De zaak betreft een koopovereenkomst tussen een Duitse consument en een Nederlandse verkoper over een oldtimer Alfa Romeo uit 1969. De consument kocht de auto voor €13.250, waarbij de verkoper de auto aanbood als rijklaar zonder verdere inspectie nodig te achten.
De kantonrechter stelde vast dat de overeenkomst onder Duits recht valt, omdat de verkoper zijn commerciële activiteiten op Duitsland richtte. Een deskundige onderzocht de staat van de auto aan de hand van foto’s en documenten en concludeerde dat de auto in klasse 4 (matig) verkeerde en een marktwaarde had van €7.500 ten tijde van levering.
De verkoper had de koper onjuist geïnformeerd door de auto als rijklaar aan te prijzen, terwijl er duidelijke gebreken waren aan de carrosserie en laklaag. De waarschuwingsplicht van de verkoper weegt zwaarder dan de onderzoeksplicht van de consument. De kantonrechter kende de koper een schadevergoeding toe van €5.750 plus wettelijke rente en vergoedde ook buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de koper.
De vordering van de koper werd grotendeels toegewezen, terwijl het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.