Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2667

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
12008453 \ EZ VERZ 25-499
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Lafghani
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:192 lid 2 BWArt. 4:192 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Termijnstelling voor keuze aanvaarding nalatenschap na overlijden met geldlening en hypotheek

Op 27 maart 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven in een geschil over het stellen van een termijn voor de keuze tot aanvaarding of verwerping van een nalatenschap.

De verzoekster, moeder van de overleden erflater, had een geldlening verstrekt aan haar zoon met zekerheid in de vorm van een hypotheek en pandrecht op roerende zaken. De erflater was gehuwd met de verweerder, die tevens in het testament tot enig erfgenaam was benoemd en tevens executeur was. Verzoekster wilde duidelijkheid over de wijze van aanvaarding van de nalatenschap, omdat zij een vordering heeft en haar zekerheidsrechten wil effectueren.

De kantonrechter oordeelde dat het verzoek om een termijn te stellen alleen gericht kan worden tegen een erfgenaam en niet tegen de executeur. Het verzoek tegen de erfgenaam werd gegrond verklaard en een termijn van twee weken gesteld, ingaande na betekening en inschrijving in het boedelregister. De kantonrechter wees het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren af. Tevens werden toezeggingen van de executeur omtrent verkoop van het pand en informatieverstrekking aan kinderen van de erflater vastgesteld.

Uitkomst: De kantonrechter stelt een termijn van twee weken aan de erfgenaam voor het maken van een keuze over de aanvaarding van de nalatenschap en wijst het verzoek tegen de executeur af.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12008453 \ EZ VERZ 25-499
Beschikking van 27 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. R.H.L. van de Laar,
tegen

1.[verweerder 1] ,

wonende te [plaats 2] , hierna te noemen [verweerder 1] ,
2.
[de executeur], in zijn hoedanigheid van executeur in de hierna te noemen nalatenschap, hierna te noemen de executeur,
wonende te [plaats 2] ,
verweerders,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 9 december 2025 ontvangen verzoekschrift
- de op 17 februari 2026 van verzoekster ontvangen bijlage.
1.2.
Op 27 februari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
  • verzoekster in persoon, bijgestaan door mr. Van de Laar,
  • verweerders in persoon.
1.3.
Vervolgens is beschikking bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op [datum] 2025 is in de gemeente Maastricht overleden de heer [erflater] (hierna: erflater), geboren te [plaats 1] op [geboortedag] 1966. Erflater had zijn laatste woonplaats in [plaats 2] . Erflater was op dat moment gehuwd met [verweerder 1] .
2.2.
Erflater is de zoon van verzoekster.
2.3.
Verzoekster heeft met erflater op 18 augustus 2022 een overeenkomst van geldlening gesloten, waarbij zij aan erflater een geldlening heeft verstrekt van € 222.308,14.
Tot zekerheid van nakoming van de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit deze geldleningsovereenkomst heeft erflater, eveneens op 18 augustus 2022, ten overstaan van notaris mr. [notaris 1] , een recht van eerste hypotheek verstrekt aan verzoekster ten bedrage van € 222.308,14 (vermeerderd met eventuele verschuldigde rente, boete en kosten). Daarnaast heeft erflater tot gelijke zekerheid als waarvoor het recht van hypotheek is gevestigd de in de notariële akte genoemde roerende zaken verpand.
2.4.
Het recht van hypotheek is gevestigd op het volgende registergoed:
- een praktijkruimte met bovenwoning, ondergrond en verdere aanhorigheden, gelegen te [adres] , kadastraal bekend [kadastrale aanduiding] ter grootte van 2 are en 45 centiare, in eigendom van erflater.
2.5.
In de notariële akte is onder andere bepaald dat hetgeen uit hoofde van de overeenkomst van geldlening is verschuldigd, onder andere direct opeisbaar is bij overlijden van de schuldenaar (erflater).
2.6.
Erflater heeft bij testament van 3 augustus 2023, verleden voor mr. [notaris 2] , notaris te [plaats 3] , [verweerder 1] benoemd tot zijn enig en algeheel erfgenaam. Hij heeft zijn kinderen en hun afstammelingen uitgesloten als erfgenaam in zijn nalatenschap.
2.7.
In voornoemd testament heeft erflater de zoon van [verweerder 1] tot executeur benoemd. De executeur heeft zijn benoeming aanvaard.
2.8.
De executeur heeft erkend dat verzoekster uit hoofde van de overeenkomst van geldlening een vordering heeft op de nalatenschap.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Verzoekster verzoekt de kantonrechter om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan verweerders een termijn te stellen waarbinnen zij een beslissing moeten nemen over de wijze waarop zij de nalatenschap van erflater aanvaarden (of verwerpen).
3.2.
Aan het verzoek heeft verzoekster - kort gezegd - het volgende ten grondslag gelegd. Verzoekster heeft een (forse) vordering op de nalatenschap en wil nu toch graag weten jegens wie zij de executie van haar zekerheidsrechten kan uitoefenen. Zij heeft zich reeds diverse malen tot verweerder sub 2 in zijn hoedanigheid van executeur gewend en gevraagd of [verweerder 1] inmiddels een keuze heeft uitgebracht, maar tot op heden is dit nog steeds niet gebeurd.
3.3.
[verweerder 1] en de executeur hebben ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verweer gevoerd. Dat verweer komt in de kern erop neer dat het stellen van een termijn niet nodig is, omdat [verweerder 1] binnen twee maanden een keuze zal maken ten aanzien van de aanvaarding van de nalatenschap.

4.De beoordeling

4.1.
In artikel 4: 192 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is het volgende bepaald:
‘Indien een erfgenaam zijn keuze nog niet heeft gedaan, kan de kantonrechter hem daarvoor op verzoek van een belanghebbende een termijn stellen, die ingaat op de dag nadat de belanghebbende deze beschikking aan de erfgenaam heeft doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening heeft doen inschrijven in het boedelregister. (…)’
4.2.
Uit dit artikel volgt dat een dergelijk verzoek alleen kan worden gericht tegen een erfgenaam. De executeur is geen erfgenaam. Het verzoek voor zover dit is gericht tegen de executeur vindt geen steun in de wet en zal daarom worden afgewezen.
4.3.
Dit ligt anders voor zover het verzoek is gericht tegen [verweerder 1] . Het verzoek is op de wet gegrond. Verzoekster heeft belang bij het stellen van een termijn aangezien, hoewel inmiddels een jaar is verstreken na het overlijden van erflater, tot nu toe niet duidelijk is of en zo ja op welke manier (zuiver of beneficiair) [verweerder 1] de nalatenschap aanvaardt. Verzoekster heeft als schuldeiser van de nalatenschap belang erbij om op korte termijn duidelijkheid hierover te verkrijgen, aangezien een en ander van invloed is op haar verhaalsmogelijkheden. [verweerder 1] heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling weliswaar verklaard dat zij voornemens is de nalatenschap zuiver te aanvaarden en dat zij deze keuze binnen twee maanden zal maken, maar de kantonrechter is niet ervan overtuigd dat [verweerder 1] op dit punt een harde toezegging heeft willen doen die zij ook zal nakomen. Bij deze stand van zaken acht de kantonrechter het belang van verzoekster bij het stellen van een termijn onverminderd aanwezig.
4.4.
De kantonrechter acht het redelijk om aan [verweerder 1] een termijn van twee weken te stellen, waarbinnen zij een keuze ten aanzien van de nalatenschap dient te maken. Tijdens de mondelinge behandeling is namelijk gebleken dat de executeur de omvang en samenstelling van de nalatenschap heeft geïnventariseerd en dat [verweerder 1] , die goed contact heeft met de executeur, hiervan op de hoogte moet zijn. Zij is dus in staat om binnen deze termijn een weloverwogen keuze te maken over de vraag of en zo ja op welke manier zij de nalatenschap aanvaardt. Deze termijn zal ingaan op de dag nadat verzoekster deze beschikking aan [verweerder 1] heeft doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening heeft doen inschrijven in het boedelregister.
4.5.
De kantonrechter wijst [verweerder 1] erop dat als zij de gestelde termijn van twee weken laat verlopen zonder een keuze te hebben gemaakt, zij geacht wordt de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard (artikel 4:192 lid 3 BW Pro).
4.6.
Het verzoek om deze beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat alleen cassatie in het belang der wet open. Verzoekster heeft daarom geen belang erbij dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
4.7.
Ten overvloede stelt de kantonrechter vast dat de executeur ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft toegezegd dat hij binnen één week na 27 februari 2026 aan makelaar [makelaar] te [plaats 3] opdracht zal geven voor het in de verkoop doen plaatsen van het pand staande en gelegen aan de [plaats 3] , teneinde de vordering van verzoekster op de nalatenschap uit de verkoopopbrengst van het pand te voldoen. Daarnaast stelt de kantonrechter vast dat de executeur heeft toegezegd dat hij aan de beide kinderen van erflater - [persoon 1] en [persoon 2] - binnen drie weken na 27 februari 2026 een boedelbeschrijving met onderliggende stukken zal sturen, zodat de kinderen de omvang van hun legitieme portie kunnen berekenen. De kantonrechter gaat ervan uit dat de executeur de door hem gedane toezeggingen zal nakomen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
stelt [verweerder 1] een termijn van twee weken voor het maken van een keuze ter zake het wel of niet aanvaarden van de nalatenschap en in geval van aanvaarding ter zake de manier waarop die aanvaarding plaatsvindt, die ingaat op de dag nadat verzoekster deze beschikking aan [verweerder 1] heeft doen betekenen en de beschikking onder vermelding van de gedane betekening heeft doen inschrijven in het boedelregister,
5.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Lafghani en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.