Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2084

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
12064783 \ EZ VERZ 26-14
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Lafghani
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:218 BWArt. 279 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorschot op vereffenaarsloon in complexe nalatenschap afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing

Op 5 juli 2022 overleed de erflaatster, enig aandeelhouder van een B.V., zonder testament. Verzoekster werd benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap en vroeg een voorschot op haar loon en dat van haar medewerkers voor de periode van november 2022 tot oktober 2025.

Verzoekster stelde dat de afwikkeling van de nalatenschap complex en tijdrovend is vanwege onder meer vaststellingsovereenkomsten met een dierenpension en een verhuurder, de zuivere aanvaarding van de nalatenschap van de vooroverleden echtgenoot, en het onderzoek naar de waarde van aandelen.

De kantonrechter oordeelde dat de complexiteit en tijdsduur onvoldoende zijn onderbouwd. Vaststellingsovereenkomsten waren al in maart 2023 gesloten en het onderzoek naar de aandelenwaarde is niet toegelicht. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat een voorschot noodzakelijk is voor een goede vereffening, zeker gezien het uitstel tot september 2026 voor het neerleggen van de rekening en verantwoording.

De kantonrechter stelt verzoekster in de gelegenheid om nadere toelichting te geven en houdt de beslissing aan in afwachting daarvan.

Uitkomst: Verzoek om voorschot op vereffenaarsloon wordt aangehouden wegens onvoldoende onderbouwing van complexiteit en noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rekestnummer: 12064783 \ EZ VERZ 26-14
Beschikking van 5 maart 2026
in de zaak van
MR. [verzoekster],
in hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van
[de erflaatster] ,
kantoorhoudend te [plaats 1] ,
verzoekster,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen dat op
19 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank is ontvangen.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 5 juli 2022 is in de gemeente Maastricht overleden [de erflaatster] (verder: de erflaatster), laatstelijk wonend te [plaats 2] .
2.2.
De erflaatster was enig aandeelhouder van [bedrijf] B.V. en heeft niet bij testament over haar laatste wil beschikt.
2.3.
Bij beschikking van deze rechtbank van 21 november 2022 is verzoekster tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflaatster benoemd.
2.4.
Bij beschikking van de kantonrechter van 5 december 2022 (zaaknr. 10208967 EZ VERZ 22-374) is - onder meer - bepaald dat de schuldeisers van de nalatenschap van de erflaatster hun vorderingen uiterlijk op 1 maart 2023 bij de vereffenaar kunnen indienen.
2.5.
Bij beschikkingen van de kantonrechter van 24 augustus 2023 (zaaknr. 10663430 EZ VERZ 23-264), 29 augustus 2024 (zaaknr. 11279769 EZ VERZ 24-271) en 8 september 2025 (zaaknr. 11853266 EZ VERZ 25-229) is aan verzoekster op grond van artikel 4:218 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek uitstel verleend om de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst neer te leggen.
3. Het verzoek
3.1.
Verzoekster vraagt om bij beschikking een voorschot aan vereffenaarsloon toe te kennen, naar de kantonrechter begrijpt voor haarzelf en voor haar medewerkers die aan de vereffening van de onderwerpelijke nalatenschap hebben gewerkt, voor de periode vanaf 16 november 2022 tot en met 6 oktober 2025 van € 21.376,81 exclusief btw / € 25.865,94 inclusief btw, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag.
3.2.
Aan het verzoek heeft verzoekster ten grondslag gelegd dat de afwikkeling van de nalatenschap veel tijd in beslag neemt en bewerkelijk en complex is. Zij stelt daartoe dat de erflaatster voor haar overlijden haar herdershond had ondergebracht bij een dierenpension. Verzoekster heeft met dat dierenpension een vaststellingsovereenkomst gesloten. Dit heeft zij ook gedaan met de verhuurder van de woonruimte van de erflaatster en wel met betrekking tot de ontruiming, de inboedel en de waarborgsom. Verder is de echtgenoot van de erflaatster vlak voor erflaatster overleden en heeft erflaatster door feitelijk handelen de nalatenschap van haar voor overleden echtgenoot zuiver aanvaard, waardoor de bezittingen en schulden van de voor overleden echtgenoot ook in kaart dienden te worden gebracht. In de nalatenschap van de erflaatster dient de aangifte erfbelasting van de nalatenschap van voor overleden echtgenoot nog te worden verzorgd. Ten slotte stelt verzoekster dat tot de nalatenschap van erflaatster de aandelen in [bedrijf] B.V. behoren en dat zij nog bezig is met het onderzoeken van de waarde van die aandelen.

4.De beoordeling

4.1.
Bij de beoordeling van het verzoek neemt de kantonrechter tot uitgangspunt dat betaling van voorschotten op loon aan de orde kan zijn bij de vereffening van een nalatenschap die bewerkelijk en complex is, veel tijd vraagt en lang duurt nodig zijn, als zonder betaling van dergelijke voorschotten benoeming van enig vereffenaar en daarmee een goede vereffening niet mogelijk is.
4.2.
De kantonrechter volgt verzoekster niet in haar stelling dat de afwikkeling van de nalatenschap bewerkelijk en complex is en veel tijd in beslag neemt, omdat zij met respectievelijk het dierenpension en de verhuurder vaststellingsovereenkomsten heeft gesloten. Op geen enkele manier is aannemelijk gemaakt dat de totstandkoming van die vaststellingsovereenkomsten jaren heeft moeten duren. Integendeel, de vereffenaar is bij beschikking van 21 november 2022 benoemd en in het financieel verslag van verzoekster van 9 maart 2023 staat onder meer dat de vaststellingsovereenkomsten met het dierenpension en met de verhuurder van de woonruimte op dat moment al zijn gesloten.
4.3.
In dit verslag staat ook dat op dat moment (9 maart 2023) al onderzoek plaatsvindt naar de waarde van de aandelen in [bedrijf] B.V. en naar de vordering van ING bank. Verzoekster heeft niet toegelicht waarom dat onderzoek inmiddels drie jaar duurt. Ook overigens is niet toegelicht wat maakt dat dit onderzoek bewerkelijk en complex is en veel tijd vraagt. Tot slot is niet toegelicht wat maakt dat betaling van een voorschot in het kader van een goede vereffening nodig is, nu de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst op betrekkelijk korte termijn, er is uitstel verleend tot 9 september 2026, moeten zijn neergelegd. Bij gebreke van deze toelichting kan op dit moment niet worden geoordeeld dat sprake is van de hiervoor onder 4.1. bedoelde situatie. Aangezien in weerwil van het bepaalde in artikel 279 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, zal de kantonrechter verzoekster in de gelegenheid stellen bij brief een nadere toelichting te verstrekken over hetgeen hiervoor is overwogen. In afwachting hiervan wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
stelt verzoekster in de gelegenheid zich uit te laten over hetgeen hiervoor onder 4.3. is overwogen,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Lafghani en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.