ECLI:NL:RBLIM:2026:2313

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
03.294605.23
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf wegens bezit wapens en telen hennep

De rechtbank Limburg heeft op 11 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorhanden hebben van diverse verboden (vuur)wapens en munitie, alsmede het telen van 98 hennepplanten en het aanwezig hebben van 700 gram hennep.

De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen van het bezit van wapens en munitie samen met anderen, omdat onvoldoende bewijs bestond voor nauwe samenwerking. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zelf de wapens en munitie in bezit had. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte samen met zijn zoon de hennepplantage had, waarbij verdachte de ruimte had ingericht en de benodigde spullen had aangeschaft, terwijl de zoon de planten verzorgde.

De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de zorg voor zijn ernstig zieke echtgenote, en de overschrijding van de redelijke termijn. Daarom werd een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 22 maanden met een proeftijd van 2 jaar opgelegd, gecombineerd met een taakstraf van 240 uur. De rechtbank matigde de straf vanwege de termijnoverschrijding en sprak verdachte deels vrij van enkele wapens wegens gebrek aan bewijs.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 22 maanden geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd en 240 uur taakstraf wegens bezit wapens en telen hennep.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.294605.23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 11 maart 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1953,
wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. S. Weening, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 februari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 21 september 2023 te Kerkrade:
feit 1
al dan niet samen met een ander diverse (vuur)wapens en munitie van de categorie II en/of III voorhanden heeft gehad;
feit 2
al dan niet samen met een ander diverse wapens van de categorie I voorhanden heeft gehad;
feit 3
al dan niet samen met een ander opzettelijk 98 hennepplanten heeft geteeld dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad;
feit 4
al dan niet samen met een ander 700 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het medeplegen van het telen dan wel het opzettelijk aanwezig hebben van 98 hennepplanten (feit 3). De zoon van de verdachte heeft de hennepplanten neergezet en verzorgd. De verdachte verbleef in die periode in het buitenland.
De raadsman heeft zich voor wat betreft de feiten 1, 2 en 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met dien verstande dat de verdachte ten aanzien van feit 1 partieel dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van het revolver van het merk Arminius (goednummer: 1640241), nu er op dit wapen enkel een DNA-spoor van zijn zoon is aangetroffen. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit wapen niet van hem was.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
Partiële vrijspraakoverwegingen feiten 1 en 2
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat om vast te stellen dat de verdachte de (vuur)wapens en munitie, ten laste gelegd onder de feiten 1 en 2 tezamen en in vereniging met een of meer anderen voorhanden heeft gehad. Het enkele feit dat de (vuur)wapens en munitie op diverse plekken in de woning zijn aangetroffen waar de verdachte met zijn echtgenote verbleef, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om bewezen te achten dat hij ze samen met zijn echtgenote voorhanden heeft gehad. De verdachte heeft immers verklaard dat het zijn verzameling was. Op basis van het dossier is niet vast te stellen in hoeverre de echtgenote wetenschap had van de aanwezigheid in de woning van alle in de tenlastelegging opgenomen illegale (vuur)wapens en munitie. Weliswaar was deel van de aangetroffen door verdachte aangelegde verzameling van (vuur)wapens en munitie zichtbaar in de woning aanwezig, maar een deel daarvan was ook legaal. Op basis van het dossier kan met onvoldoende zekerheid worden gesteld dat de echtgenote wist dat de in de tenlastelegging opgenomen (vuur)wapens en munitie in de woning aanwezig waren en, zo zij dit al wist, dat zij ook wist dat dit geen legale, maar illegale (vuur)wapens en munitie waren. Datzelfde geldt ook voor de zoon van de verdachte, die regelmatig in de woning verbleef. Om die reden zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde bestanddeel medeplegen.
Revolver van het merk Arminius (goednummer: 1640234) en de bijbehorende munitie (goednummer: 1640283)
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van het revolver van het merk Arminius (goednummer: 1640234). Op dit wapen is enkel een DNA-spoor van de zoon van de verdachte aangetroffen en de verdachte heeft ter terechtzitting uitdrukkelijk verklaard dat dit wapen van zijn zoon was en dat hij eerder enkel anders heeft verklaard om zijn zoon te beschermen, welke verklaring de rechtbank niet onaannemelijk voorkomt, te meer nu er geen DNA van verdachte op het wapen is aangetroffen. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, evenmin bewezen dat verdachte de bijbehorende munitie, te weten 7 kogelpatronen, kaliber .32 ACP (goednummer: 1640283) voorhanden heeft gehad.
20 hagelpatronen (goednummer: 1640255)
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van 20 hagelpatronen (goednummer: 1640255), nu het in de tenlastelegging genoemde kaliber niet volgt uit de bewijsmiddelen.
De rechtbank volstaat ten aanzien van de feiten 1 en 2 met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, die hieronder zijn vermeld, nu de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsman ten aanzien daarvan geen vrijspraak heeft bepleit.
Feiten 1 en 2
De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van
  • het proces-verbaal van bevindingen van 22 september 2023;
- het proces-verbaal van binnentreden in een winkelpand van 5 oktober 2023; [3]
- het proces-verbaal Team forensische opsporing van 18 oktober 2023, houdende forensische beschrijving van de vuurwapens en de munitie; [4]
- kennisgeving van inbeslagneming van 22 september 2023; [5]
- kennisgeving van inbeslagneming van 28 september 2023; [6]
- het proces-verbaal van bevindingen van 15 november 2023. [7]
Feiten 3 en 4
Bewijsmiddelenoverzicht
Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 24 oktober 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: [8]
Op het adres [adres] staan de volgende personen ingeschreven: [verdachte] en [naam 1] .
Na het binnentreden op 21 september 2023 op het adres zag ik, [naam 2] , het volgende. Tijdens de doorzoeking werd in de kelder een verborgen ruimte aangetroffen. Deze ruimte lag achter een kast. Er werd een monotoon "zoemgeluid" van achter de kast waargenomen. Na verwijdering van deze kast werd een klein luik aangetroffen. In de contouren van dit luikje werd een in werking zijnde hennepplantage zichtbaar. Deze ruimte wordt hierna ruimte 4 genoemd (kweekruimte 1). In de ruimte alwaar de in werking zijnde hennepplantage werd aangetroffen, werden in totaal 98 hennepplanten aangetroffen.
Ik, [naam 2] , constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere
ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het 98 hennepplanten waren. Ik, [naam 2] , constateerde gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en
daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten waren.
Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte] veelvuldig verbleef op het adres [adres] .
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van 24 oktober 2023, voor zover inhoudende van belang: [9]
De aangetroffen hennepplanten waren ongeveer 2 weken oud.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 november 2023, voor zover van belang: [10]
M: In de kelder van uw woning werd ook een grotere hoeveelheid hennep aangetroffen. Het betrof netto 700 gram.
V: Van wie is die hennep?
A: Die is van mij.
V: Voor wie is die hennep bestemd?
A: De eerste keer had ik 50 planten en nu iets meer. De verkregen hennep zou ik dan
verkopen. Maar iemand anders deed dat nakijken, dus verzorgen.
V: Heeft die persoon een sleutel van uw woning?
A: Achterom kon hij via de poort de woning in komen met een sleutel.
M: In de kelder van uw woning werd een geheime ruimte ontdekt, verstopt achter een
kast.
V: Wie heeft deze ruimte gebouwd?
A: De ruimte was al daar van tevoren. De ruimte kon je eigenlijk via een stalen deur
betreden, echter nu niet meer. Ik heb vanuit de kelder dus een nieuwe doorgang
gemaakt naar die ruimte.
V: Wanneer is doorgang naar deze ruimte gebouwd?
A: Twee jaar geleden.
V: Met welk doel is doorgang naar die ruimte gebruikt?
A: Voor wat plantjes te zetten.
V: Waarom was de toegang tot deze ruimte "verstopt/verborgen" achter een kast?
A: Dat niemand er iets van zou merken.
M: In deze ruimte werd een in werking zijnde hennepplantage aangetroffen.
V: Wat wilt u mij over deze hennepplantage verklaren?
A: Die is van mij.
V: Wie heeft deze ruimte als hennepplantage ingericht?
A: Ik heb dat gedaan. Ik ben elektricien.
V: Wie onderhoudt de plantage?
A: Als ik thuis ben, kijk ik er ook heen en anders die persoon, waarover ik niets wil
zeggen.
V: Wat gebeurd er met de opbrengst van de plantage?
A: Die deed ik verkopen.
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 25 februari 2026:
Ik heb de plantage samen met mijn zoon gehad. Hij was degene die ervoor zorgde als ik er niet was. Met de 700 gram aangetroffen hennep zouden wij wietolie maken. Mijn zoon had die olie nodig om rustig te worden en om in slaap te vallen. Ik heb de plantage zelf aangelegd. Ik heb de hennepstekken en de spullen die nodig zijn voor de plantage zelf gekocht. Mijn zoon heeft de 98 hennepplanten neergezet en die twee weken verzorgd. Ik was toen in het buitenland.
Bewijsoverweging
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat er een hennepplantage van 98 planten is aangetroffen in de woning van de verdachte. De verdachte heeft bekend dat hij deze plantage samen met zijn zoon had. De verdachte heeft de verborgen ruimte gemaakt ten behoeve van de hennepplantage en deze als zodanig ingericht. De verdachte heeft de benodigde elektriciteit aangelegd en heeft alle spullen ten behoeve van de hennepplantage aangekocht evenals de stekken. De zoon van de verdachte heeft tijdens het verblijf van verdachte in het buitenland zorg gedragen voor (het plaatsen van) de hennepplanten en de verzorging ervan. De opbrengst van de hennepplantage zou door verdachte worden verkocht. De aangetroffen 700 gram hennep was voor het maken van wietolie voor de zoon van de verdachte. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn zoon bij het tenlastegelegde telen van de in de woning aangetroffen hennepplantage alsook voor het opzettelijk aanwezig hebben van 700 gram hennep. Het enkele feit dat de verdachte zich op het moment van plaatsen van de 98 hennepplanten en de twee daaropvolgende weken niet in Nederland bevond, maakt dit gelet op het voorgaande niet anders.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1
op 21 september 2023 in de gemeente Kerkrade, (vuur)wapens van categorie II en III en munitie van categorie II en III, te weten:
- een geweer van het merk Voere (goednummer: 1640226); en
- een gaspistool van het merk Röhm (goednummer: 1640230); en
- een pistool van het merk FN (goednummer: 1640234); en
- een revolver van het merk Manufacture d’armes de Saint Étienne (goednummer: 1640235); en
- een grendelgeweer van het merk Carcano (goednummer: 1640250); en
- een alarmpistool van het merk HS Waffentechnik (goednummer: 1640267);
zijnde telkens (vuur)wapens van categorie III
en
- een gasbusje van Perfecta Stop Attack (goednummer: 1640220); en
- een busje pepperspray (goednummer: 1640244); en
- een busje pepperspray (goednummer: 1640262);
zijnde telkens wapens van categorie II, te weten voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloos makende en/of traan verwekkende stof(fen)
en
- een miniatuur kanon van het merk Brevite (goednummer: 1640242); en
- een miniatuur kanon (goednummer: 1640272);
zijnde telkens een wapen van categorie II onder 1
en
- 5 kogelpatronen, kaliber 9X19 mm (goednummer: 1640229); en
- 28 kogelpatronen, kaliber .22 mm (goednummer: 1640322); en
- 1 kogelpatroon, kaliber .32 ACP (goednummer: 1640233); en
- 27 knalpatronen, kaliber 6 mm knal (goednummer: 1640246); en
- 3 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640251); en
- 17 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640258); en
- 13 patronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640268); en
- 9 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640270); en
- 49 knalpatronen, kaliber 6 mm knal en/of .320 (goednummer: 1640276); en
- 49 kogelpatronen en 1 knalpatroon, kaliber .22 (goednummer: 1640282); en
- 1 kogelpatroon, kaliber Geco 9 mm (goednummer: 1641860);
zijnde telkens munitie van categorie II en/of III
voorhanden heeft gehad;
feit 2
op 21 september 2023 te Kerkrade meerdere wapens te weten:
- een stiletto (goednummer: 1640217); en
- een stiletto (goednummer: 1640225);
zijnde telkens een wapen van categorie I onder 1
en
- een degen (goednummer: 1640239);
- een sabel (goednummer: 1640257);
zijnde een wapen van categorie I onder 4
en
- een geweer, nabootsing van een Winchester (goednummer: 1640219); en
- een airsoftwapen met vier bijbehorende magazijnen (goednummer: 1640236); en
- een airsoftwapen gfg390 (goednummer: 1640248); en
- een airsoftwapen met 3 magazijnen (goednummer: 1640249); en
- een airsoftpistool (goednummer: 1640252); en
- een gasdrukpistool, nabootsing van een Baikal (goednummer: 1640261)
zijnde telkens een wapen als in categorie I onder 7
voorhanden heeft gehad;
feit 3
op 21 september 2023 te Kerkrade, in een woning op het perceel (aan of bij) de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld een hoeveelheid van 98 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
feit 4
op 21 september 2023 te Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 700 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1
eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
feit 2
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
feit 3
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 4
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van dat middel.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Bij de formulering van haar strafeis heeft zij rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daarbij de maximale taakstraf. Het is een atypische verdachte, zijnde een verzamelaar van antieke wapens. De verdachte is geen gevaar voor de samenleving. Bovendien is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het illegale bezit van verschillende (vuur)wapens en het voorhanden hebben van diverse munitie. Dit is nagenoeg allemaal aangetroffen in de woning van de verdachte. Van de ernst van het bezit van dergelijke (vuur) wapens en munitie was hij zich, naar eigen zeggen, niet bewust. Daarnaast is er in de woning van de verdachte een inwerking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met 98 planten en 700 gram hennep.
Hoewel op strafbare feiten als deze in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf staat, houdt de rechtbank in sterke mate rekening met de omstandigheden van het geval en de persoon van de verdachte. De officier van justitie heeft bij de bepaling van de strafeis de nadruk gelegd op het gegeven dat de productie en handel van hennep vaak gepaard gaat met vele andere vormen van criminaliteit en dat dit ook blijkt uit het feit dat de verdachte verschillende soorten (vuur)wapens en munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank ziet deze samenhang in deze specifieke zaak echter niet. De verdachte is een verzamelaar van oude (antieke) wapens. Hij had naast de verboden wapens ook verschillende vrijgestelde wapens in zijn bezit. De rechtbank begrijpt dat de verdachte zijn airsoft vergunning door tijdsverloop is kwijtgeraakt en niet om een andere reden. Het valt derhalve niet uit te sluiten dat de verdachte, mits tijdig aangevraagd, opnieuw een vergunning had verkregen. Hoewel de verdachte deze (vuur)wapens niet mocht hebben, plaats bovenstaande alles in een ander perspectief dan door de officier van justitie is geschetst.
Daarnaast zal de rechtbank in strafmatigende zin rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte bestaande uit de zorg die hij draagt voor zijn ernstig fysiek beperkte echtgenote.
De rechtbank is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat in deze specifieke zaak het opleggen van een (lange) onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is.
De rechtbank zal tenslotte ook rekening houden met het tijdsverloop. Volgens de uitleg die de Hoge Raad aan de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft gegeven, dient in eerste aanleg een zaak met een eindvonnis te zijn afgerond binnen twee jaren nadat de verdachte redelijkerwijs moest begrijpen dat tegen hem vervolging zou worden ingesteld. Nu de verdachte op 7 november 2023 is aangehouden, is de redelijke termijn met bijna 5 maanden overschreden. Mede gelet op de omstandigheid dat de verdachte in de tussentijd niet opnieuw in aanraking is gekomen met politie en justitie en zijn persoonlijke omstandigheden, zal de rechtbank volstaan met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. De verdachte verkeert nog steeds in de veronderstelling dat hij (een deel) van de verboden wapens mocht hebben, hetgeen de rechtbank verontrustend acht en zij zal om die reden een duidelijk signaal afgeven door middel van een forse stok achter de deur.
De rechtbank acht in beginsel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met een proeftijd van 2 jaren, met daarnaast een taakstraf van 240 uren met aftrek van het voorarrest van vier dagen (naar rato van twee uren per dag) passend en geboden. In verband met de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank deze straf echter matigen, in die zin dat zij de voorwaardelijke gevangenisstraf zal matigen tot
22 maanden. Dit betekent dat de rechtbank, alles afwegende, de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met een proeftijd van
2 jaren en dat zij de verdachte tevens zal veroordelen tot een taakstraf van 240 uren met aftrek van het reeds ondergane voorarrest.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
  • veroordeelt de verdachte tot
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en
mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Lejeune, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 maart 2026.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
feit 1
hij op of omstreeks 21 september 2023 in de gemeente Kerkrade, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer (vuur)wapens van categorie II en/of III en/of munitie van categorie II en/of III, te weten:
- een geweer van het merk Voere (goednummer: 1640226); en/of
- een gaspistool van het merk Röhm (goednummer: 1640230); en/of
- een pistool van het merk FN (goednummer: 1640234); en/of
- een revolver van het merk Manufacture d’armes de Saint Étienne (goednummer: 1640235); en/of
- een revolver van het merk Arminius (goednummer: 1640241); en/of
- een grendelgeweer van het merk Carcano (goednummer: 1640250); en/of
- een alarmpistool van het merk HS Waffentechnik (goednummer: 1640267);
zijnde telkens (vuur)wapens van categorie III
en/of
- een gasbusje van Perfecta Stop Attack (goednummer: 1640220); en/of
- een busje pepperspray (goednummer: 1640244); en/of
- een busje pepperspray (goednummer: 1640262);
zijnde telkens wapens van categorie II, te weten voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen)
en/of
- een miniatuur kanon van het merk Brevite (goednummer: 1640242); en/of
- een miniatuur kanon (goednummer: 1640272);
zijnde telkens een wapen van categorie II onder 1
en/of
- 5 kogelpatronen, kaliber 9X19 mm (goednummer: 1640229); en/of
- 28 kogelpatronen, kaliber .22 mm (goednummer: 1640322); en/of
- 1 kogelpatroon, kaliber .32 ACP (goednummer: 1640233); en/of
- 27 knalpatronen, kaliber 6 mm knal (goednummer: 1640246); en/of
- 3 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640251); en/of
- 20 hagelpatronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640255); en/of
- 17 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640258); en/of
- 13 patronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640268); en/of
- 9 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm Browning (goednummer: 1640270); en/of
- 49 knalpatronen, kaliber 6 mm knal en/of .320 (goednummer: 1640276); en/of
- 49 kogelpatronen en/of 1 knalpatroon, kaliber .22 (goednummer: 1640282); en/of
- 7 kogelpatronen, kaliber .32 ACP (goednummer: 1640283); en/of
- 1 kogelpatroon, kaliber Geco 9 mm (goednummer: 1641860);
zijnde telkens munitie van categorie II en/of III
voorhanden heeft gehad;
feit 2
hij op of omstreeks 21 september 2023 te Kerkrade, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere wapen(s) te weten:
- een stiletto (goednummer: 1640217); en/of
- een stiletto (goednummer: 1640225);
zijnde telkens een wapen van categorie I onder 1
en/of
- een degen/sabel (goednummer: 1540239);
- een sabel (goednummer: 1640257)
zijnde een wapen van categorie I onder 4
en/of
- een geweer, nabootsing van een Winchester (goednummer: 1640219); en/of
- een airsoftwapen met vier bijbehorende magazijnen (goednummer: 1640236); en/of
- een airsoftwapen gfg390 (goednummer: 1640248); en/of
- een airsoftwapen met 3 magazijnen (goednummer: 1640249); en/of
- een airsoftpistool (goednummer: 1640252); en/of
- een gasdrukpistool, nabootsing van een Baikal (goednummer: 1640261)
zijnde telkens een wapen als in categorie I onder 7
voorhanden heeft gehad;
feit 3
hij op of omstreeks 21 september 2023 te Kerkrade, althans in Nederland, in een woning op het perceel (aan of bij) de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van 98 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
feit 4
hij op of omstreeks 21 september 2023 te Kerkrade, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 700 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, registratienummer PL2300-2023150259, gesloten d.d. 1 december 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 795.
2.Het proces-verbaal van bevindingen van 22 september 2023, pg. 73-82.
3.Het proces-verbaal van binnentreden in een winkelpand van 5 oktober 2023, pg. 56-57.
4.Het proces-verbaal Team forensische opsporing van 18 oktober 2023, pg. 288-313.
5.Kennisgeving van inbeslagneming van 22 september 2023, pg. 561-563.
6.Kennisgeving van inbeslagneming van 28 september 2023, pg. 564-566.
7.Het proces-verbaal van bevindingen van 15 november 2023, pg. 401-405.
8.Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 24 oktober 2023, pg. 364-372.
9.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht van 24 oktober 2023, pg. 375-392.
10.Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 november 2023, pg. 455-464.