Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- [werknemer] in het bezit is van een verblijfsvergunning tot 1 augustus 2025;
- [werknemer] recht heeft op een zoekperiode van drie maanden na 1 mei 2025;
- Nu het einde van de zoekperiode en het einde van de verblijfsvergunning samenvallen, de IND de verblijfsvergunning niet zal intrekken;
- [werknemer] na het verloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning een vrije verblijfstermijn van 90 dagen heeft.
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling van het verzoek
geenredelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.
- Er is een aparte arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht met [werknemer] gesloten. Hadden partijen niet meer dan een tijdelijke detachering vanuit ‘Engeland’ beoogd, dan was dat niet nodig geweest;
- Deze arbeidsovereenkomst is niet gesloten voor bepaalde tijd (bijvoorbeeld voor de looptijd van de verblijfsvergunning) maar voor onbepaalde tijd;
- In de arbeidsovereenkomst hebben partijen onder andere afgesproken:
een onderdeelvan de onderneming (voor de volledigheid, [werknemer] is langer dan 26 weken hier werkzaam). Zie artikel 7:670a lid 3 sub b BW. De toelichting daarbij is dat, nu de onderneming haar activiteiten niet beëindigt, het belangrijk is dat het bedrijf zich zoveel mogelijk inspant om de zieke werknemer te re-integreren en elders te herplaatsen. En in ieder geval wordt hierdoor voorkomen dat de zieke werknemer tijdens zijn ziekte belast wordt met (de gevolgen van) een ontslagprocedure.