Uitspraak
1.[verweerder 1] ,
2.
[de executeur], in zijn hoedanigheid van executeur in de hierna te noemen nalatenschap, hierna te noemen de executeur,
1.De procedure
- verzoekster in persoon, bijgestaan door mr. Van de Laar,
- verweerders in persoon.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Op 27 maart 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven in een geschil over het stellen van een termijn voor de keuze tot aanvaarding of verwerping van een nalatenschap.
De verzoekster, moeder van de overleden erflater, had een geldlening verstrekt aan haar zoon met zekerheid in de vorm van een hypotheek en pandrecht op roerende zaken. De erflater was gehuwd met de verweerder, die tevens in het testament tot enig erfgenaam was benoemd en tevens executeur was. Verzoekster wilde duidelijkheid over de wijze van aanvaarding van de nalatenschap, omdat zij een vordering heeft en haar zekerheidsrechten wil effectueren.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek om een termijn te stellen alleen gericht kan worden tegen een erfgenaam en niet tegen de executeur. Het verzoek tegen de erfgenaam werd gegrond verklaard en een termijn van twee weken gesteld, ingaande na betekening en inschrijving in het boedelregister. De kantonrechter wees het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren af. Tevens werden toezeggingen van de executeur omtrent verkoop van het pand en informatieverstrekking aan kinderen van de erflater vastgesteld.
Uitkomst: De kantonrechter stelt een termijn van twee weken aan de erfgenaam voor het maken van een keuze over de aanvaarding van de nalatenschap en wijst het verzoek tegen de executeur af.