ECLI:NL:RBLIM:2026:1788

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
11373461 \ CV EXPL 24-5783
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van Leeuwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling factuur werkzaamheden bedrijfspand toegewezen, schadeverhaal op privé-persoon afgewezen

In deze civiele bodemzaak vordert [persoon 1], handelend onder de naam [bedrijf 1], betaling van een factuur van €6.013,70 voor werkzaamheden aan de elektrische installatie van het bedrijfspand van Cooloo B.V. te [plaats 1]. Cooloo heeft deze factuur niet betaald en voert verweer. Daarnaast vordert Cooloo in reconventie schadevergoeding wegens waterschade aan het souterrain van de woning van [persoon 2], middellijk eigenaar van Cooloo.

De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden aan het bedrijfspand naar behoren zijn uitgevoerd en dat Cooloo de factuur dient te voldoen. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de schade niet door Cooloo is geleden, maar door [persoon 2] privé, die ook de opdrachtgever was voor de werkzaamheden aan de woning. Verrekening tussen de partijen is niet mogelijk omdat het verschillende rechtspersonen betreft.

De rechtbank veroordeelt Cooloo tot betaling van de factuur vermeerderd met wettelijke rente en een forfaitair bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten. Tevens wordt Cooloo veroordeeld in de proceskosten van zowel de conventie als de reconventie. De vorderingen van Cooloo in reconventie worden afgewezen.

Uitkomst: Cooloo wordt veroordeeld tot betaling van de factuur en wettelijke rente, terwijl de schadevordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11373461 \ CV EXPL 24-5783
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[persoon 1] , ho.d.n. [bedrijf 1] ,
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [persoon 1] ,
gemachtigde: HIB Incasso en Bemiddeling,
tegen
COOLOO B.V.,
te Wanssum,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Cooloo,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de brief van 8 april 2025 van Cooloo waarbij aanvullende stukken zijn overgelegd
- de brief van 18 april 2025 van Cooloo waarbij aanvullende stukken zijn overgelegd
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie
- de mondelinge behandeling van 23 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de akte van Cooloo
- de akte van [persoon 1]
- de akte van Cooloo.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[persoon 1] heeft in 2023 in opdracht en voor rekening van Cooloo werkzaamheden verricht aan de elektrische installatie van het bedrijfspand van Cooloo in [plaats 1] . Daarbij zijn ook materialen geleverd. [persoon 1] heeft middels een factuur van 27 november 2023 ten bedrage van € 6.013,70 een en ander in rekening gebracht bij Cooloo. Cooloo heeft de factuur niet betaald.
2.2.
Middellijk eigenaar van Cooloo is [persoon 2] . [persoon 2] woont aan het [adres] . Ook op dit adres heeft [persoon 1] werkzaamheden verricht. [persoon 1] heeft in dat verband onder andere een elektriciteitskabel van buiten de woning naar binnen getrokken, naar het souterrain. Daarvoor heeft hij een gat gemaakt in de buitenmuur van de woning. Dat gat heeft hij verzuimd daarna dicht te maken. [persoon 2] stelt dat als gevolg van een hevige regenbui regenwater door dat gat het souterrain is binnengelopen. Daarbij zou schade aan het interieur ontstaan zijn.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[persoon 1] vordert - samengevat - veroordeling van Cooloo tot betaling van € 7.039,31 (€ 6.013,70 aan hoofdsom, € 349,92 aan rente tot en met 31 mei 2024 en € 675,69 aan buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Cooloo voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [persoon 1] , met veroordeling van [persoon 1] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
Cooloo vordert - samengevat - veroordeling van [persoon 1] tot betaling van € 15.644,47, vermeerderd met rente en kosten.
3.5.
[persoon 1] voert verweer. [persoon 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Cooloo, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Cooloo, met veroordeling van Cooloo in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
De werkzaamheden aan het bedrijfspand van Cooloo in [plaats 1]
4.2.
In de dagvaarding bespreekt [persoon 1] een punt van kritiek dat Cooloo zou hebben op de uitgevoerde werkzaamheden in [plaats 1] (stroomgroep valt uit wegens overbelasting). Echter, zowel in de conclusie van antwoord als in de stellingen die zij inneemt over de reconventie benoemt Cooloo deze kritiek niet. Mogelijk bespreekt Cooloo deze kritiek in één van de producties die zij overlegt maar het is niet de taak van de kantonrechter om in producties op zoek te gaan naar mogelijke verweren van Cooloo. Zij had die duidelijk in haar processtuk naar voren moeten brengen. Nu dit niet is gebeurd staat in rechte vast dat de werkzaamheden aan het bedrijfspand in [plaats 1] naar behoren zijn verricht. De factuur ad € 6.013,70 is dan ook in beginsel verschuldigd.
De werkzaamheden aan de woning in [plaats 2]
4.3.
Vast staat dat [persoon 1] ook gewerkt heeft in de woning te [plaats 2]. Daarbij zou van alles zijn misgegaan. Cooloo stelt daardoor schade te hebben geleden en wenst deze op [persoon 1] te verhalen. In de eerste plaats door verrekening met de factuur ad € 6.013,70 en in de tweede plaats door het instellen van een zelfstandige vordering in reconventie.
[persoon 1] stelt echter dat Cooloo geen partij was bij deze overeenkomst maar [persoon 2] in privé en dat Cooloo bovendien geen schade heeft geleden. Als er al schade is ontstaan door zijn toedoen, dan is die door [persoon 2] in privé geleden.
4.4.
Verrekening is enkel mogelijk tussen dezelfde (rechts)personen. Ook al is [persoon 2] (middellijk) eigenaar van Cooloo, dan nog is hij geen partij in de eventuele relatie [persoon 1] – Cooloo. En dus kan hij schade die geleden zou zijn door [persoon 2] niet tegen [persoon 1] aanvoeren in de procedure tussen Cooloo en [persoon 1] . Evenmin kan Cooloo in reconventie schade verhalen op [persoon 1] die niet door haar maar door [persoon 2] in privé is geleden.
De kantonrechter zal dus eerst moeten vaststellen wie contractspartij is van [persoon 1] betreffende de werkzaamheden aan de woning in [plaats 2], [persoon 2] of Cooloo, en wie de eventuele schade heeft geleden.
4.5.
In dat verband heeft de kantonrechter gelet op de navolgende feiten en/of omstandigheden die in dit dossier naar voren zijn gekomen:
  • De woning [adres] is eigendom van de heer en mevrouw [persoon 2] .
  • De factuur voor de werkzaamheden aan het bedrijfspand is gericht aan Cooloo te [plaats 1] en de factuur voor de werkzaamheden aan de woning aan mw. [persoon 2] te [plaats 2]. Enige tijd na de facturering heeft mw. [persoon 2] aangegeven dat zij deze factuur geadresseerd wil hebben op Cooloo.
  • Op 2 augustus 2023 schrijft [familie] een brief waarin zij [persoon 1] aansprakelijk stelt voor de lekkage in het souterrain. Hierin wordt gesteld “dat wij jou hebben gevraagd werkzaamheden te verrichten op het adres [adres]”. De brief is ondertekend met “[familie] , [adres]”.
  • LVK Allround factureert het herstel van de gietvloer in het souterrain aan mw. [persoon 2] te [plaats 2].
  • Bij brief van 15 januari 2024 volgt een opstelling van de totale schade aan het souterrain. Deze brief is ondertekend met “[persoon 2] , [adres]”.
  • Op 31 oktober 2024 verstrekt [bedrijf 2] een schadevoorstel betreffende de beschadigde meubels en tapijten in het souterrain aan mw. [persoon 2] . Daarvoor wordt het e-mail adres “[e-mail]” gebruikt. De schadebedragen zijn vermeld met btw en er wordt expliciet aangegeven dat de btw niet kan worden verrekend.
  • Op 23 december 2024 bericht de schadeafwikkelaar aan [persoon 2] te [plaats 2] dat een uitkering volgt ter zake de waterschade in de kelder. Uitbetaling vindt plaats op een en/of rekening van [persoon 2] en [persoon 3].
  • Op 18 april 2025 verstrekt [bedrijf 2] een schadevoorstel betreffende het beschadigde stucwerk in het souterrain aan mw. [persoon 2] . Daarvoor gebruikt men het e-mail adres “[e-mail]”. De schadebedragen zijn vermeld met btw en er wordt expliciet aangegeven dat de btw niet kan worden verrekend.
4.6.
Wat concludeert de kantonrechter op grond van deze omstandigheden.
[persoon 1] heeft de werkzaamheden aan het pand te [plaats 2] gefactureerd aan [persoon 2] privé. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij daarover verklaard dat alle contacten zijn onderhouden met mw. [persoon 2] en dat daarbij Cooloo nimmer ter sprake is gekomen. Later vroeg mw. [persoon 2] om de factuur op de naam van de vennootschap te zetten. Dat komt wel vaker voor bij mensen die een vennootschap hebben, aldus [persoon 1] , maar betekent niets voor de vraag wie opdrachtgever is. De kantonrechter stelt vast dat [persoon 2] bij het verzoek om de factuur te adresseren aan de vennootschap in ieder geval niet heeft aangegeven dat deze aan de verkeerde partij zou zijn gericht en dat Cooloo de opdrachtgeefster zou moeten zijn.
4.7.
Later, in de brief van 15 januari 2024, stelt [persoon 2] “wij hebben de opdracht gegeven” waarbij wordt ondertekend met “[persoon 2] , [adres]” en niet met, bijvoorbeeld, met Cooloo. “Wij” moet dan wel [persoon 2] in privé zijn, wat overigens ook strookt met wat [persoon 1] heeft verklaard. De bewering dat Cooloo de opdrachtgeefster was voor de werkzaamheden van [persoon 1] in de woning van [persoon 2] stuit hierop af.
4.8.
Los hiervan volgt uit de aangehaalde feiten en omstandigheden ook dat het niet Cooloo is die de schade heeft geleden. Immers, de kosten van herstel van de gietvloer worden gefactureerd aan [persoon 2] privé, [persoon 2] privé vordert de schade vervolgens bij [persoon 1] , de schade-expert becijfert de schade inclusief btw en geeft zelfs expliciet aan dat btw niet verhaald kan worden (dus moet de partij die nadeel ondervonden heeft een privé persoon zijn en geen bedrijf) en uitbetalingen vinden ook plaats aan [persoon 2] privé. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt daaruit overtuigend dat – zo al vast zou staan dat [persoon 1] schade heeft veroorzaakt in de woning [adres] – de daaruit volgende schade niet door Coloo is geleden. Cooloo kan dus ook geen schade verrekenen met een vordering van [persoon 1] op haar of deze schade zelfstandig verhalen op [persoon 1] .
4.9.
De conclusie is dat Cooloo gehouden is de factuur van [persoon 1] ad € 6.013,70 te voldoen. Omdat er te laat is betaald, is verzuim ingetreden en is Cooloo de gevorderde wettelijke rente verschuldigd. Dit deel van de vordering wordt daarom ook toegewezen.
4.10.
Voor de gevorderde buitengerechtelijke kosten geldt het volgende. [persoon 1] heeft zijn vordering niet gemotiveerd en onderbouwd, zodat de gevorderde incassokosten in beginsel moeten worden afgewezen Omdat er echter sprake is van een handelsovereenkomst die op of na 16 maart 2013 is gesloten, waarbij de betalingstermijn is verstreken, is op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 4 BW Pro een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar.
4.11.
De reconventionele vordering van Cooloo op [persoon 1] zal worden afgewezen.
4.12.
Cooloo is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [persoon 1] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
139,42
- griffierecht
248,00
- salaris gemachtigde in conventie
900,00
(2,5 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.431,42
4.13.
Cooloo is in reconventie ook in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de hiermee verband houdende proceskosten betalen. De proceskosten van [persoon 1] worden begroot op € 360,00 (2 x 0,5 x € 360,00).

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt Cooloo om aan [persoon 1] te betalen een bedrag van € 6.363,62, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 6.013,70, met ingang van 1 juni 2024, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Cooloo in de proceskosten van € 1.431,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
5.3.
wijst de vorderingen van Cooloo af,
5.4.
veroordeelt Cooloo in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
5.5.
veroordeelt Cooloo tot betaling van de kosten van betekening als Cooloo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1, 5.2 en 5.4 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.