3.3.2Het bewijs
De rechtbank verwijst naar de bewijsmiddelen zoals opgenomen ten aanzien van feit 2 in het vonnis van deze rechtbank van 17 februari 2026 in de onderliggende strafzaak. Die bewijsmiddelen houden - kort gezegd - in het medeplegen van in de uitoefening van een bedrijf of beroep handelen in hennep. Deze bewijsvoering neemt de rechtbank hier over.
Uit die bewijsmiddelen blijkt onder meer dat de verdachte heeft bekend dat hij vanaf 1 januari 2019 tot aan zijn aanhouding op 11 november 2019 heeft gehandeld in hennep waaraan hij geld heeft verdiend. Hij heeft eerst samengewerkt met [medeverdachte 1] en later ook met [medeverdachte 2] . Na de breuk met [medeverdachte 1] heeft hij nog een aantal dagen voor zichzelf gehandeld in hennep.
In aanvulling op de in het vonnis genoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank bij het schatten van het wederrechtelijk verkregen voordeel voorts de hierna te noemen bewijsmiddelen gebruikt.
Verbalisant [naam verbalisant]heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
De hennep zat, volgens hun eigen straattaal, in ‘bagga’s’ (gripzakjes) verpakt. In deze bagga’s zat gemiddeld 1 tot 1,2 gram hennep. De bagga’s werden verkocht voor 10 euro per stuk. Dit blijkt uit de verklaring van een persoon die drie zakjes hennep had gekocht. Ook blijkt dit uit de tapgesprekken die zijn beluisterd en het verdachteverhoor van [medeverdachte 1] .
Uit tapgesprekken bleek dat ze ‘serbi’ (straattaal voor: dienst doen) deden. Het ging hier dan dus om het verkopen van en het handelen in verdovende middelen en dat er via deze telefoonnummers elke dag van de week gehandeld werd in verdovende middelen.
Via de uitgeluisterde tapgesprekken is gehoord dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op 17 oktober 2019 ruzie hebben gekregen. Hierdoor is een breuk ontstaan tussen hen beiden. Uit de tapgesprekken die de dagen hierna volgden, kon worden geconcludeerd dat [verdachte] een eigen wiet-taxi had opgezet, met hierbij een eigen telefoonnummer. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn vervolgens samen verder gegaan met het reeds bestaande nummer.
Uit de tapgesprekken blijkt dat, bij de aanvang dan de eerste taplijn op 11 september 2019, er
vanaf het aangesloten telefoonnummer hennep verhandeld wordt. Vervolgens blijkt dat alle drie de verdachten afwisselend dit telefoonnummer onder zich hadden.
- door [medeverdachte 1] werd in zijn verdachteverhoor verklaard dat de zakjes voor 10 euro per stuk werden verkocht;
- door een persoon die is aangehouden nadat ze drugs had gekocht is verklaard dat ze al
ongeveer vijf keer eerder hennep had gekocht via het wiet-taxi nummer (deal-telefoonnummer) en dat de prijs per zakje normaal 10 euro per stuk was;
- uit de afgeluisterde tapgesprekken blijkt dat er per bagga 10 euro wordt gevraagd.
Daggemiddelde voor breuk [verdachte] / [medeverdachte 1]
- In de periode 12 september 2019 tot en met 18 september 2019 is er onderzocht hoeveel
telefoongesprekken er gevoerd werden met betrekking tot het maken van afspraken. Hieruit is gebleken dat er gemiddeld 27,4 afspraken per dag waren.
- Er zal per daggemiddelde worden uitgegaan van 1 bagga welke verkocht werd per transactie. Er is echter wel bekend dat er bij transacties soms meerdere zakjes of grotere hoeveelheden tegelijk verkocht werden. Het uitgaan van slechts 1 bagga per transactie zal dus in het voordeel van de verdachte zijn.
Daggemiddelde na breuk, [verdachte]
- na de breuk met [medeverdachte 1] op 17 oktober 2019 heeft [verdachte] een eigen wiet-taxi telefoonlijn opgezet. Dit heeft hij gedaan met zijn eigen telefoonnummer die wij op dat moment ook al onder de tap hadden;
- in de periode 2 november 2019 tot en met 8 november 2019 is er onderzocht hoeveel telefoongesprekken hij voerde met betrekking tot het maken van afspraken. Hieruit is gebleken dat [verdachte] gemiddeld 17,8 afspraken per dag had.
In het
tapgesprekd.d. 22 oktober 2019 zegt [verdachte] dat hij vanaf morgen (
de rechtbank begrijpt: 23 oktober 2019) bagga’s heeft.
Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] door middel van of uit de baten van voormelde feiten voordeel heeft gekregen.
3.3.3De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op € 17.334,59. Hiertoe overweegt zij het volgende.
De rechtbank gaat ervan uit dat [verdachte] vanaf 1 januari 2019 tot 11 september 2019 heeft samengewerkt met [medeverdachte 1] . Gebleken is dat vanaf 11 september 2019 [medeverdachte 2] met hen samenwerkte en dat [verdachte] vanaf 17 oktober 2019 vanwege een ruzie alleen is verder gegaan. Daarmee is hij, zo is gebleken uit een tapgesprek op 22 oktober 2019, op 23 oktober 2019 begonnen, hetgeen betekent dat hij vanaf 23 oktober 2019 tot en met 10 november 2019 voor zichzelf heeft gehandeld in hennep. Op 11 november 2019 is [verdachte] immers aangehouden en heeft hij geen hele dag meer gehandeld in hennep.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank voor wat betreft het berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgaat van drie periodes waarin [verdachte] voordeel heeft verkregen.
Periode 1 januari 2019 tot en met 10 september 2019
Opbrengst
In deze periode hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] 253 dagen gehandeld in hennep. Gebleken is dat er in de periode van 12 september 2019 tot en met 18 september 2019 gemiddeld 27,4 afspraken per dag waren. De rechtbank gaat – op grond van voornoemde bewijsmiddelen – ervan uit dat per dag (minimaal) één ‘bagga’ oftewel een zakje hennep werd verkocht per transactie. De zakjes werden voor € 10,- per stuk verkocht. Dit betekent dat de omzet (27,4 x € 10,- =) € 274,- per dag was. De totale omzet in deze periode was aldus (€ 274,- x 253 dagen =) € 69.322,-.
Kosten
In het Boom Rapport 2019 worden de kosten en opbrengsten van hennep(kwekerijen) beschreven en uitgelegd. In dit rapport wordt uitgegaan van een verkoopprijs hennep per kilo van € 4.070,-. Dit betreft het bedrag wat een kweker hiervoor vermoedelijk zal ontvangen. Bij tussenhandel (waar in dit geval sprake van is) ligt dit bedrag vermoedelijk hoger. Er zal in onderstaande berekening worden uitgegaan van € 5,50 aan kosten per ‘bagga’/transactie/gram. Dat zou neerkomen op een gehanteerde inkoopprijs van € 5.500,- per kilo, waardoor dit uitgangspunt in het voordeel is van de verdachten, die zelf immers hebben verklaard tussen de € 4.000,- en € 5.000,- te hebben betaald per kilo.
De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat de telefoonkosten en brandstofkosten in mindering op het wederrechtelijk verkregen voordeel dienen te worden gebracht. De rechtbank deelt het standpunt van de raadsvrouw dat die telefoonkosten € 40,- per maand bedroegen en die brandstofkosten € 50,- per week. Dit betekent dat wordt uitgegaan van (€ 40,- : 30 dagen : 27,4 =) € 0,049 aan telefoonkosten per transactie en (€ 50,- : 7 dagen : 27,4 =) € 0,26 aan brandstofkosten per transactie.
De kosten per transactie bedroegen aldus (€ 5,50 + € 0,049 + € 0,26 =) € 5,81 per transactie.
De totale kosten bedroegen over de gehele periode (€ 5,81 x 27,4 x 253 dagen =) € 40.276,10.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel bedroeg in deze periode (€ 69.322,- min € 40.276,10 is) € 29.045,90.
Nu onvoldoende objectief kan worden vastgesteld hoe de winst tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] werd verdeeld, zal de rechtbank dit bedrag gelijkmatig verdelen over deze personen, en het bedrag dus delen door twee.
Het totaal van het netto verkregen voordeel van [verdachte] in deze periode wordt op grond van deze berekening geschat op (€ 29.045,90 : 2 =) € 14.522,95.
Periode 11 september 2019 tot en met 16 oktober 2019
Opbrengst
In deze periode hebben [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen 36 dagen gehandeld in hennep. De rechtbank verwijst voor het vaststellen van het gemiddelde aantal afspraken per dag en de verkoopprijs per zakje naar hetgeen zij hierover hiervoor heeft overwogen. Ook hier gaat de rechtbank uit van het verkopen van één zakje hennep per transactie. De totale omzet in deze periode was aldus (€ 274,- x 36 dagen =) € 9.864,-.
Kosten
Ook voor wat betreft de kosten verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor heeft overwogen. De totale kosten bedroegen over deze periode aldus (€ 5,81 x 27,4 x 36 =) € 5.730,98.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel bedroeg in deze periode (€ 9.864,- min € 5.730,98 is) € 4.133,02.
Ook in dit geval zal de rechtbank het bedrag gelijkmatig verdelen over alle drie de personen, en het bedrag dus delen door drie.
Het totaal van het netto verkregen voordeel van [verdachte] in deze periode wordt op grond van deze berekening geschat op (€ 4.133,02 : 3 =) € 1.377,67.
Periode 23 oktober 2019 tot en met 10 november 2019
Opbrengst
In deze periode heeft [verdachte] 19 dagen alleen gehandeld in hennep. Gebleken is dat [verdachte] in de periode van 2 november 2019 tot en met 8 november 2019 gemiddeld 17,8 afspraken per dag had. De rechtbank gaat er ook hier vanuit dat er per daggemiddelde een zakje hennep per transactie werd verkocht en dat de zakjes voor € 10,- per stuk werden verkocht. Dit betekent dat de omzet (17,8 x € 10,- =) € 178,- per dag was. De totale omzet in deze periode was aldus (€ 178,- x 19 dagen =) € 3.382,-.
Kosten
Voor wat betreft de kosten per zakje/transactie en de brandstofkosten verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor heeft overwogen. De telefoonkosten worden niet berekend, nu [verdachte] in deze periode geen gebruik heeft gemaakt van de dealertelefoon. De kosten per transactie bedroegen aldus (€ 5,50 + € 0,26 =) € 5,76.
De totale kosten bedroegen over deze periode (€ 5,76 x 17,8 x 19 dagen =) € 1.948,03.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het totale netto wederrechtelijk verkregen voordeel van [verdachte] wordt in deze periode geschat op (€ 3.382,- min € 1.948,03 is) € 1.433,97.
Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel
Op grond van het voorgaande wordt het totaal van het netto verkregen voordeel geschat op (€ 14.522,95 + € 1.377,67 + € 1.433,97 =) € 17.334,59.