ECLI:NL:RBLIM:2026:2385

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11988801 \ CV EXPL 25-5422
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:37 lid 3 BWArt. 6:119a BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst mini website en Google AdWords campagne met discussie over opzegging en geleverde diensten

Partijen sloten op 16 april 2019 een overeenkomst waarbij Proximedia een mini website zou maken en een Google AdWords campagne zou beheren voor [gedaagden]. Deze overeenkomst werd in april 2020 verlengd met een looptijd van 36 maanden. [gedaagden] stelde de overeenkomst op 9 januari 2023 te hebben opgezegd, maar Proximedia ontving deze opzegging niet tijdig, waardoor de overeenkomst stilzwijgend met een jaar werd verlengd tot 8 april 2024.

Proximedia leverde de mini website en maakte het mogelijk oproepen te ontvangen en traceren, wat werd bevestigd door bewijs van websitebezoeken en ingevulde contactformulieren tot en met april 2024. Voor de Google AdWords campagne kon Proximedia alleen aantonen dat deze tot 1 mei 2023 werd ingekocht; daarna ontbrak bewijs van levering. Daarom werd alleen betaling voor de periode tot 1 mei 2023 toegewezen.

[gedaagden] had facturen niet volledig betaald en vorderde een terugbetaling wegens vermeende niet geleverde diensten, maar deze tegenvordering werd afgewezen. De kantonrechter veroordeelde [gedaagden] tot betaling van € 1.450,50 plus wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, en tot vergoeding van de proceskosten van Proximedia. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagden] tot betaling van € 1.450,50 met rente en kosten, en wijst de tegenvordering af.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11988801 \ CV EXPL 25-5422
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V., h.o.d.n. BeUp en MKB Clickservice CLICKSERVICE,
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Proximedia,
gemachtigde: PUURNouta,
tegen

1.[gedaagde 1] B.V.,

te [plaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats] ,
3.
[gedaagde 3],
te [plaats] ,
4.
[gedaagde 4],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van Proximedia
- het antwoord van [gedaagden] met een tegenvordering
- de akte overlegging producties en conclusie van antwoord in reconventie van Proximedia
- de brief van 6 januari 2026 waarin de beslissing is meegedeeld dat een mondelinge behandeling zal plaatsvinden
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2026
- de akte overleggen productie van Proximedia
- de antwoordakte van [gedaagden]
1.2.
Tot slot is bepaald dat uitspraak zal worden gedaan.

2.De vorderingen van Proximedia en het verweer daartegen van [gedaagden]

2.1.
Proximedia voert aan dat zij een overeenkomst heeft gesloten met [gedaagden] Proximedia zou voor [gedaagden] een mini website maken, zij zou het mogelijk maken om telefoonoproepen te ontvangen en te traceren en zij zou een campagne maken en beheren bij Google AdWords. [gedaagden] zou voor die werkzaamheden en diensten betalen.
2.2.
Volgens Proximedia zijn de werkzaamheden en diensten uitgevoerd. Zij heeft facturen gestuurd, maar [gedaagden] heeft die niet allemaal betaald. Bovendien is de overeenkomst tussentijds beëindigd terwijl de looptijd nog niet voorbij was. Op grond van de overeenkomst moet [gedaagden] daarom 40% van de nog resterende termijnen betalen.
2.3.
Proximedia vordert daarom kort gezegd dat [gedaagden] wordt veroordeeld om de facturen, 40% van de resterende termijnen, buitengerechtelijke kosten en rente te betalen. Het gaat om een totaalbedrag van € 2.370,07. Over dat bedrag moet vanaf het moment van dagvaarden ook wettelijke handelsrente worden vergoed. Tot slot vordert Proximedia dat [gedaagden] wordt veroordeeld om aan Proximedia de proceskosten te vergoeden.
2.4.
[gedaagden] is het niet eens met de vorderingen van Proximedia. [gedaagden] voert aan dat zij de overeenkomst op tijd heeft opgezegd, zodat zij niets meer aan Proximedia is verschuldigd. Bovendien heeft [gedaagden] verschillende keren aan Proximedia gevraagd om aan te tonen dat zij de Google AdWords campagne heeft gemaakt en beheerd. Dat bewijs heeft [gedaagden] nooit gekregen. Proximedia heeft dus volgens [gedaagden] niet alle afgesproken diensten verleend.

3.De vorderingen van [gedaagden] en het verweer daartegen van Proximedia

3.1.
[gedaagden] voert aan dat zij te veel heeft betaald toen de overeenkomst nog bestond. Volgens [gedaagden] is namelijk door Proximedia nooit een bewijs overgelegd dat daadwerkelijk een Google AdWords campagne is gemaakt of beheerd. [gedaagden] heeft wel telkens gevraagd om bewijs daarvan, maar heeft dat bewijs nooit ontvangen.
3.2.
[gedaagden] stelt daarom een tegenvordering in tegen Proximedia. [gedaagden] vordert de helft van wat zij aan Proximedia heeft betaald terug. Het gaat om een bedrag van € 3.500,00.
3.3.
Proximedia is het niet eens met de tegenvordering van [gedaagden] Volgens Proximedia heeft [gedaagden] nooit eerder om bewijs gevraagd. Verder heeft Proximedia aan al haar verplichtingen voldaan. Als bewijs daarvan heeft Proximedia een aantal uitdraaien overgelegd waarop volgens haar te zien is dat zij wel degelijk alle diensten heeft verleend.

4.De feiten

4.1.
De kantonrechter gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten. Over deze feiten zijn partijen het eens, of de feiten zijn door één partij aangevoerd en de andere partij heeft er niet op gereageerd.
4.2.
Partijen hebben op 16 april 2019 een overeenkomst gesloten. Deze had een looptijd van 24 maanden. De overeenkomst hield in dat Proximedia een landingspagina/mini website zou maken, dat zij het mogelijk zou maken dat [gedaagden] oproepen kan ontvangen en traceren en dat Proximedia een Google AdWords campagne zou maken en beheren. [gedaagden] zou € 90,00 inclusief btw aan opstartkosten vergoeden. Daarnaast moest [gedaagden] € 229,90 inclusief btw per maand betalen en is daar bovenop een maandbudget van € 36,30 inclusief btw afgesproken voor Google AdWords.
4.3.
Op 9 april 2020 hebben partijen een nieuwe overeenkomst gesloten ter vervanging van de overeenkomst van 16 april 2019. De nieuwe overeenkomst had een looptijd van 36 maanden. De door Proximedia te leveren diensten en het budget voor Google AdWords zijn in de nieuwe overeenkomst niet aangepast. De door [gedaagden] verschuldigde maandbijdrage is wel aangepast. Die is van € 229,90 inclusief btw per maand verlaagd naar € 181,50 inclusief btw per maand.
4.4.
Tijdens een bezoek van een medewerker van Proximedia aan [gedaagden] op 28 maart 2023 heeft [gedaagden] meegedeeld dat hij de overeenkomst al op 9 januari 2023 heeft opgezegd.
4.5.
Proximedia heeft verschillende facturen gestuurd. In de periode mei 2023 tot en met januari 2024 zijn een aantal facturen niet door [gedaagden] betaald. Het gaat om een totaalbedrag van € 1.524,60 dat wel is gefactureerd, maar dat niet is betaald.

5.De beoordeling

5.1.
De vorderingen van Proximedia en [gedaagden] over en weer hangen zodanig met elkaar samen, dat de kantonrechter de vorderingen hierna samen zal beoordelen.
Is de overeenkomst door [gedaagden] opgezegd?
5.2.
[gedaagden] voert aan dat zij de overeenkomst op 9 januari 2023 heeft opgezegd. Dit heeft zij gedaan met een aangetekend schrijven, maar het verzendbewijs heeft zij niet meer. Volgens [gedaagden] is wel nog in februari 2023 een medewerker van Proximedia op bezoek gekomen naar aanleiding van de opzegging. Ook op 28 maart 2023 zou een medewerker van Proximedia zijn langsgekomen om toch nog een verlenging van de overeenkomst te bespreken. Proximedia betwist dat zij de opzegging van 9 januari 2023 heeft ontvangen. Proximedia betwist ook dat een medewerker in februari 2023 bij [gedaagden] op bezoek is geweest.
5.3.
In de wet is opgenomen dat een verklaring pas resultaat heeft als die verklaring de ander heeft bereikt. [1] In dit geval kan niet worden vastgesteld dat de opzegging van 9 januari 2023 door Proximedia is ontvangen. Maar zelfs als ervan wordt uitgegaan dat Proximedia de opzegging wel heeft ontvangen, dan is de opzegging te laat gedaan. De opzegging is namelijk op zijn vroegst op 10 januari 2023 ontvangen. In de overeenkomst is opgenomen dat de overeenkomst uiterlijk drie maanden voor het einde van de looptijd moet worden opgezegd. De overeenkomst is op 9 april 2020 gesloten en had een looptijd van drie jaar. De laatste dag van de overeenkomst was dus 8 april 2023. De uiterste datum waarop de opzegging door Proximedia moest zijn ontvangen, was dus 8 januari 2023.
5.4.
Omdat de overeenkomst niet op tijd is opgezegd, wordt zij stilzwijgend verlengd met een jaar. Dat staat in artikel 8.4 van de overeenkomst. De overeenkomst liep dus tot en met 8 april 2024. [gedaagden] moest daarom in beginsel ook de maandelijkse termijnen betalen tot en met die datum. Dat zou alleen anders zijn als Proximedia de overeengekomen diensten niet gedurende de hele periode heeft geleverd.
Heeft Proximedia de diensten geleverd die zij moest leveren?
5.5.
Volgens [gedaagden] heeft Proximedia de website in maart 2023 offline gehaald. Volgens Proximedia is de website tot en met april 2024 bereikbaar geweest.
5.6.
Proximedia heeft als productie 18 een schermafdruk overgelegd waaruit volgt dat mensen het contactformulier van de website van [gedaagden] hebben ingevuld. De afdruk laat zien dat in ieder geval tot en met 25 maart 2024 mensen het contactformulier hebben ingevuld. Uit productie 19 van Proximedia blijkt dat de website van [gedaagden] ook nog tot in ieder geval mei 2024 bezoekers ontving. Uit deze stukken volgt dat de website van [gedaagden] bereikbaar was tot en met het einde van de overeenkomst in april 2024. De kantonrechter heeft geen aanleiding om aan te nemen dat de overgelegde stukken zijn gefingeerd. [gedaagden] heeft ook geen stukken overgelegd waaruit zou volgen dat de website toch eerder offline is gehaald. Gelet hierop oordeelt de kantonrechter dat [gedaagden] tot en met 8 april 2024 heeft voldaan aan haar verplichting om een website te maken en de mogelijkheid te bieden om oproepen te ontvangen en te traceren (althans: contactgegevens van potentiële klanten vast te leggen).
5.7.
[gedaagden] Proximedia heeft als productie 20 een bewijsstuk overgelegd waaruit volgt dat zij tot 1 mei 2023 een Google Adscampagne heeft afgenomen. Van de periode na 1 mei 2023 kan Proximedia geen gegevens overleggen, aldus Proximedia. Proximedia heeft wel een aantal keer gevraagd om bewijs dat de Google Adscampagne ook daadwerkelijk werd ingekocht. Uit de overgelegde stukken blijkt slechts dat de campagne is ingekocht tot 1 mei 2023. Voor de periode daarna blijkt dat niet. Omdat niet is gebleken dat Proximedia aan haar verplichting heeft voldaan om een Google Adscampagne in te kopen en dit niet meer hersteld kan worden, kan Proximedia geen aanspraak maken op de kosten voor een Google Adscampagne in de periode vanaf 1 mei 2023 tot en met 8 april 2024.
5.8.
Voor de periode tot 1 mei 2023 staat voldoende vast dat Proximedia een campagne bij Google heeft ingekocht ten behoeve van [gedaagden] Uit productie 20 blijkt dat de kosten vanaf het begin van de overeenkomst tot en met april 2023 in totaal € 1.429,82 bedragen. Dit totaalbedrag komt overeen met het bedrag dat maandelijks in rekening is gebracht bij [gedaagden] in de periode vanaf mei 2019. Daartegenover heeft [gedaagden] te weinig gesteld om te twijfelen aan de juistheid van de schermafdrukken die Proximedia heeft overgelegd. De kantonrechter acht het daarom niet nodig dat aanvullend aan die schermafdrukken nog facturen worden overgelegd door Proximedia.
Wat moet [gedaagden] betalen?
5.9.
Hiervoor is geoordeeld dat Proximedia terecht facturen heeft gestuurd voor een deel van haar dienstverlening. Alleen de facturen voor de Google Adscampagne vanaf 1 mei 2023 zijn onterecht gestuurd. Voor die campagne gaat het volgens de overeenkomst om een bedrag van € 36,30 inclusief btw per maand. In de periode vanaf 1 mei 2023 is dit maandelijkse bedrag zeven keer gefactureerd. Het deel van de vordering dat op die bedragen ziet, wordt afgewezen. Het gaat om een totaalbedrag van (7 x € 36,30 =) € 254,10. Voor het overige zijn de facturen wel terecht verstuurd en kan [gedaagden] worden veroordeeld tot betaling daarvan. Het gaat om een toe te wijzen bedrag van € 1.450,50 dat als volgt is berekend:
- facturen tot en met januari 2024
(randnummer 9 van de dagvaarding)
1.524,60
- 40% over de laatste drie maanden van de overeenkomst
(randnummer 15 van de dagvaarding)
180,00
- onterecht gefactureerd
(zoals berekend in deze overweging)
-/- €
254,10
Totaal
1.450,50
5.10.
Proximedia vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. In de overeenkomst (artikel 7) is opgenomen dat die vergoeding verschuldigd is en dat zij 15% van de hoofdsom bedraagt. Gelet op de toe te wijzen hoofdsom (€ 1.450,50), bedragen de buitengerechtelijke incassokosten € 217,57.
5.11.
De door Proximedia gevorderde vergoeding van wettelijke handelsrente kan worden toegewezen. In dit geval is sprake van een handelsovereenkomst zoals bedoeld in de wet. [2] Beide partijen zijn namelijk bedrijven en de tussen hen gesloten overeenkomst houdt in dat Proximedia diensten verleend waar [gedaagden] voor moet betalen. Omdat [gedaagden] een deel van de facturen niet op tijd heeft betaald, is zij in verzuim en moet zij rente betalen. De ingangsdatum van de rente verschilt per factuur en begint per factuur telkens op de dag nadat de betaaltermijn van die factuur is verstreken. De wettelijke handelsrente wordt daarom toegewezen zoals hierna bij ‘De beslissing’ wordt weergegeven.
5.12.
Over de buitengerechtelijke kosten zal de gewone wettelijke rente worden toegewezen. Vergoeding van buitengerechtelijke kosten is namelijk een vorm van schadevergoeding en daarvoor geldt alleen de gewone wettelijke rente. De ingangsdatum van de rente is de datum van dagvaarden, omdat Proximedia niet heeft gesteld waarom een eerdere ingangsdatum gehanteerd moet worden.
De tegenvordering van [gedaagden]
5.13.
Hiervoor is geoordeeld dat een bedrag van € 254,10 onterecht is gefactureerd. [gedaagden] heeft een tegenvordering ingesteld omdat zij van mening was dat zij al te veel had betaald. Dat is echter niet zo. [gedaagden] moet namelijk onder aan de streep nog € 1.450,50 (plus kosten en rente) betalen. Zij heeft dus ook niets meer van Proximedia te vorderen. De tegenvordering wordt daarom afgewezen.
De proceskosten in conventie (de vordering van Proximedia)
5.14.
[gedaagden] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Proximedia worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
130,78
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.058,28
De proceskosten in reconventie (de tegenvordering van [gedaagden] )
5.15.
[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Proximedia worden begroot op:
- salaris gemachtigde
217,00
(2 punten × factor 0,5 × € 217,00)
Totaal
217,00

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan Proximedia te betalen het bedrag van € 1.450,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek vanaf de respectieve vervaldata van de facturen, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagden] om aan Proximedia te betalen het bedrag van € 217,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek vanaf 10 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.058,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
6.4.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 217,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
6.5.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Voetnoten

1.Artikel 3:37 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek.