ECLI:NL:RBLIM:2026:1791

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
03.062114.23
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2.2.1 Wet milieubeheerArt. 9 Wet milieubeheerArt. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van hard- en softdrugs en professioneel vuurwerk met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

Op 2 maart 2023 werd bij verdachte in Venray professioneel vuurwerk en grote hoeveelheden hard- en softdrugs aangetroffen, waaronder cocaïne, GHB, MDMA, hennep en hasjiesj. De verdachte bekende de feiten, behalve de exacte hoeveelheid GHB, die na omrekening iets lager werd vastgesteld dan door het OM.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het vuurwerk en de drugs in zijn woning en die van zijn moeder had opgeslagen en aanwezig had, en kwalificeerde dit als strafbare feiten onder de Opiumwet en het Vuurwerkbesluit. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het bezit van deze middelen en het illegaal opslaan van professioneel vuurwerk.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de hoge straatwaarde van de drugs en het gevaar van het vuurwerk in een woonwijk. De verdachte is een first offender, toonde openheid en medewerking, en de reclassering gaf een positief advies. De redelijke termijn was overschreden, wat meewoog in de strafmaat.

De rechtbank legde een taakstraf van 240 uur op, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een proeftijd van 2 jaar. Daarbij werden bijzondere voorwaarden opgelegd, zoals meldplicht bij de reclassering, aflossing van schulden, beheersing van middelengebruik, ambulante begeleiding en behandeling. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 uur taakstraf en 12 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden voor bezit van professioneel vuurwerk en grote hoeveelheden hard- en softdrugs.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.062114.23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 23 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. J. Engels, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 februari 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.062140.23 en medeverdachte [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.063761.23.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 2 maart 2023 te Venray:
Feit 1:professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad en/of heeft opgeslagen;
samen met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad
Feit 2:ongeveer 64 gram cocaïne, 30.330,97 gram GHB en 710,06 gram MDMA;
Feit 3:411,40 gram hennep en 805,24 gram hasjiesj.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van het gebruikte rapport dat ziet op de kwalificatie en classificatie van Cobra 6 vuurwerk heeft de officier van justitie opgemerkt dat dit een gestandaardiseerd rapport betreft waarvan het gebruik in dergelijke zaken gebruikelijk is en dat deze werkwijze volgens jurisprudentie hieromtrent geaccepteerd wordt. Daarmee is op juiste wijze vastgesteld welk vuurwerk in beslag is genomen en dat dit vuurwerk als professioneel te kwalificeren is.
Ten aanzien van de hoeveelheid aangetroffen vloeistof in de woning van de moeder van verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] , heeft de officier van justitie erkend dat de aangetroffen hoeveelheden moeten worden omgerekend rekening houdende met het soortelijk gewicht van GHB. Hij komt na omrekening uit op een aangetroffen hoeveelheid van 2,6 kg GHB.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor het Cobra 6 vuurwerk van feit 1, omdat de verdediging middels deze gestandaardiseerde rapporten niet kan vaststellen dat het onderzochte vuurwerk, hetzelfde vuurwerk is dat bij de verdachte in beslag is genomen. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de verdere bewezenverklaring van het aangetroffen vuurwerk.
De verdachte heeft de feiten onder 2 en 3 bekend, waardoor de raadsvrouw wat betreft de overige feiten geen bewijsverweer heeft gevoerd. Wel heeft zij de op de tenlastelegging opgenomen hoeveelheid GHB betwist. Gesteld wordt dat de aangetroffen hoeveelheid na omrekening, rekening houdende met het soortelijk gewicht van GHB, neerkomt op 2,4 kg GHB.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
T.a.v. feit 1:
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 2 maart 2023 in zijn woning aan de [adres 2] te Venray professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen. Omdat de verdachte dit feit heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen en zal zij vervolgens kort ingaan op het verweer van de verdediging over het gebruikte gestandaardiseerde rapport ter kwalificatie van het vuurwerk. De bewijsmiddelen luiden als volgt:
  • de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;
  • het proces-verbaal van binnentreden in de woning [adres 2] ;
- het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van het vuurwerk; [3]
- het proces-verbaal van onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk. [4]
De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat op grond van het dossier voldoende is komen vast te staan dat het bij de verdachte in beslag genomen vuurwerk professioneel vuurwerk betreft en de verdachte dit niet in de woning voorhanden mocht hebben dan wel op mocht slaan. Iedere opsporingsambtenaar kan, op basis van de uiterlijke kenmerken (waaronder de labels en opdruk) en een gestandaardiseerd rapport van dezelfde soort vuurwerk, vaststellen of het vuurwerk op grond van het Vuurwerkbesluit geclassificeerd moet worden als professioneel vuurwerk. Hiervoor is geen nader deskundigenrapport nodig.
T.a.v. feit 2 en feit 3:
De rechtbank acht, bewezen dat de verdachte op 2 maart 2023 in de woning van zijn moeder, medeverdachte [medeverdachte 1] , aan de [adres 3] te Venray samen met anderen grote hoeveelheden hard- en softdrugs aanwezig heeft gehad. Omdat de verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
  • de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting;
  • het proces-verbaal van binnentreden in de woning [adres 3] ;
- het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van de verdovende middelen; [6]
- het proces-verbaal van bevindingen betreffende het onderzoek naar de telefoon van de verdachte; [7]
- het proces-verbaal van bevindingen over de aangetroffen softdrugs; [8]
- het proces-verbaal van onderzoek naar de verdovende middelen; [9]
- het proces-verbaal van bevindingen met de vindplaats van de verdovende middelen; [10]
- de rapporten NFiDENT met de uitslagen van de onderzochte harddrugs van het Nederlands Forensisch Instituut. [11]
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de aangetroffen hoeveelheid vloeistof moet worden omgerekend naar het soortelijk gewicht GHB. Dit maakt dat de rechtbank ‘in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB’ bewezenverklaard acht en niet de in de tenlastelegging opgenomen hoeveelheid aan grammen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
T.a.v. feit 1:
op 2 maart 2023 te Venray, aan de [adres 2] , als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, dat niet is aangewezen als consumentenvuurwerk, te weten:
- 1,37 kg knalvuurwerk (Lijst IIA) en
- 31 stuks flashbanger (Dumbum 120 db, NEM 1 gram) en
- 6 stuks flashbangers (mega black devil, NEM 4 gram) en
- 1 shell (mortierbom) en
- 1 vuurpijl (Signalrakete), NEM 39-41 gram en
- 3 stuks bangers (Super Cobra 6, 2022 Engels), NEM NFI 33,7 gram en
- 2 stuks bangers (Cobra 6), NEM NFI 43,1 gram en
- 3 stuks bangers (shock bull dogg) NEM 18 gram en
- 231 stuks bangers (Coloured flowers thunder cracker), NEM 2 gram
heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad;
T.a.v. feit 2:
op 2 maart 2023 te Venray, aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:
- ongeveer 64 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en
- ongeveer 710,06 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,
zijnde cocaïne, GHB en MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
T.a.v. feit 3:
op 2 maart 2023 te Venray aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:
- 411,40 gram (59,04 + 118,46 + 233,90 gram) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en
- 805,24 gram (86,26 + 65,63 + 1,96 + 651,39 gram) hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj),
zijnde hasjiesj, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
T.a.v. feit 1:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;
T.a.v. feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
T.a.v. feit 3:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Hierbij heeft hij de oplegging van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden gevorderd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de tenlastegelegde hoeveelheid GHB betwist. Dit is een vloeistof en kan daarom niet worden gelijkgesteld aan dezelfde hoeveelheid in grammen. De verdediging komt zodoende uiteindelijk uit op een hoeveelheid van slechts 2,4 kilogram GHB, wat een heel ander uitgangspunt geeft voor de strafmaat. De raadsvrouw heeft daarnaast verzocht om af te wijken van de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Zij heeft erop gewezen dat de verdachte geen strafblad heeft, hij vanaf het eerste moment heeft bekend, de reclassering positief is over de verdachte en de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, als de rechtbank in deze zaak al tot oplegging van een gevangenisstraf komt, er kan worden volstaan met een kortdurend onvoorwaardelijk strafdeel. Het opleggen van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf verdient de voorkeur, waarbij de verdachte bereid is om zich te conformeren aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft op 2 maart 2023 in de woning van zijn moeder samen met zijn moeder en (een) ander(en) een grote hoeveelheid hard- en softdrugs aanwezig gehad. Deze hoeveelheden drugs hebben een hoge straatwaarde, waardoor kan worden gesproken van een voorraad ten behoeve van professionele handel.
Daarnaast heeft de verdachte op diezelfde dag in zijn eigen woning ongeveer 275 stuks van verschillende soorten professioneel vuurwerk voorhanden gehad dan wel opgeslagen.
Het is een feit van algemene bekendheid dat met name harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van (zware) criminaliteit, waardoor de samenleving in ernstige mate schade wordt berokkend. Dat ook opslaan van professioneel vuurwerk gevaren voor de samenleving oplevert, blijkt wel uit de substantieel zwaardere of explosievere lading die dit vuurwerk bevat dan het vuurwerk dat aan consumenten verkocht mag worden. Door dit midden in een woonwijk en niet op de voorgeschreven wijze te bewaren heeft de verdachte een buitengewoon gevaarlijke situatie gecreëerd voor de omwonenden, zichzelf en zijn gezin (waaronder een jong kind). Bij een ontploffing, bijvoorbeeld in geval van een brand, waren de gevolgen niet te overzien geweest. Ook wordt dit illegale vuurwerk veelvuldig gebruikt in het criminele circuit voor bomaanslagen op winkels en woningen.
Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel slechts worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast heeft de rechtbank voor de straftoemeting aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) met betrekking tot het aanwezig hebben van 3.000 tot 4.000 gram harddrugs (trede 11). Hierbij wordt als uitgangspunt de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden genomen. De verdediging heeft er terecht op gewezen dat GHB een vloeistof is en dat de aangetroffen hoeveelheid grammen dient te worden omgerekend naar milliliters (zoals ook staat vermeld bij de oriëntatiepunten: 5 milliliter = 0,5 gram). De officier van justitie en de verdediging verschillen van mening over het uiteindelijke gewicht van de aangetroffen GHB, waarbij de officier van justitie uitkomt op een hoeveelheid van 2,6 kilogram GHB en de verdediging op een hoeveelheid van 2,4 kilogram GHB. De rechtbank concludeert dat wanneer de hoeveelheid aangetroffen grammen MDMA en cocaïne hierbij wordt opgeteld (samen een kleine 800 gram), dit hoe dan ook uitkomt op een hoeveelheid die binnen de bandbreedte van trede 11 van de oriëntatiepunten valt.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of zij in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overige omstandigheden van het geval, aanleiding ziet om van de bovengenoemde oriëntatiepunten af te wijken.
De verdachte is blijkens zijn strafblad niet eerder veroordeeld en is daarmee een
first offender. In het voordeel van de verdachte geldt bovendien dat hij vanaf het eerste moment bij de politie bekend heeft schuldig te zijn aan deze feiten, waarmee hij openheid van zaken heeft gegeven en de laakbaarheid van zijn eigen handelen lijkt in te zien.
Verder heeft de reclassering voor het laatst op 5 februari 2026 over de persoon van de verdachte gerapporteerd. Zij ziet iemand die verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen en de kans op recidive wordt mede hierdoor ingeschat als laag-gemiddeld. De verdachte vertoont geen pro-criminele houding en is tot op heden niet gerecidiveerd. Ook heeft hij de COVA+ training positief afgerond. Zijn gezin en de bereidheid tot medewerking aan woonbegeleiding zijn beschermende factoren. Het verslavingsverleden van de verdachte blijft echter een reëel risico, aangezien het middelengebruik nog altijd voortduurt. Het is gebleken dat een terugval in de middelen leidt tot slecht of helemaal geen contact met de reclassering. Daarnaast zijn er signalen die wijzen op beperkingen in het cognitief functioneren van de verdachte, waaronder een afgenomen SCIL en het niet afronden van zijn vmbo opleiding. Reclasseringsbemoeienis is daarom geïndiceerd om de verdachte te begeleiden bij het verder op orde krijgen van zijn leven en het versterken van zijn oplossingsvaardigheden. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de ingezette begeleiding volgens de reclassering doorbreken en zou daarbij een grote impact hebben op het gezin van de verdachte met jonge kinderen. Zij ziet bij de verdachte geen contra-indicaties voor het uitvoeren van een taakstraf.
Gezien deze bevindingen, is naar het oordeel van de rechtbank naast een onvoorwaardelijke straf ook een voorwaardelijk gedeelte van wezenlijk belang. Op die manier kunnen de geïndiceerde begeleiding en het toezicht worden gerealiseerd, terwijl de verdachte daardoor tevens een stok achter deur heeft om hem er van te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal hierbij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd.
Volgens de uitleg die de Hoge Raad heeft gegeven aan de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen 2 jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van verdachte en zijn advocaat op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
De redelijke termijn is in deze zaak aangevangen op de dag dat de verdachte in verzekering is gesteld en voor het eerst is verhoord, te weten 2 maart 2023. Omdat het eindvonnis op 23 februari 2026 wordt gewezen en de rechtbank niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn met (bijna) 1 jaar overschreden. De rechtbank weegt dit mee bij het bepalen van de op te leggen strafmodaliteit.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet (meer) opportuun is. Zij zal de verdachte daarom een taakstraf opleggen van 240 uren. De tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, zal bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering worden gebracht, naar rato van 2 uren per dag. Daarnaast legt de rechtbank de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij zal de rechtbank de hierna in de beslissing genoemde bijzondere voorwaarden opleggen.
De rechtbank heft, het voorgaande in ogenschouw genomen, op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van 2 uren per dag;
  • veroordeelt de veroordeelde tevens tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden;
  • bepaalt dat deze voorwaardelijke straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
  • stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
a.
Meldplicht bij reclassering (na afspraak)
Dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen zeven dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Slachthuisstraat 31 6041 CB in Roermond (telefoonnummer 088-8041501);
Aflossing schulden
De veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
Beheersing middelengebruik
Dat de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen genoemd lijst II (softdrugs) in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit een urineonderzoek, ademonderzoek of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
Ambulante begeleiding
Dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door De Rooyse Wissel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang en indien de reclassering de begeleiding nodig vindt. De zorgverlener bepaalt in overleg met de reclassering over de wijze van begeleiding;
Ambulante behandeling
Dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Rooyse Wissel of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang en indien de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling en zal zich onder andere richten op verslavingsproblematiek;
  • geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
Voorlopige hechtenis
- heft het tegen de veroordeelde verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. M. Landsman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M.A. Curfs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 februari 2026.
Buiten staat
Mr. M. Landsman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 2 maart 2023 te Venray, aan de [adres 2] ,
als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,
al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, dat niet is aangewezen als consumentenvuurwerk,
te weten
- 1,37 kg knalvuurwerk (Lijst IIA) en/of
- 31, althans een of meer stuks flashbanger (Dumbum 120 db, NEM 1 gram) en/of
- 6, althans een of meer stuks flashbangers (mega black devil, NEM 4 gram) en/of
- 1 shell (mortierbom) en/of
- 1 vuurpijl (Signalrakete), NEM 39-41 gram en/of
- 3, althans een of meer stuks bangers (Super Cobra 6, 2022 Engels), NEM NFI 33,7 gram en/of
- 2, althans een of meer stuks bangers (Cobra 6), NEM NFI 43,1 gram en/of
- 3, althans een of meer stuks bangers (shock bull dogg) NEM 18 gram en/of
- 231, althans een of meer stuks Bangers (Coloured flowers thunder cracker), NEM 2 gram
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;
T.a.v. feit 2:
hij op of omstreeks 2 maart 2023 te Venray, aan de [adres 3] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
- ongeveer 64 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
- ongeveer 30.330,97 gram GHB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en/of
- ongeveer 710,06 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,
zijnde cocaïne en/of GHB en/of MDMA,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
T.a.v. feit 3:
hij op of omstreeks 2 maart 2023 te Venray aan de [adres 3] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad:
- 411,40 gram (59,04 + 118,46 + 233,90 gram) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of
- 805,24 gram (86,26 + 65,63 + 1,96 + 651,39 gram) hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj),
zijnde hasjiesj,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2023033034, gesloten d.d. 24 mei 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 551.
2.Het proces-verbaal van binnentreden in woning d.d. 2 maart 2023, pg. 37.
3.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 maart 2023, pg. 44.
4.Het proces-verbaal van onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 24 mei 2023, pg. 419-451.
5.Het proces-verbaal van binnentreden in woning d.d. 2 maart 2023, pg. 100.
6.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 maart 2023, pg. 107-108.
7.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 maart 2023, pg. 97.
8.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 maart 2023, pg. 238-240.
9.Het proces-verbaal van onderzoek naar de verdovende middelen d.d. 20 maart 2023, pg. 290-299.
10.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2023, pg. 284-285.
11.De rapporten van NFiDENT d.d. 16 maart 2023, pg. 300-305.