3.3Het oordeel van de rechtbank
Het proces-verbaal van bevindingen (doorzoeking [adres 2] Hoensbroek), voor zover inhoudende:
De woning aan de [adres 2] te Hoensbroek werd op 13 juli 2022 betreden. In de woning bleek volgens de Basisregistratie Personen te staan ingeschreven: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1997 te Sittard. Ik vorderde de uitlevering van alle aanwezige verdovende middelen in de woning. Wij hoorden dat [verdachte] zei dat er in de witte dressoirkast in de woonkamer in de derde lade van boven verdovende middelen lagen, deze zouden van haar broer [naam] zijn.
In de woonkamer werd (onder meer):
- in een wit dressoir in de derde lade van boven een plastic zakje met wit poeder aangetroffen (goednummer: 1524826);
- in de hoge dressoirkast bij het voorraam werd in het kastgedeelte in een mandje een sealbag met pillen met het ‘Rolls Royce’-logo aangetroffen (goednummer: 1524813).
De kennisgeving van inbeslagneming:
Goednummer: PL2300-2022070232-1524826, aangetroffen in woonkamer dressoir, derde lade, brutogewicht 38,4 gram wit poeder brok.
Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen met als bijlage het rapport NFiDENT:
De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:
Goednummer: PL2300-2022069582-1524826 (SIN: AAPO6859NL).
Omschrijving: Het betrof een dichtgeknoopt transparant kunststof zakje met daarin wit gekleurde brokken met poeder, nettogewicht: 30,83 gram.
Monster A
SIN: AAOT7646NL (relatie met SIN: AAPO6859NL)
Conclusie: bevat cocaïne.
De kennisgeving van inbeslagneming:
Goednummer: PL2300-2022070232-1524813, aangetroffen in woonkamer in gripzak, 52,2 gram bruto rode pillen, Rolls Royce-logo.
Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen met als bijlage het rapport NFiDENT:
De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:
Goednummer: : PL2300-2022070232-1524813 (SIN: AAPY0250NL)
Omschrijving: Het betrof een transparant kleurloos kunststof gripzakje met een rood gekleurd accent nabij de sluiting met daarin een transparant kleurloos kunststof gripzakje met een groen gekleurd accent nabij de sluiting. In het gripzakje met het groen gekleurd accent zaten 99 hele tabletten en 3 delen van een tablet. De tabletten waren roze gekleurd en hadden aan één zijde een breuklijn en op de andere zijde het logo van ‘Rolls Royce’, nettogewicht: 50,28 gram.
Monster A
SIN: AANK4888NL (relatie met SIN: AAPY0250NL)
Conclusie: bevat 4-CMC
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 februari 2026, voor zover inhoudende:
Ik wist dat mijn broertje [naam] cocaïne in mijn woning had gelegd. Hij had mij dat gevraagd en om problemen te voorkomen heb ik dat toegestaan. Ik wist niet de hoeveelheden en welke soorten drugs. [naam] had een sleutel van mijn achterdeur.
Bewijsoverweging
De rechtbank stelt voorop dat voor het begrip aanwezig hebben in de zin van de Opiumwet niet noodzakelijk is dat de verdovende middelen de verdachte toebehoren, noch dat zij enige beschikkings- en/of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen heeft. Voldoende is dat de onder de Opiumwet vallende middelen zich
in de machtssfeervan de (mede)dader bevinden; de dader moet de feitelijke macht over de verdovende middelen kunnen uitoefenen.
De verdovende middelen zijn aangetroffen in de woning van verdachte. Uitgangspunt is dat een bewoner van een woning geacht wordt bekend te zijn met alles wat zich in de woning bevindt en daarover ook de macht kan uitoefenen. Verdachte heeft verklaard dat zij wist dat haar broertje cocaïne in haar woning had gelegd nadat zij dat desgevraagd had toegestaan. Verdachte had dus uitdrukkelijk wetenschap van de aanwezigheid van verdovende middelen in haar woning en kon daar ook feitelijk over beschikken. Dat is voldoende om tot het oordeel te komen dat verdachte de verdovende middelen aanwezig heeft gehad. Dezelfde broer die met haar toestemming cocaïne in haar woning had gelegd, beschikte ook over een sleutel van de woning, waardoor hij daar in feite gewoon zijn gang kon gaan. Daarmee heeft zij naar het oordeel van de rechtbank ook - voorwaardelijk - opzet gehad op de aanwezigheid van eventuele andere verdovende middelen dan cocaïne, zoals 4 CMC in haar woning.
Dat verdachte huiverig zou zijn geweest om tegen haar broer in te gaan en zich niet vrij zou achten om zijn drugs aan te raken, acht de rechtbank weersproken door de aangetroffen berichten waaruit volgt dat zij ook betrokken is geweest bij het rondbrengen van drugs en desgevraagd bij het inpakken of verpakken van hoeveelheden.
Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met een ander 30,83 gram cocaïne en 50,28 gram 4-CMC aanwezig heeft gehad.