Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
2.De feiten
Tot de kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden evenwel niet gerekend premies van levens- en ongevallenverzekeringen. Deze komen ten laste van degene die deze verschuldigd is jegens de verzekeraar.’
F. Verdeling
K. Legitieme
3.Het geschil
- te verklaren voor recht dat de legitieme portie € 56.087,76 bedraagt;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 56.031,67, zijnde 999/1000ste deel van de legitieme portie, dan wel (subsidiair) [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 2.602,00, zijnde de door [eiseres] betaalde erfbelasting. [eiseres] vordert bovendien de wettelijke rente over de primaire, dan wel subsidiaire vordering vanaf datum vonnis;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.320,95;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de proceskosten.
4.De beoordeling
Een erflater kan aan een uiterste wilsbeschikking (…) de voorwaarde verbinden dat de vordering van een legitimaris,voor zover deze ten laste zou komen van de echtgenoot, eerst opeisbaar is na diens overlijden.’
5.De beslissing
woensdag 15 april 2026om [gedaagde] in de gelegenheid te stellen bij akte informatie in het geding te brengen en zich uit te laten zoals vermeld onder r.o. 4.9, waarna [eiseres] op de rol van vier weken daarna bij akte daarop kan reageren,