De rechtbank Limburg heeft op 20 februari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die op 4 augustus 2025 in Geleen voorbereidingen trof voor brandstichting. De verdachte had een jerrycan met benzine, lucifers, afgescheurde doeken en snoeiafval bij zich, bestemd om brand te stichten bij een woning. De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte deze voorwerpen met het oog op brandstichting bij zich had.
De verdediging voerde aan dat sprake was van vrijwillige terugtred omdat de verdachte de brand niet daadwerkelijk zou hebben aangestoken, ook als de politie niet was gekomen. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de voorbereiding al voltooid was en de verdachte geen actieve handeling had verricht om de voorbereiding ongedaan te maken.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van het feit, het gevaar voor de bewoners, waaronder kinderen, het blanco strafblad van de verdachte en zijn meewerkende houding. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.