ECLI:NL:RBLIM:2026:1664

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
ROE 25/72
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.8 Bouwbesluit 2012Art. 3.11 Regeling Bouwbesluit 2012Art. 4.3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 8:57 AwbOmgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering handhaving geluidnormen buitenunits airco en warmtepomp

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal om niet handhavend op te treden tegen de plaatsing van buitenunits van airco's en een warmtepomp bij zijn buren vanwege geluidhinder.

De rechtbank heeft beoordeeld of de buitenunits voldoen aan de geluidnorm zoals gesteld in artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012, waarbij het college zich heeft gebaseerd op berekeningen met de door de rijksoverheid ontwikkelde rekentool en het advies van de deskundige Target Advies.

Eiser voerde diverse argumenten aan tegen de juistheid van de berekeningen en het advies, waaronder de cumulatie van geluid, het gebruik van stille modus, onjuiste invoergegevens en tonaal geluid. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten onvoldoende onderbouwd waren en dat het college terecht mocht afgaan op het deskundigenadvies.

Daarnaast is een nadere beoordeling met een geavanceerder softwareprogramma (Geomilieu 2025) uitgevoerd, die eveneens bevestigde dat de geluidnorm niet wordt overschreden. De rechtbank concludeert dat het college terecht heeft besloten geen handhavend op te treden en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot handhaving van geluidnormen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/72

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026

in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats 1] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ).
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel:
1.
[derde-partij 1] en [derde-partij 2], uit [woonplaats 2] , en
2.
[derde-partij 3] en [derde-partij 4], uit [woonplaats 3] (gemachtigde: [gemachtigde 2] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de weigering door het college om handhavend op te treden tegen de plaatsing door de derde-partijen van buitenunits van airco's en warmtepomp vanwege geluidhinder. Eiser is het daar niet mee eens.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het standpunt van het college dat geen sprake is van overtredingen onjuist is. Het college heeft de aanvraag van eiser om handhavend op te treden, terecht afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 22 december 2023 een aanvraag ingediend om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van twee buitenunits van airco’s bij zijn buren (derde-partijen onder 1) aan de ene kant, en tegen de aanwezigheid van een buitenunit van een warmtepomp bij zijn buren (derde-partijen onder 2) aan de andere kant.
2.1.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 3 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 26 november 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 19 november 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van het college, derde-partijen en de gemachtigde van derde-partijen onder 2. Van de kant van het college is ook verschenen [naam] van Target Advies.
2.4.
Eiser heeft nadien schriftelijk gereageerd op de ter zitting door het college overgelegde memo van Target Advies. Het college en de gemachtigde van derde-partijen onder 2 hebben vervolgens daarop gereageerd.
2.5.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht op een nadere zitting te worden gehoord, waarna de rechtbank het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om handhaving van de Wabo is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. Nu het verzoek om handhaving dateert van vóór 1 januari 2024 is in dit geval de Wabo van toepassing.
4. De rechtbank stelt voorop dat alleen als sprake is van een overtreding, het college bevoegd is om handhavend op te treden tegen de geluidhinder die eiser ervaart van de buitenunits van zijn buren. Beoordeeld dient daarom te worden of de buitenunits voldoen aan de wettelijke norm.
5. Die wettelijke norm is neergelegd in artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012. Daarin is bepaald dat een installatie voor warmte- of koude-opwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB veroorzaakt, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (hierna: HMRI). Zoals het college terecht heeft opgemerkt, is het – anders dan eiser wenst –niet vereist dat het geluidniveau wordt gemeten: ook een berekening kan toereikend zijn om te beoordelen of aan de norm wordt voldaan. Ter bepaling of aannemelijk is dat wordt voldaan aan de geluidnorm, is door de rijksoverheid de ‘Rekentool geluid warmtepompen en airco’s’ beschikbaar gesteld. Voor de rekentool is een handleiding opgesteld (hierna: handleiding rekentool).
6. De derde-partijen hebben de rekentool ingevuld en de berekeningen aan het college overgelegd. Target Advies heeft in opdracht van het college beoordeeld of de rekentool is ingevuld in overeenstemming met de handleiding rekentool en (na aanpassing en aanvulling van de berekeningen door derde-partijen) geadviseerd om daarmee akkoord te gaan. Het college heeft het advies van Target Advies overgenomen en vastgesteld dat er geen overschrijding is van de geluidnorm van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012.
7. De rechtbank overweegt dat een bestuursorgaan op het advies van een deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. [1] Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat Target Advies een geluidsdeskundige is, op wiens advies het college in beginsel mag afgaan.
8. Eiser stelt dat de conclusie van Target Advies dat op basis van de door derde-partijen ingevulde rekentool kan worden vastgesteld dat de geluidnorm niet wordt overschreden, onjuist is. Daartoe voert eiser diverse, gedetailleerde argumenten aan.
9. De rechtbank stelt vast dat een deel van de argumenten van eiser niet kan slagen omdat de wijze van berekenen volgt uit de toepasselijke regelgeving. Zo betoogt eiser dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de cumulatie van geluid door de twee airco’s. De rechtbank stelt echter vast dat de norm van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 ziet op ‘een installatie’. Dat het geluidniveau is bepaald per airco en niet voor beide airco’s samen, is dan ook niet in strijd met deze bepaling. Ook betoogt eiser dat ten onrechte is uitgegaan van de aftrek van 5 dB vanwege de stille modus. Wat betreft de airco’s heeft eiser erop gewezen dat het apparaat niet beschikt over een stille modus bij verwarmen. En wat betreft de warmtepomp heeft eiser erop gewezen dat geen geluidgegevens bekend zijn en dat het gebruik van de stille modus niet geborgd is. De rechtbank stelt vast dat uit artikel 3.11, tweede lid, van de Regeling Bouwbesluit 2012 volgt dat bij de toepassing van de HMRI wordt voldaan aan de nadere voorschriften die zijn opgenomen in bijlage VIII van deze regeling. Onder c van bijlage VIII is bepaald dat indien een installatie een afzonderlijke instelling heeft voor de avond- en nachtperiode (19:00 - 7:00 uur), het gemeten geluidsniveau in de dagperiode (7:00 - 19:00 uur) dan wordt gecorrigeerd met -5 dB. Dat een correctie is toegepast vanwege de stille modus is dan ook in overeenstemming met de regelgeving. Wat betreft de stelling van eiser dat ten onrechte is gerekend met de geluidbron als puntbron, overweegt de rechtbank dat eiser heeft erkend dat dit in overeenstemming is met de rekentool en de handleiding ervan. Hetzelfde geldt voor de klacht dat in de rekentool geen rekening wordt gehouden met de overkapping en gevelreflecties. Voor zover eiser het niet eens is met de regelgeving, ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat het college deze niet mocht toepassen.
10. Eiser voert verder aan dat onjuiste invoergegevens zijn gebruikt. Zo zijn de geluidgegevens die zijn ingevuld voor de airco’s niet herleidbaar en is voor de geluidgegevens van de warmtepomp uitgegaan van een ander type dan feitelijk is geplaatst. De rechtbank is echter van oordeel dat eiser hiermee nog niet heeft aangetoond dat de gebruikte geluidgegevens onjuist zijn en dat daarvan bij het invullen van de rekentool niet mocht worden uitgegaan. Verder voert eiser aan dat sprake is van tonaal geluid en dat de tonaliteitsopgave van de fabrikant gecontroleerd had moeten worden. Target Advies heeft erop gewezen dat in het algemeen bij airco’s en warmtepompen niet wordt uitgegaan van tonaal geluid. De enkele stelling van eiser dat in dit geval daarvan wel sprake is, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de beoordeling van de berekeningen onjuist te achten. Ook voert eiser aan dat de omkasting van de airco’s zodanig is dat geen sprake is van demping. Hierover heeft Target Advies overwogen dat is uitgegaan van een reductie van 3 dB omdat de omkasting voor meer dan 50% is gesloten, terwijl de reductie volgens de fabrikant 6 dB bedraagt, zodat de geluidbelasting in de praktijk op de erfgrens waarschijnlijk nog lager zal liggen dan berekend. De rechtbank acht dit voldoende begrijpelijk en ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het college niet mocht afgaan op de beoordeling door Target Advies. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat het college niet mocht afgaan op het advies van Target Advies dat de rekentool is ingevuld met de juiste gegevens.
11. Over de klacht van eiser dat de rekentool onnauwkeurigheden bevat, om welke reden volgens de handleiding rekentool een marge van 3 dB moet worden aangehouden tenzij afwijking deskundig wordt beargumenteerd, overweegt de rechtbank het volgende. Het college heeft ten behoeve van de behandeling ter zitting opdracht gegeven aan Target Advies om de situatie nader te beoordelen aan de hand van Geomilieu 2025 van DGMR, een softwareprogramma dat nauwkeuriger is dan de rekentool die nogal wat vereenvoudigingen en marges bevat. Anders dan in de rekentool wordt in Geomilieu 2025 bijvoorbeeld wel rekening gehouden met gevelreflectie. De uitkomst van de beoordeling, neergelegd in een memo van 18 november 2025, is dat het geluidniveau van de airco’s en de warmtepomp voldoen aan de norm van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012. Weliswaar is Geomilieu 2025 gebaseerd op de sinds 1 januari 2024 geldende bijlage IVh van de Omgevingsregeling, maar inhoudelijk maakt dat voor de wijze van berekenen niet uit. Eiser stelt zich op het standpunt dat de memo niet juist is en heeft gedetailleerd aangegeven waarom niet. Daarop heeft Target Advies een eveneens gedetailleerde reactie gegeven. Target Advies heeft onder meer aangegeven dat in de regelgeving niet is bepaald hoe moet worden omgegaan met overkappingen, zodat dit niet aan het softwareprogramma van Geomilieu 2025 kan worden tegengeworpen. Om die reden is Target Advies, bij wijze van ‘worst case’-scenario, uitgegaan van 100% reflectie door de kopse gevel van de overkapping. Mede gelet op de beoordeling van de situatie aan de hand van Geomilieu 2025 en de uitgebreide reactie van Target Advies op de kritiekpunten van eiser, is de rechtbank van oordeel dat verweerder ervan mocht uitgaan dat geen sprake is van een overtreding van de geluidnorm van artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012.
12. De rechtbank is ook voor het overige niet ervan overtuigd geraakt dat het college niet mocht uitgaan van het advies van Target Advies. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een overtreding. De aanvraag van eiser om handhavend op te treden, is dan ook terecht afgewezen.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering om handhavend op te treden in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B.L. van der Weele, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. Timmers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026
griffier
De rechter is verhinderd de uitspraak
te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 18 februari 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:745, overweging 5.1.