Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
2.De feiten
- dat de erflaatster bij testament heeft bepaald dat de zoon gerechtigd is tot het ontvangen van € 25.000,00 bij het bereiken van de 23-jarige leeftijd,
- dat er al substantiële delen van het erfdeel zijn aangewend ten behoeve van de zoon,
- dat de nalatenschap na herberekening vast te stellen is op € 11.100,00,
- dat dit bedrag aan de zoon zal worden uitgekeerd uiterlijk op 26 juni 2026 ter finale kwijting.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Een vereffenaar heeft tot taak de nalatenschap als een goed vereffenaar te beheren en te vereffenen’. De vereffenaar dient daartoe met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te maken (4:211 lid 3 BW). Op grond van artikel 4:199 lid 2 BW Pro dient een erfgenaam/vereffenaar een negatief nalatenschapssaldo ten spoedigste aan de kantonrechter te melden.
Overwegende dat:
[erflaatster] bij testament heeft bepaald; dat haar zoon, de erfgenaam, gerechtigd is tot het ontvangen van een bedrag van € 25.000,-, aan hem uit te keren bij het bereiken van de leeftijd van 23 jaar.
- Hierdoor het oorspronkelijk bedrag van € 25.000,- niet langer beschikbaar is.
- De bewindvoerder in overleg met enkele deskundigen en adviseurs, tot een herberekening is gekomen, op basis waarvan de, nog resterende, nalatenschap vast te stellen is op € 11.100,00.”
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)