ECLI:NL:RBLIM:2026:2671

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
11892445 \ CV EXPL 25-3817
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Quaedackers
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:233 BWArt. 6:96 BWArt. 7:225 BWArt. 6:265 BW
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

Wonen Zuid verhuurt sinds 2015 een woning aan de huurder, die een aanzienlijke huurachterstand heeft opgebouwd. Eerder is de huurder al veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, maar hij betaalde vlak voor ontruiming alsnog. Vervolgens ontstond opnieuw een huurachterstand van meer dan drie maanden.

Wonen Zuid vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, incassokosten en gebruiksvergoeding. De huurder erkent de achterstand maar stelt deze te hebben ingelopen en voert persoonlijke omstandigheden aan tegen ontruiming.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding en ontruiming, mede gezien eerdere betalingsproblemen. De persoonlijke omstandigheden wegen niet zwaarder dan het belang van Wonen Zuid. De incassokosten worden afgewezen wegens een onredelijk beding in de algemene voorwaarden. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van rente en gebruiksvergoeding. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van wettelijke rente en gebruiksvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11892445 \ CV EXPL 25-3817
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
STICHTING WONEN ZUID,
te Roermond,
eisende partij,
hierna te noemen: Wonen Zuid,
gemachtigde: mr. W.V.J.M. Bonnie,
tegen
[huurder],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
gemachtigde: mr. B.A.L.H. Robijns.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 5,
- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2,
- de door Wonen Zuid overgelegde overzichten van de actuele huurachterstand,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Wonen Zuid verhuurt met ingang van 13 mei 2015 aan [huurder] een woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt inmiddels € 631,28 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
Bij vonnis van 30 november 2022 met zaaknummer 10187624 EXPL 22-4739 heeft de kantonrechter van de rechtbank Maastricht [huurder], onder meer veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde, betaling van een bedrag van € 2.087,22 aan achterstallige huur vermeerderd met de wettelijke rente en de huurovereenkomst ontbonden. [huurder] heeft twee dagen voorafgaand aan de ontruiming de vordering voldaan, waardoor Wonen Zuid de ontruiming niet ten uitvoer heeft gelegd.
2.3.
[huurder] heeft vervolgens opnieuw een huurachterstand laten ontstaan van in totaal
€ 2.176,15.
2.4.
Bij brief van 2 september 2025 heeft Wonen Zuid [huurder] gesommeerd om tot betaling van de huurachterstand over te gaan, waarbij [huurder] € 326,42 aan incassokosten in het vooruitzicht zijn gesteld als hij niet binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief zou betalen. [huurder] heeft niet betaald, waarna hij is gedagvaard.
2.5.
Na betekening van de dagvaarding heeft [huurder] de volgende betalingen aan Wonen Zuid verricht:
Datum
Bedrag
Beschrijving
29 september 2025
€ 631,28
Huur oktober 2025
20 oktober 2025
€ 631,28
Huur november 2025
27 oktober 2025
€ 2.176,15
Aflossing huurschuld

3.Het geschil

3.1.
Woonpunt vordert uitvoerbaar bij voorraad ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, betaling van € 2.176,15 aan huurachterstand, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 september 2025, € 394,97 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw), € 631,28 per maand aan huur/gebruikersvergoeding voor iedere maand vanaf
1 oktober 2025 tot het tijdstip van ontruiming en een veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Wonen Zuid legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder] in zijn verplichtingen als huurder tekort is geschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Wonen Zuid de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[huurder] voert verweer tegen de gevorderde ontbinding en ontruiming.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Huurachterstand
4.1.
[huurder] heeft erkend dat de huurachterstand tot en met september 2025 € 2.176,15 beliep. [huurder] heeft echter onweersproken gesteld, en met betalingsoverzichten onderbouwd, dat hij deze schuld inmiddels heeft ingelopen. Dit is op de mondelinge behandeling ook door Wonen Zuid erkend.
4.2.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het door Wonen Zuid gevorderde bedrag van € 2.176,15 dan ook afwijzen.
Rente
4.3.
Omdat [huurder] te laat is geweest met het betalen van de huurpenningen, zal de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 september 2025 (de dag van dagvaarding), als onweersproken, worden toegewezen.
Ontbinding en ontruiming
4.4.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter dat de huurder verplicht is om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Bij de beoordeling of een tekortkoming voldoende is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen moet het gewicht van de tekortkoming worden afgezet tegen het woonbelang van de huurder. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.5.
De vraag is of de tekortkoming van [huurder] voldoende ernstig is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand (meer dan) drie maanden. Deze huurachterstand is, ondanks het latere inlopen ervan, ernstig genoeg om de huurovereenkomst alsnog te ontbinden en het gehuurde te ontruimen, gelet op het feit dat er eerder een zeer aanzienlijke achterstand in de betaling van de huur is ontstaan die zelfs tot een ontbindingsvonnis heeft geleid, die tot aanzegging van de ontruiming heeft geleid en waarbij de achterstand pas twee dagen voor de ontruimingsdatum is ingelopen.
4.6.
[huurder] heeft aangevoerd dat ontruiming zal leiden tot dakloosheid, verlies van structuur en een ernstige terugval in zijn herstel. Daarnaast voert [huurder] aan dat met behulp van zijn begeleider bij [begeleiding] de situatie inmiddels is gestabiliseerd, hij de huurachterstand geheel heeft ingelopen en dat hij de lopende huurtermijnen sinds oktober op tijd voldoet. Deze omstandigheden samen maken, volgens hem, dat zijn belang bij het behoud van woonruimte zwaarder weegt dan het belang van Wonen Zuid bij de ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter is echter van oordeel dat het woonbelang van [huurder] onvoldoende opweegt tegen het belang van Wonen Zuid. De kantonrechter acht van belang dat [huurder], nadat hij door de kantonrechter te Maastricht in 2022 tot betaling van een huurachterstand te zijn veroordeeld, opnieuw een huurachterstand heeft laten ontstaan die is opgelopen tot een bedrag ter hoogte van wederom meer dan drie maanden huur. De door [huurder] aangevoerde financiële en persoonlijke omstandigheden, hoe vervelend ook, komen voor zijn rekening en risico en doen niet af aan het belang van Wonen Zuid om tijdig de beschikking te hebben over de huur. Daarnaast worden de tekortkomingen in het verleden niet weggenomen doordat [huurder] de huurachterstand inmiddels geheel heeft ingelopen en de lopende huurtermijnen sinds oktober op tijd voldoet. Dat de huurtermijnen aanzienlijk te laat betaald zijn kan immers niet meer ongedaan worden gemaakt. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de kantonrechter niet worden gezegd dat Wonen Zuid onredelijk handelt door de persisteren bij de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
4.7.
Verder merkt de kantonrechter op dat uit het dossier blijkt dat er op enig moment minderjarige kinderen in het gehuurde verbleven. [huurder] heeft echter aangegeven dat hij geen contact meer heeft met zijn kinderen, waaruit de kantonrechter opmaakt dat de kinderen op dit moment niet meer woonachtig zijn in het gehuurde.
4.8.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.9.
Op de mondelinge behandeling heeft Wonen Zuid toegezegd dat als [huurder] de lopende huur tijdig voldoet en zich verder netjes gedraagt, zij, gelet op de kwetsbare situatie van [huurder], niet tot ontruiming zal overgaan.
Huur/gebruiksvergoeding
4.10.
Wonen Zuid maakt ook aanspraak op betaling van een maandelijks bedrag van € 631,28, te rekenen vanaf de maand oktober 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal op de voet van artikel 7:225 BW Pro worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.11.
Wonen Zuid vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De overeenkomst bevat een incassokostenbeding in artikel 13.2 van de algemene voorwaarden. Het is een beding dat is bedoeld om in meerdere overeenkomsten te worden gebruikt en waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. Omdat [huurder] een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dit beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn). Het beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling (meer specifiek artikel 6:96 lid 5 BW Pro / het Besluit) die zonder dit beding (dwingend) zou gelden. Op basis van het beding bedragen de buitengerechtelijke incassokosten immers steeds 15% van de uit handen gegeven vordering. Het beding is daarom onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a, BW en oneerlijk in de zin van de Richtlijn. Wonen Zuid kan in dat geval geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dat volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. De gevorderde vergoeding van € 394,97 zal daarom worden afgewezen.
Proces- en nakosten
4.12.
[huurder] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wonen Zuid worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.201,95
Uitvoerbaar bij voorraad
4.13.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing ten uitvoer kan worden gelegd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres],
5.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken en de sleutels af te geven aan Wonen Zuid,
5.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Wonen Zuid de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 2.176,15 aan achterstallige huur, vanaf 22 september 2025 tot aan de dag van algehele voldoening,
5.4.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Wonen Zuid € 631,28 per maand vanaf oktober 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.5.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.201,95,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. Bisscheroux op 25 maart 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)