ECLI:NL:RBLIM:2026:2383

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11847262 \ CV EXPL 25-3550
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering vergoeding proceskosten in geschil over cao-bijdragen beroepsgoederenvervoer

In deze civiele bodemzaak stond een geschil centraal over de betaling van cao-bijdragen door een B.V. aan SOOB, het opleidings- en ontwikkelingsfonds voor beroepsgoederenvervoer en verhuur van mobiele kranen. SOOB had een factuur gestuurd en herinneringen verzonden, waarna de B.V. niet betaalde. Uiteindelijk betaalde de B.V. een deel van het bedrag na een schikkingsvoorstel.

SOOB had haar vordering in de procedure verminderd tot nihil, waardoor de oorspronkelijke vordering niet meer hoefde te worden beslist. De B.V. vorderde vervolgens vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten, stellende dat bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigden.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van misbruik van procesrecht of onrechtmatige daad door SOOB, ook niet omdat de vordering was verminderd. De vordering van de B.V. tot vergoeding van proceskosten werd daarom afgewezen.

Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk kregen, besloot de kantonrechter de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het vonnis werd op 1 april 2026 uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: De vordering tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11847262 \ CV EXPL 25-3550
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS BEROEPSGOEDERENVERVOER OVER DE WEG EN DE VERHUUR VAN MOBIELE KRANEN,
te Amsterdam,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: SOOB,
gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V.,
tegen
[B.V.],
te [plaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [B.V.],
gemachtigde: mr. D.P.M. Verweij

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek in conventie met een vermindering van eis, en van antwoord in reconventie
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op [B.V.] is de algemeen verbindend verklaarde cao betreft de collectieve arbeidsovereenkomst opleidings- en ontwikkelingsfonds voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen van toepassing.
2.2.
Op basis van die cao is [B.V.] verplicht om bijdragen te betalen.
2.3.
SOOB heeft een factuur van 21 januari 2025 aan [B.V.] gestuurd. Deze is per e-mail verzonden, terwijl de factuur ook in het werkgeversportaal te zien is.
2.4.
Op 19 februari 2025 en op 25 maart 2025 is een betalingsherinnering gestuurd. [B.V.] betaalt niet en de vordering wordt uit handen gegeven.
2.5.
De gemachtigde van SOOB heeft een schikkingsvoorstel gedaan. Dit voorstel hield in dat een bedrag van € 300,00 betaald kon worden op een van de drie betaalrekeningen van de gemachtigde. [B.V.] heeft € 300,00 aan SOOB betaald op 20 juni 2025.

3.De beoordeling

in conventie
3.1.
SOOB heeft haar vordering verminderd tot nihil. Dit houdt in dat er op de bij dagvaarding ingestelde vordering niet hoeft te worden beslist.
in reconventie
3.2.
[B.V.] vordert vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan een procespartij worden veroordeeld tot vergoeding van de werkelijke proceskosten in geval van bijzondere omstandigheden. Daarbij wordt voornamelijk gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad. Indien op voorhand duidelijk is dat een procedure wordt gestart zonder kans van slagen, kan er sprake zijn van misbruik van procesrecht. Hiervan is geen sprake. Op basis van het bij de dagvaarding gevoegde Besluit had SOOB recht op betaling van rente en incassokosten. Dat zij in deze procedure haar vordering heeft verminderd tot nihil maakt niet dat er sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatige daad.
3.3.
De conclusie luidt dat de vordering van [B.V.] wordt afgewezen.
In conventie en in reconventie
3.4.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De kantonrechter
in conventie en in reconventie
4.1.
wijst de vorderingen af,
4.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.