ VERZ 25-185) onder meer de termijn waarbinnen de vereffenaar de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst dient neer te leggen, verlengd met zes maanden vanaf 28 april 2025.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoeker vraagt de kantonrechter allereerst om hem vrij te stellen van de verplichting de eindrekening- en verantwoording en uitdelingslijst neer te leggen.
Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft verzoeker aangevoerd dat de activa voldoende zijn om alle bekende schulden te voldoen.
2.3.
De kantonrechter overweegt het volgende. In artikel 4:221 lid 2 BW Pro is bepaald dat een door de rechter benoemde vereffenaar geen rekening en verantwoording en uitdelingslijst hoeft neer te leggen, wanneer alle schulden ten volle worden voldaan, of wanneer de kantonrechter hem van deze neerlegging vrijstelt.
2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit dit artikel dat verzoeker, nu hij verklaart dat alle schulden ten volle worden voldaan, in beginsel van rechtswege is vrijgesteld van deze verplichting.
2.3.
In het verzoek geeft de vereffenaar aan dat zijn loon een bepaald bedrag beloopt.
Niet gebleken is echter dat verzoeker - ondanks een bericht van de griffier daarover - om vaststelling van zijn loon heeft verzocht, zoals art. 4: 206 lid 3 BW bepaalt. Nu het exacte loon van de vereffenaar nog niet is vastgesteld, kan niet zonder meer er van uitgegaan worden dat de boedel voldoende liquide is om alle schulden waaronder het loon van de vereffenaar te voldoen. Daarmee is nog niet duidelijk of verzoeker van rechtswege is vrijgesteld van de plicht om de rekening en verantwoording en uitdelingslijst neer te leggen ter griffie. Daarom zal de kantonrechter overgaan tot verlenging van de daarvoor bedoelde termijn.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verlengt de termijn waarbinnen de vereffenaar de rekening en verantwoording
en uitdelingslijst dient neer te leggen met zes maanden vanaf 28 oktober 2025,
3.2.
wijst - voor zoveel nodig - het meer of anders verzochte af.
Aldus gegeven door mr. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.