Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
4.
[gedaagde 4],
1.De procedure
- het antwoord van [gedaagden] met een tegenvordering
- de akte overlegging producties en conclusie van antwoord in reconventie van Proximedia
Rechtbank Limburg
Partijen sloten op 16 april 2019 een overeenkomst waarbij Proximedia een mini website zou maken en een Google AdWords campagne zou beheren voor [gedaagden]. Deze overeenkomst werd in april 2020 verlengd met een looptijd van 36 maanden. [gedaagden] stelde de overeenkomst op 9 januari 2023 te hebben opgezegd, maar Proximedia ontving deze opzegging niet tijdig, waardoor de overeenkomst stilzwijgend met een jaar werd verlengd tot 8 april 2024.
Proximedia leverde de mini website en maakte het mogelijk oproepen te ontvangen en traceren, wat werd bevestigd door bewijs van websitebezoeken en ingevulde contactformulieren tot en met april 2024. Voor de Google AdWords campagne kon Proximedia alleen aantonen dat deze tot 1 mei 2023 werd ingekocht; daarna ontbrak bewijs van levering. Daarom werd alleen betaling voor de periode tot 1 mei 2023 toegewezen.
[gedaagden] had facturen niet volledig betaald en vorderde een terugbetaling wegens vermeende niet geleverde diensten, maar deze tegenvordering werd afgewezen. De kantonrechter veroordeelde [gedaagden] tot betaling van € 1.450,50 plus wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, en tot vergoeding van de proceskosten van Proximedia. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagden] tot betaling van € 1.450,50 met rente en kosten, en wijst de tegenvordering af.