ECLI:NL:RBLIM:2026:1754

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/03/349132 / KG ZA 26-32
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Etman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:37 BWArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Contactverbod toegewezen in burenruzie wegens onrechtmatige hinder

Eisers en gedaagden zijn buren met een langdurig conflict over wederzijdse overlast, waaronder bedreigingen, vernielingen en geluidsoverlast. Eisers hebben meerdere sommaties gestuurd en aangiftes gedaan, maar de overlast bleef voortduren. Eisers vorderen een contactverbod en een verbod op geluidsoverlast en rommel op hun perceel, met dwangsommen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat eisers een spoedeisend belang hebben vanwege de ernstige impact van de overlast, waaronder psychische klachten. Gedaagden hebben geen verweer gevoerd tegen het contactverbod, dat daarom wordt toegewezen zonder dwangsom. Het verbod op geluidsoverlast en rommel wordt afgewezen omdat de overlast niet onrechtmatig is gebleken binnen de kort gedingprocedure.

De rechter weegt mee dat buren een zekere mate van hinder moeten dulden en dat de camerabeelden onvoldoende bewijs leveren voor ernstige en structurele hinder. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Contactverbod wordt toegewezen, verbod op geluidsoverlast en rommel wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/349132 / KG ZA 26-32
Vonnis in kort geding van 23 februari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] , en

2.
[eiser 2],
beiden wonende te [plaats] ,
eisers,
advocaat: mr. K.D. Regter,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. E.H.C.K. Reijans,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [plaats] ,
verschenen zonder advocaat,
gedaagden.
Partijen zullen hierna [eisers] (afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] ) en [gedaagden] (afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ) genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 7,
- de akte depot van de usb-stick met beeldmateriaal van [eisers] ,
- de producties 1 tot en met 6 van [gedaagde 1] ,
- de producties 9 en 10 van [eisers] , [1] - de mondelinge behandeling van 17 februari 2026,
- de wijziging van eis van mr. Regter,
- de spreekaantekeningen van mr. Regter,
- de spreekaantekeningen van mr. Reijans.
1.2.
Vervolgens is het vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.
[eisers] en [gedaagde 1] zijn buren van elkaar. [eisers] wonen aan [adres 1] en [gedaagde 1] aan [adres 2] . [gedaagde 2] heeft een relatie met [gedaagde 1] en hij verblijft regelmatig in haar woning. [eisers] en [gedaagde 1] huren hun woningen van stichting Woonpunt.
2.2.
Partijen hebben sinds een aantal jaren een conflict met elkaar, omdat zij over en weer (geluids)overlast van elkaar ervaren.
2.3.
[eisers] hebben de door hen ervaren overlast aangekaart bij stichting Woonpunt. [eiser 1] heeft verder jegens [gedaagde 1] twee aangiftes van bedreiging en een aangifte van vernieling gedaan. [gedaagde 1] heeft jegens [eiser 1] aangifte van belediging gedaan nadat hij een klacht over haar had ingediend bij haar werkgever. Het Openbaar Ministerie heeft besloten om niet tot vervolging over te gaan.
2.4.
De advocaat van [eisers] heeft [gedaagde 1] bij brief van 22 mei 2025 gesommeerd om het veroorzaken van overlast te staken en gestaakt te houden. In de brief is beschreven dat de overlast bestaat uit voortdurende en/of herhaalde vernielingen, bedreigingen, gescheld, geluidsoverlast, bedreiging, met een bromfiets hard over de stoep rijden en met piepende banden tot stilstand komen of veel lawaai, rook en stank veroorzaken met die bromfiets in de achtertuin en het vernielen van de haag.
2.5.
Medio 2025 heeft stichting Woonpunt [eisers] en [gedaagde 1] een officiële waarschuwing gegeven en hen beiden erop gewezen dat zij zich als een goed huurder moeten gedragen.
2.6.
Bij brief van 6 januari 2026 heeft de advocaat van [eisers] opnieuw gesommeerd om het wangedrag te staken en gestaakt te houden.
2.7.
[gedaagden] hebben niet op de sommaties gereageerd.

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vorderen, na wijziging van eis, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagden] verbiedt om in persoon, telefonisch, per post, per e-mail, of ander elektronisch medium, of op welke wijze dan ook, in contact te (doen) treden met [eiser 1] en/of [eiser 2] , althans een zodanige voorziening te treffen zoals de voorzieningenrechter in goede justitie mag vernemen te behoren,
II. [gedaagden] verbiedt om gedurende vijf jaren na betekening van dit vonnis om enige overlast door geluid en/of (ander) gedrag te veroorzaken en/of rommel/afval/blaadjes op het terrein van [eiser 1] en/of [eiser 2] te gooien/vegen/brengen althans (telkens) een zodanige voorziening te treffen zoals de voorzieningenrechter in goede justitie mag vernemen te behoren,
III. een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 per keer met een maximum van € 25.000,00, althans een zodanig bedrag en een zodanig maximum dat de voorzieningenrechter in goede justitie mag vernemen te behoren,
IV. met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure.
3.2.
[gedaagden] voeren verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Eiswijziging
4.1.
[eisers] hebben met instemming van [gedaagden] hun vorderingen gewijzigd tijdens de mondelinge behandeling. De voorzieningenrechter heeft deze eiswijziging toegelaten en zal recht doen op basis van de gewijzigde eis.
Spoedeisend belang
4.2.
[eisers] stellen dat zij een spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen, omdat er sprake is van voortdurende, ernstige overlast. De incidenten met het vuurwerk rond de jaarwisseling waren voor [eisers] de druppel die de emmer deed overlopen.
4.3.
[gedaagde 1] betwist dat [eisers] een spoedeisend belang hebben.
4.4.
[eisers] hebben naar het oordeel van de voorzieningenrecht gemotiveerd toegelicht dat zij de overlast als zodanig ernstig ervaren, dat zij op zoek zijn naar een nieuwe woning en [eiser 2] door de ervaren spanningen met [gedaagden] inmiddels onder behandeling is bij een psycholoog. Gelet op de impact die de huidige burenrelatie op [eisers] heeft, is het spoedeisend belang bij een vordering in kort geding voldoende aangetoond.
Contactverbod en verbod (geluids)overlast
Standpunten partijen
4.5.
[eisers] stellen zich op het standpunt dat zij voortdurend overlast hebben van [gedaagden] . De overlast blijft ook na de aangiftes bij de politie en de melding bij stichting Woonpunt voortduren. Volgens [eisers] is de overlast zodanig ernstig dat deze als onrechtmatig kan worden aangemerkt. De overlast bestaat enerzijds uit bedreigingen en gescheld en anderzijds uit voortdurende en/of herhaalde vernielingen, geluidsoverlast van de bromfiets van de zoon van [gedaagde 1] , met een bromfiets of fatbike hard over de stoep rijden en met piepende banden tot stilstand komen of veel lawaai, rook en stank veroorzaken met die bromfiets in de achtertuin, met een ladder over de schutting kijken en het gooien en/of vegen van rommel/afval/bladeren op hun perceel. Ter onderbouwing van deze stelling hebben [eisers] camerabeelden overgelegd.
4.6.
[gedaagden] hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard geen bezwaar te hebben tegen het contactverbod, omdat zij zelf geen contact met [eisers] willen. Wel betwisten zij de noodzaak van dwangsommen. [gedaagde 1] betwist dat er sprake is van dermate ernstige overlast dat deze als onrechtmatig kan worden gezien. [gedaagden] betwisten dat zij [eisers] hebben uitgescholden en dat zij bladeren en/of vuurwerk op het perceel van [eisers] hebben gegooid. [gedaagde 1] heeft verklaard dat alleen een enkele keer sprake is geweest van geluidsoverlast van de bromfiets van haar zoon doordat hij een “burn-out” maakte. Ook erkent zij dat ze een keer met een ladder over de schutting heeft gekeken om foto’s te maken van de camera’s, bevestigd aan de woning van [eisers] , die op haar perceel gericht stonden.
Rechtsvraag
4.7.
Tussen partijen is in geschil of de ondervonden overlast zodanig ernstig van aard is dat die overlast als onrechtmatig moet worden beschouwd, en of, gelet op de ernst van de overlast, een contactverbod op straffe van een dwangsom gerechtvaardigd is.
Contactverbod
4.8.
Vooropgesteld wordt dat een contactverbod alleen kan worden toegewezen als sprake is van handelingen van dermate ernstige aard dat deze als onrechtmatig aangemerkt kunnen worden en er gevaar is voor herhaling daarvan. Bij de beoordeling van de vraag of een contactverbod gerechtvaardigd is, moet de voorzieningenrechter alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen. Het is daarbij aan [eisers] om het gestelde onrechtmatig handelen van [gedaagden] en het gevaar voor herhaling daarvan aannemelijk te maken.
4.9.
Nu [gedaagden] tegen de gevorderde oplegging van het contactverbod geen verweer hebben gevoerd, is vordering I toewijsbaar. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan het contactverbod een dwangsom te verbinden. Hoewel [eisers] stellen overlast te ervaren, kan op basis van de overgelegde camerabeelden, in samenhang met de betwisting van [gedaagde 1] , binnen het bestek van dit kort geding de gestelde ernstige en structurele hinder niet worden vastgesteld. Voor nadere bewijslevering is in dit kort geding geen plaats. De voorzieningenrechter zal om die reden aan het contactverbod geen dwangsom zoals onder III is gevorderd, verbinden.
Verbod (geluids)overlast
4.10.
Voor de beoordeling van het onder II gevorderde zal moeten worden bezien of er sprake is van onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW Pro in verbinding met artikel 6:162 BW Pro. De beantwoording van deze vraag hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder ook de plaatselijke omstandigheden. Hierbij is van belang dat niet alle hinder onrechtmatig is. Buren hebben een zekere mate van hinder van elkaar te dulden.
4.11.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit kort geding niet is komen vast te staan dat de door [eisers] ervaren geluidsoverlast, veroorzaakt door het gebruik van een bladblazer en een grasmaaier van [gedaagden] , zodanig ernstig is dat deze als onrechtmatig kan worden aangemerkt. Dit geldt ook voor de gestelde overlast op hun perceel van rommel en/of afval en/of bladeren. Uit de overgelegde camerabeelden blijkt dat [gedaagde 2] met de bladblazer bladeren bijeen blaast op openbaar en/of eigen terrein. Niet gebleken is dat [gedaagden] dan wel één van hen rommel en/of afval en/of bladeren op het perceel van [eisers] hebben geblazen of gegooid. Daarbij heeft [gedaagde 1] onweersproken gesteld dat de bladeren de eerstvolgende dag door de gemeente zijn opgehaald. [gedaagde 1] heeft verder tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij de ladder eenmalig heeft gebruikt om foto’s te maken als bewijs dat er onrechtmatig camera’s op haar perceel waren gericht. Uit de overgelegde camerabeelden blijkt dat in ieder geval één camera van [eisers] volledig zicht had op het perceel van [gedaagde 1] . [eisers] hebben dat erkend en zij hebben om die reden de bewuste camera naderhand verwijderd. Tegen die achtergrond kan dit handelen van [gedaagde 1] daarom niet als onrechtmatige hinder worden aangemerkt. Voorts is de bromfiets, die hoorbaar is op de camerabeelden, en die op de openbare weg staat, van de zoon van [gedaagde 1] . Van onrechtmatig handelen van [gedaagden] in dat verband is niet gebleken. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat, binnen het bestek van dit kort geding, niet kan worden vastgesteld dat het handelen van [gedaagden] zodanige hinder jegens [eisers] oplevert dat het als onrechtmatig kan worden beschouwd. De voorzieningenrechter zal om die reden vordering II afwijzen, waardoor ook geen grond bestaat voor het opleggen van een dwangsom zoals onder III is gevorderd.
Proceskosten
4.12.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verbiedt [gedaagden] om in persoon, telefonisch, per post, per e-mail, of ander elektronisch medium, of op welke wijze dan ook, in contact te (doen) treden met [eiser 1] en/of [eiser 2] ,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026.

Voetnoten

1.Er is geen productie 8 ingediend door [eisers]