ECLI:NL:RBLIM:2026:2272

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
11812923 \ CV EXPL 25-3029
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Quaedackers
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:230 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling huurtermijnen warmtetoestellen na stilzwijgende verlenging huurovereenkomsten

Hesi B.V. vordert betaling van achterstallige huurtermijnen, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente van [de erfgenaam], die als rechtsopvolger van zijn overleden vader eigenaar is geworden van meerdere panden met gehuurde warmtetoestellen. De huurovereenkomsten hebben een initiële looptijd van vijftien jaar en zijn stilzwijgend verlengd volgens de oude algemene voorwaarden.

[De erfgenaam] betwist de vordering deels, met name voor huurovereenkomsten waarvan de looptijd verstreken is, en stelt dat stilzwijgende verlenging niet mogelijk was zonder expliciete opzegging. Tevens vordert hij in reconventie vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en een coulancevoorstel wegens vermeend onrechtmatig vasthouden aan oude huurvoorwaarden.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomsten niet als consumentenovereenkomsten kwalificeren, dat de oude algemene voorwaarden van toepassing blijven omdat geen kennisgeving van wijziging is gegeven, en dat stilzwijgende verlenging rechtsgeldig is. [De erfgenaam] is gehouden de huurtermijnen te voldoen, inclusief wettelijke rente en incassokosten. De vorderingen in reconventie worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende onderbouwing. Proceskosten worden aan [de erfgenaam] opgelegd.

Uitkomst: Erfgenaam wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, incassokosten en rente; vorderingen reconventie afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11812923 \ CV EXPL 25-3029
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
HESI B.V.,
te Heerlen,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Hesi,
gemachtigde: [gemachtigde 1] ,
tegen
[de erfgenaam] , erfgenaam en daarmee rechtsopvolger onder algemene titel van wijlen [de erflater] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de erfgenaam] ,
gemachtigde: [gemachtigde 2] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 3
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 10 tot en met 16
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de brief van 6 januari 2026 van Hesi
- de mondelinge behandeling van 16 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnotitie van [de erfgenaam] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Hesi exploiteert een installatie- en verhuurbedrijf voor onder andere warmtetoestellen en sluit hierbij onder meer huurovereenkomsten af met woningeigenaren voor de verhuur van deze toestellen.
2.2.
De vader van [de erfgenaam] , [de erflater] , is op [datum] 2019 overleden. Tot zijn nalatenschap behoorden meerdere woningen in [plaats] . Hesi heeft warmtetoestellen in deze woningen geplaatst ten titel van verhuur. [de erfgenaam] heeft meerdere woningen van zijn vader geërfd, waarin zich warmtetoestellen van Hesi bevinden dan wel bevonden.
2.3.
Op de huurovereenkomsten zijn algemene voorwaarden van toepassing. De looptijd van de huurovereenkomsten is vijftien jaar.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Hesi vordert - samengevat - om [de erfgenaam] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling van € 3.887,27 (€ 2.942,85 aan hoofdsom, € 507,34 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 437,08 aan wettelijke rente), vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf datum dagvaarding en de proceskosten.
3.2.
Hesi legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [de erfgenaam] is als erfgenaam van [de erflater] eigenaar geworden van meerdere panden in [plaats] . [de erfgenaam] is via rechtsopvolging onder algemene titel contractpartij c.q. huurder geworden. Twee huurovereenkomsten zijn ondertekend door de zus van [de erfgenaam] ( [de zus] ). Deze overeenkomsten zijn via verdeling overgegaan op [de erfgenaam] . De vordering heeft betrekking op de verhuur van de warmtetoestellen:
adres
ingangsdatum
Huurprijs p.m. 2022
Ondertekend door
[adres 1]
4 september 2004
€ 37,76
[de erflater]
[adres 2]
23 februari 2006
€ 6,13
[de erflater]
[adres 3]
14 november 2006
€ 5,92
[de erflater]
[adres 4]
30 maart 2011
€ 44,19
[de erflater]
[adres 5]
4 december 2019
€ 40,54
[de zus]
[adres 6]
15 juli 2021
€ 39,80
[de zus]
[de erfgenaam] dient op grond van het voorgaande de huurovereenkomsten en de algemene huurvoorwaarden behorende bij de afzonderlijke huurovereenkomsten na te komen. Dit betekent onder andere dat [de erfgenaam] de huurtermijnen uiterlijk op de eerste van de desbetreffende maand dient te voldoen aan Hesi. [de erfgenaam] heeft de huurtermijnen echter niet steeds op tijd en volledig voldaan en in 2022 een betalingsachterstand van in totaal € 2.942,85 laten ontstaan. Hesi verwijst daartoe naar de overzichten van de betalingsachterstanden (productie 5). Ondanks meerdere betalingsherinneringen is [de erfgenaam] niet overgegaan tot betaling.
3.3.
[de erfgenaam] voert verweer. [de erfgenaam] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Hesi en Hesi te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.4.
[de erfgenaam] voert het volgende aan. [de erfgenaam] erkent dat hij krachtens rechtsopvolging eigenaar is geworden van de onroerende zaken en dat hij huurder is van de warmtetoestellen van Hesi. [de erfgenaam] heeft vanaf het moment dat hij eigenaar is geworden vraagtekens gezet bij de looptijden van de huurovereenkomsten en de rechtmatigheid ten aanzien van de expiratiedata. In de vigerende algemene huurvoorwaarden (geldend vanaf 1 januari 2021) is onder artikel 6, lid 5 opgenomen dat opzegging schriftelijk door zowel verhuurder als huurder dient te geschieden en in artikel 4, lid 2 dat de huurovereenkomst voor de duur van vijftien jaar is aangegaan. Ten aanzien van een gedeelte van de gehuurde toestellen was de duur van vijftien jaar verstreken en op grond daarvan stelt [de erfgenaam] zich op het standpunt dat hij een deel van de maandelijkse termijnen niet meer hoeft te voldoen. Opzegging was niet meer noodzakelijk omdat de contractuele duur van vijftien jaar was verstreken conform de algemene huurvoorwaarden d.d. 1 januari 2021. Het had gelet op de zorgplicht van Hesi op haar weg gelegen om [de erfgenaam] te informeren over het naderen van de expiratiedatum en de daarmee samenhangende eindigen van rechtswege. Zo is dat ook besproken op het kantoor van Hesi. Hesi mocht niet zo maar stilzwijgend verlengen. Dit te meer omdat in de vigerende algemene voorwaarden d.d. 1 januari 2021 ook geen sprake meer is van stilzwijgend verlengen. [de erfgenaam] heeft op 19 december 2022 Hesi tijdens een gesprek verzocht om de tarieven van de afgeschreven warmtetoestellen te stoppen (na betaling van de aanschafwaarde gedurende de contractperiode te beëindigen en/of te verduurzamen). Hesi heeft daar geen gehoor aan gegeven. Hesi bleef verzoeken tot doorbetaling van de afgelopen contracten.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.6.
[de erfgenaam] vordert - samengevat - om Hesi bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling van € 1.440,90 aan buitengerechtelijke kosten, [de erfgenaam] bij wijze van tussenvonnis akte te laten nemen voor een extra berekening van zijn schade en daarin uit coulance een voorstel te doen voor het onrechtmatig vasthouden aan de oude huurvoorwaarden, de wettelijke rente over de gevorderde bedragen bij akte toe te kennen en de proceskosten.
3.7.
[de erfgenaam] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [de erfgenaam] heeft na
1 januari 2022 (de kantonrechter leest: 2023) de maandelijkse termijnen weer voldaan ondanks herhaaldelijk verzoek om de contracten te beëindigen. Vanwege het verzuim in de zorgplicht van Hesi, het naleven van haar eigen algemene huurvoorwaarden en het jaren laten doorlopen van het gebruik van de gehuurde CV-apparatuur met hoger energieverbruik, wil [de erfgenaam] een redelijke en billijke vergoeding, waarbij het doorlopend gebruik wordt meegewogen. [de erfgenaam] wil een berekening en het bijbehorende coulancevoorstel bij akte indienen, alvorens een conclusie van repliek wordt genomen. [de erfgenaam] vordert buitengerechtelijke incassokosten omdat [de erfgenaam] vanwege het starre en foutieve optreden van Hesi vermogensschade heeft opgelopen. De totale kosten bedroegen € 2.881,80. De helft van die kosten kwam voor rekening van zijn zus, waardoor de vermogensschade voor [de erfgenaam] € 1.440,90 (50% van € 2.881,80) bedraagt.
3.8.
Hesi voert verweer. Hesi concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de erfgenaam] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de erfgenaam] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de erfgenaam] in de kosten van deze procedure.
3.9.
Hesi voert het volgende aan. Hesi betwist dat zij ertoe verplicht was om na ommekomst van de initiële looptijd [de erfgenaam] daarover in te lichten. Dit is de eigen verantwoordelijkheid van [de erfgenaam] . [de erfgenaam] heeft de maandelijkse huurtermijnen vanaf
1 januari 2023 weer voldaan. Op 17 mei 2023 heeft Hesi alle informatie aan [de erfgenaam] verstrekt met betrekking tot de mogelijkheid tot afkoop van de overeenkomsten. [de erfgenaam] is daar niet op ingegaan. Hesi wilde geen nieuwe overeenkomsten aangaan met [de erfgenaam] omdat het vertrouwen in hem geschonden was. [de erfgenaam] heeft de overeenkomsten niet opgezegd, geen gebruik gemaakt van de koopoptie en de overeenkomsten dus door laten lopen. De oude huurvoorwaarden met stilzwijgende verlenging zijn duidelijk. Dat in de nieuwere voorwaarden van 2018 en 2021 verlenging mogelijk is, is ook duidelijk. De eis met betrekking tot de te nemen akte is geen eis en de formulering is niet navolgbaar. Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten voert Hesi aan dat zij niet schadeplichtig is omdat zij noch wanprestatie, noch een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Hesi betwist daarnaast de hoogte van het gevorderde bedrag.
3.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Vooraf
4.1.
Voorop wordt gesteld dat het betoog van [de erfgenaam] – dat wil zeggen: diens gemachtigde – lastig te doorgronden is, om niet te zeggen dat er (deels) geen touw aan vast te knopen is. De kantonrechter heeft dit [de erfgenaam] – althans diens gemachtigde – op de mondelinge behandeling al voorgehouden.
4.2.
Omdat de vorderingen in conventie en reconventie nauw met elkaar samenhangen zullen zij hieronder gezamenlijk worden behandeld.
Is er sprake van een consumentenovereenkomst?
4.3.
Hesi stelt zich op het standpunt dat [de erfgenaam] is aan te merken als een partij die vergelijkbaar is met een natuurlijk persoon die handelt in de uitoefening van een bedrijf, nu [de erfgenaam] meerdere panden in eigendom heeft en exploiteert. Het consumentenrecht is dan ook niet van toepassing.
4.4.
[de erfgenaam] betwist dat sprake is van verhuur in bedrijfsmatige zin. [de erfgenaam] verhuurt zijn bezit vanuit vermogensdoeleinden en neemt in die zin geen deel aan het economisch verkeer. [de erfgenaam] staat niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en betaalt belasting via box 3.
4.5.
Vast staat dat [de erfgenaam] meerdere panden heeft – de kantonrechter telt er minstens twaalf – en deze exploiteert, en daaruit dus huurinkomsten genereert. De huur van de cv-ketels van Hesi vindt in dat licht plaats in het kader van de verhuuractiviteiten van [de erfgenaam] . De cv-ketels dienen daarmee een zakelijk doel. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat de overeenkomsten waarvan Hesi nakoming vordert niet gesloten zijn in de hoedanigheid van consument. Dat [de erfgenaam] voor de belastingdienst, zoals [de erfgenaam] heeft gesteld, geldt als particulier verhuurder kan zo zijn, maar doet daaraan niet af. Aan de beoordeling of er voldaan is aan de informatieverplichtingen (artikel 6:230 e.v. BW) en een ambtshalve beoordeling van de algemene voorwaarden komt de kantonrechter dan ook niet toe.
Welke algemene voorwaarden zijn op de overeenkomsten van toepassing?
4.6.
[de erfgenaam] stelt zich op het standpunt dat de algemene huurvoorwaarden d.d.
1 januari 2021 op alle gesloten overeenkomsten van toepassing zijn. In artikel 15 van Pro die voorwaarden het volgende is namelijk het volgende bepaald:

artikel 15: Wijziging Pro huurvoorwaarden
Deze algemene voorwaarden, als mede de tarieven kunnen door Hesi® gewijzigd worden. Deze wijziging(en) treden in werking op de datum als vermeld in de kennisgeving.
Als kennisgeving geldt een advertentie in een of meer dag- of weekbladen, dan wel middels directe toezending aan huurder per post of enig ander gangbaar elektronisch communicatiemiddel.
De wijzigingen zullen ook van toepassing zijn voor op dat moment al bestaande huurovereenkomsten. Indien huurder deze wijzigingen niet went te accepteren, is beëindiging mogelijk door het tot uitvoering brengen van artikel 7 “koopoptie”.”
4.7.
Volgens [de erfgenaam] zijn de huurvoorwaarden d.d. 1 januari 2021 leidend omdat deze huurvoorwaarden op grond van voornoemd artikel in de plaats zijn getreden van de algemene huurvoorwaarden die golden bij het afsluiten van de onderhavige huurovereenkomsten. Hesi verwijst bovendien ook zelf naar de algemene voorwaarden d.d. 1 januari 2021 als de van toepassing zijnde voorwaarden (productie 3 bij dagvaarding).
4.8.
Hesi stelt zich op het standpunt dat de algemene huurvoorwaarden d.d. 1 januari 2021 niet op alle gesloten huurovereenkomsten van toepassing zijn, maar slechts op de overeenkomst betreffende [adres 6] . Hesi heeft nimmer bericht dat de algemene voorwaarden, versie 1 januari 2021, in de plaats kwamen van de oude algemene voorwaarden. Ook al had Hesi dat wel gedaan, dan zou dat geen rechtsgevolg hebben voor de algemene voorwaarden met betrekking tot de huurovereenkomsten betreffende de Koning Clovisstraat en Haspengouw omdat in de oude algemene voorwaarden geen wijzigingsbeding is opgenomen.
4.9.
De kantonrechter volgt het standpunt van Hesi dat de algemene huurvoorwaarden d.d. 1 januari 2021 slechts op de overeenkomst betreffende [adres 6] van toepassing zijn. Uit lid 3 van artikel 15 volgt Pro dat wijzigingen van toepassing zijn voor de op dat moment al bestaande huurovereenkomsten. Zoals in lid 2 van voornoemd artikel is bepaald dient dan wel een kennisgeving te hebben plaatsgevonden van de wijzigingen. Nergens blijkt uit dat enige kennisgeving heeft plaatsgevonden. Er kan dan ook geen sprake zijn van wijziging van de oudere algemene voorwaarden. Dit betekent dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn die golden bij het afsluiten van de desbetreffende huurovereenkomsten.
De hoofdsom
4.10.
[de erfgenaam] betwist de verschuldigdheid van de vorderingen ten aanzien van de nog lopende huurovereenkomsten ( [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] ) niet. Dit betekent dat deze vorderingen toewijsbaar zijn. Gezien de initiële looptijd van vijftien jaar zijn is de looptijd van [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] verstreken. Tussen partijen is in geschil onder welke voorwaarden deze overeenkomsten zijn verlengd. De kantonrechter volgt het standpunt van [de erfgenaam] niet dat Hesi deze overeenkomsten niet stilzwijgend mocht verlengen en dat Hesi [de erfgenaam] had moeten inlichten over het naderen van de einddatum. In de algemene voorwaarden van de overeenkomsten waarbij de initiële looptijd is verstreken is namelijk opgenomen dat de overeenkomsten na het verstrijken van de looptijd van vijftien jaar, behoudens opzegging door een der partijen, stilzwijgend verlengd worden, steeds voor de duur van één jaar. De overeenkomsten kunnen middels schrijven aan de wederpartij worden opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Op grond van de overeenkomst (of op enige andere grond) heeft Hesi niet de verplichting om [de erfgenaam] te informeren over de aflopende overeenkomsten en de stilzwijgende verlenging hiervan. Als [de erfgenaam] de overeenkomsten niet had willen verlengen, had het op zijn weg gelegen om deze overeenkomsten in overeenstemming met de algemene voorwaarden op te zeggen. Nergens blijkt uit dat [de erfgenaam] dit gedaan heeft en de huurovereenkomsten en de daaruit voortvloeiende verplichtingen zijn dus blijven voortduren.
4.11.
Concluderend moet [de erfgenaam] de huurtermijnen over de periode van maart 2022 tot en met december 2022 ten aanzien van alle huurovereenkomsten voldoen. De vordering van Hesi is dan ook toewijsbaar.
De wettelijke rente
4.12.
Hesi vordert een bedrag van € 437,08 aan vervallen wettelijke rente over de hoofdsom, berekend vanaf 2 maart 2022 (moment van intreden verzuim) tot 17 juli 2025 (datum dagvaarden) en de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 17 juli 2025 tot de dag van volledige betaling. [de erfgenaam] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen deze vordering. Vast staat dat [de erfgenaam] vanaf 2 maart 2022 in verzuim verkeert. De wettelijke rente is dan ook toewijsbaar zoals gevorderd.
De buitengerechtelijke incassokosten
4.13.
Hesi vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 507,34. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat Hesi voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
4.14.
[de erfgenaam] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.440,90 aangezien [de erfgenaam] vanwege het starre en foutieve optreden van Hesi vermogensschade heeft opgelopen. De normering van de vergoeding voor incassokosten leent zich voor die gevallen waarin de omvang van de te innen vordering (de hoofdsom) gemakkelijk is vast te stellen. In artikel 1 van Pro het Besluit is de normering om die reden beperkt tot in de eerste plaats uit overeenkomst voortvloeiende verbintenissen tot betaling van een geldsom. De vergoeding die van de schuldenaar mag worden gevraagd, wordt ook berekend aan de hand van de geldsom (hoofdsom) van de vordering. [de erfgenaam] heeft geen betaling van enige geldsom gevorderd. Op grond van het voorgaande worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De gevorderde wettelijke rente daarover is dus ook niet toewijsbaar.
Akte met betrekking tot berekening schade en coulancevoorstel
4.15.
[de erfgenaam] verzoekt om bij wijze van tussenvonnis [de erfgenaam] in de gelegenheid te stellen om een akte te nemen voor een exacte berekening van zijn schade en daarin uit coulance een voorstel te doen voor het onrechtmatig vasthouden aan de oude huurvoorwaarden door Hesi, terwijl de nieuwe algemene huurvoorwaarden d.d. 1 januari 2021 van kracht waren. Daargelaten dat de kantonrechter reeds heeft overwogen dat de oudere huurvoorwaarden van toepassing zijn op de desbetreffende huurovereenkomsten, kan het verzoek van [de erfgenaam] niet worden aangemerkt als een eis in reconventie en daarom ligt het verzoek van [de erfgenaam] voor afwijzing gereed.
De proceskosten
4.16.
[de erfgenaam] wordt in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hesi worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.380,14
4.17.
[de erfgenaam] wordt ook in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Hesi worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde (2 punten × factor 0,5 × € 217,00).

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [de erfgenaam] om aan Hesi te betalen een bedrag van € 3.887,27, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 2.942,85, met ingang van 17 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [de erfgenaam] in de proceskosten van € 1.380,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
5.3.
wijst de vorderingen van [de erfgenaam] af,
5.4.
veroordeelt [de erfgenaam] in de proceskosten van € 217,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
5.5.
veroordeelt [de erfgenaam] tot betaling van de kosten van betekening als [de erfgenaam] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken door mr. Bisscheroux op 25 maart 2026.