ECLI:NL:RBLIM:2026:2255

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
C/03/349369 / KG ZA 26-44
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • dr. Verhoeven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing straat- en contactverbod met dwangsom in kort geding wegens voortdurende intimidatie

In deze kortgedingprocedure vorderen eisende partijen een contact- en straatverbod tegen de gedaagde partij vanwege voortdurende intimidatie sinds 2022. De gedaagde partij is niet verschenen en verstek is verleend.

De voorzieningenrechter acht de gevorderde termijn van twintig jaar, hoewel lang, gelet op de onophoudelijke intimidatie sinds 2022, niet onredelijk. De contact- en straatverboden worden toegewezen, evenals een dwangsom van €1.000 per overtreding tot een maximum van €50.000.

Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.837,02. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de eisers worden gemachtigd tot tenuitvoerlegging met politie en justitie.

Uitkomst: De rechtbank wijst het contact- en straatverbod toe voor twintig jaar met een dwangsom en veroordeelt de gedaagde in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/349369 / KG ZA 26-44
Vonnis in kort geding van 6 maart 2026
in de zaak van

1.[eiseres 1] BV,

te [plaats 1] ,
2.
[eiseres 2],
te [plaats 2] ,
3.
[eiseres 3],
te [plaats 3] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisende partijen] ,
advocaat: mr. P.W.H. Stassen,
tegen
[gedaagde partij],
te [plaats 4] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 6;
  • de producties 7 tot en met 9 van [eisende partijen] ;
  • het verzoek d.d. 5 maart 2026 van [gedaagde partij] tot wraking van de rechter;
  • de beslissing van de Wrakingskamer d.d. 5 maart 2026 waarin het verzoek tot wraking van de rechter is afgewezen;
  • de mondelinge behandeling op 5 maart 2026;
  • het tijdens de mondelinge behandeling tegen gedaagde verleende verstek.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat een termijn van 20 jaren over het algemeen redelijk lang is voor een contact- en straatverbod. [eisende partijen] heef ter zitting echter toegelicht dat deze termijn is gevorderd omdat de intimidatie door [gedaagde partij] sinds 2022 onophoudelijk plaatsvindt. Gelet hierop en het feit dat de vorderingen niet zijn weersproken, zal deze termijn worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen als hierna in het dictum vermeld.
2.2.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partijen] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02;
- griffierecht
735,00;
- salaris advocaat
760,00;
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing);
totaal
1.837,02.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verbiedt [gedaagde partij] gedurende twintig jaren vanaf de datum van betekening van dit vonnis op welke wijze dan ook (direct of indirect, anders dan via de advocaten van partijen) contact te zoeken of op te nemen met [eiseres 1] B.V., met [eiseres 2] of met [eiseres 3] ,
3.2.
verbiedt [gedaagde partij] om gedurende twintig jaren vanaf de datum van betekening van dit vonnis zich op te houden op het perceel en in het praktijkgebouw van [eiseres 1] plaatselijk bekend [adres 1] en/of binnen een straal van 50 meter te rekenen vanaf de hoofdingang van [eiseres 1] aan [adres 1] ,
3.3.
verbiedt [gedaagde partij] om gedurende twintig jaren vanaf de datum van betekening van dit vonnis zich op te houden in de ruimten van het [eiseres 1] in het
gezondheidscentrum aan [adres 2] ,
3.4.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan ieder van de eisers een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere keer dat hij niet aan de onder 3.1 en /of 3.2. en/of 3.3. opgenomen veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
3.5.
machtigt [eisende partijen] om de tenuitvoerlegging van dit vonnis met behulp van justitie en politie te bewerkstelligen, telkens als [gedaagde partij] in gebreke blijft aan de hiervoor onder 3.1 en /of 3.2. en/of 3. 3. opgenomen veroordelingen te voldoen,
3.6.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.837,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.