De rechtbank Limburg heeft op 20 februari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal van een elektrische fiets op 22 oktober 2025 te Heerlen. De verdachte heeft het feit ter terechtzitting bekend, waarna de rechtbank het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen achtte.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte strafbaar is en dat er geen omstandigheden zijn die de strafbaarheid uitsluiten. Gezien het strafblad van de verdachte met meerdere eerdere vrijheidsbenemende straffen en het hoge recidiverisico, zoals vastgesteld in reclasseringsrapporten, werd voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een ISD-maatregel.
De verdediging verzocht om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met klinische opname en begeleid wonen, maar de rechtbank volgde de aanbeveling van de reclassering die een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar adviseerde. De rechtbank wees de schadevordering van de benadeelde partij af wegens onvoldoende onderbouwing en verwees deze naar de civiele rechter.
De rechtbank legde de onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op zonder aftrek van voorarrest, met het oog op de verslavingsproblematiek van de verdachte en de noodzaak tot langdurige behandeling ter bescherming van de samenleving.