ECLI:NL:RBLIM:2026:1612

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
C/03/331925 / FA RK 24-2105
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 RvArt. 10:27-34 BWArt. 10:31 lid 1 BWArt. 1:71 lid 1 en 2 BWArt. 10:56 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing nietigverklaring huwelijk en toewijzing echtscheiding met huurrecht toewijzing

De rechtbank Limburg behandelde een verzoek van de vrouw tot nietigverklaring van het huwelijk gesloten op 13 augustus 2023 te Spanish Town, Jamaica, en tot echtscheiding van partijen. De vrouw, met Nederlandse nationaliteit, en de man, met Jamaicaanse nationaliteit, zijn internationaal gehuwd, waardoor het internationale privaatrecht van toepassing is.

De rechtbank stelde vast dat het huwelijk rechtsgeldig is gesloten volgens Jamaicaans recht en erkend dient te worden in Nederland. Het beroep van de vrouw op dwaling faalde omdat zij geen dwaling in de persoon van de man aannemelijk maakte. De betekening van het verzoekschrift aan de man in Jamaica was correct uitgevoerd conform artikel 55 Rv Pro.

Het verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk werd afgewezen omdat na erkenning van het huwelijk geen ruimte bestaat voor nietigverklaring op grond van dwaling. Het subsidiaire verzoek tot echtscheiding werd toegewezen omdat het huwelijk duurzaam ontwricht is. Tevens werd het huurrecht van de woning in Nederland aan de vrouw toegewezen. Elke partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: Verzoek tot nietigverklaring huwelijk afgewezen, echtscheiding uitgesproken en huurrecht aan vrouw toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie en jeugd
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rekestnummer: C/03/331925 / FA RK 24-2105
Beschikking d.d. 17 februari 2026 betreffende nietigverklaring c.q. echtscheiding
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.P.M. Hogervorst, gevestigd te Maastricht,
tegen
[de man] ,
wonend te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de man.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 14 juni 2024;
- het exploot van betekening aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie (OM) bij de rechtbank Limburg;
- het F9-formulier met bijlagen van de vrouw van 22 augustus 2024;
- het F9-formulier met bijlagen van de vrouw van 12 september 2024;
- het F9-formulier met bijlage van de vrouw van 31 oktober 2024;
- het F9-formulier met bijlagen van de vrouw van 6 januari 2025;
- het F9-formulier met bijlagen van de vrouw van 10 april 2025.
1.2.
Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ingediend.

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 13 augustus 2023 te Spanish Town, Jamaica.
2.2.
De vrouw heeft in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de Jamaicaanse nationaliteit.
2.3.
Gelet op het vorenstaande draagt deze zaak een internationaal karakter en dient de rechtbank de regels van het internationale privaatrecht toe te passen.
2.4.
Betekening
2.5.
Het verzoekschrift is betekend op 20 juni 2024, door betekening aan het parket van de ambtenaar van het OM van deze rechtbank. Tegelijkertijd is door de deurwaarder een afschrift van het exploot per aangetekende post aan de man verzonden.
2.5.1.
De rechtbank dient te beoordelen of de wederpartij in een echtscheidingsprocedure voldoende op de hoogte is gesteld van het verzoek tot echtscheiding en of hij/zij voldoende in de gelegenheid is gesteld om – indien gewenst – verweer te voeren. Nu de man een bekende woonplaats in Jamaica heeft, dient deze betekening plaats te vinden conform de voorschriften van artikel 55 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Uit bijlage 3 van de brief van 22 augustus 2024 blijkt dat het OM heeft aangegeven dat de stukken op 2 juli 2024 naar het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn verzonden, zodat zij deze kunnen sturen naar Jamaica via de Ambassade van Cuba. Uitreiking geschiedt via het Nederlandse consulaat. Het exploot van 20 juni 2024 is door de Jamaicaanse autoriteiten, zijnde door de Honorair Consul voor Nederland in Jamaica geaccepteerd. Dat blijkt ook nog uit een ongedateerde mail, die door de advocaat van de moeder op 21 augustus 2024 is ontvangen. Er is echter geen formulier van de Jamaicaanse autoriteiten ter zake de betekening retour ontvangen.
Het is de rechtbank bekend dat bij betekening in het buitenland op grond van artikel 55 Rv Pro vaak geen ingevuld formulier retour komt, anders dan bij betekeningen op grond van het Haags Betekeningsverdrag. Het volstaat in deze dan ook om te beoordelen of de betekening is geschied op grond van genoemd artikel 55 Rv Pro.
Van de aangetekende verzending van het exploot van 20 juni 2024 via FALK-post is bewijs overgelegd, echter is nadien gebleken dat de zending op het postkantoor ter plaatse niet is afgehaald (
unclaimed) met een stempel van het postkantoor in Jamaica van 19 november 2024, daardoor retour is gezonden en op 14 februari 2025 retour is ontvangen.
De rechtbank constateert dat er bij de stukken tevens een verklaring zit van een vredesrechter van Jamaica gedateerd op 25 juli 2024 waarin deze vredesrechter de identiteit en het adres van de man heeft geverifieerd en waarin deze vredesrechter verklaart dat de man bekend is met de lopende procedure tot echtscheiding van partijen.
Inmiddels is er veel tijd verstreken sinds het exploot is uitgebracht en de aangetekende verzendingen zijn verstuurd. Hoewel de rechtbank niet met zekerheid kan vaststellen of de aangetekende zending en het exploot van betekening van 20 juni 2024 de man bereikt hebben, kan zij wel vaststellen dat er voldaan is aan de voorwaarden van artikel 55 lid Pro Rv. De vrouw heeft voldoende moeite gedaan om de man op de hoogte te stellen van het verzoek en zijn mogelijkheden om verweer te voeren.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de betekening in deze correct is geschied.
Erkenning huwelijk
2.5.2.
De rechtbank onderzoekt eerst ambtshalve of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk naar Jamaicaans recht, omdat bij een bevestigend antwoord eerst het verzoek tot nietigverklaring en/of echtscheiding aan de orde kan komen. De rechtbank overweegt daarbij dat de rechtbank het burgerlijk huwelijk beoordeelt en geen beoordelingsruimte heeft ten aanzien van een religieus huwelijk.
2.5.3.
Het Haags Huwelijksverdrag van 14 maart 1978 bevat de regels van internationaal privaatrecht om de vraag naar de erkenning van het in Jamaica voltrokken huwelijk te beoordelen en ook volgens welk recht die vraag moet worden beantwoord. Daarbij wordt mede gekeken naar de uitvoeringsregels van dit verdrag zoals neergelegd in de artikelen 10:27-34 Burgerlijk Wetboek (BW).
2.5.4.
Een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. Die huwelijksverklaring dient aan te sluiten op de totstandkoming van een rechtsgeldig huwelijk volgens het recht van het land waar het huwelijk is gesloten.
De vrouw heeft bij haar verzoekschrift een origineel afschrift uit het Jamaicaanse huwelijksregister overgelegd. Zij verzoekt het huwelijk nietig te verklaren, omdat zij - kort gezegd - heeft gedwaald in de persoon van de man.
In beginsel is met het originele afschrift uit het Jamaicaanse huwelijksregister gegeven dat tussen de man en de vrouw naar Jamaicaans recht een rechtsgeldig huwelijk is gesloten. Dit zou naar Jamaicaans recht anders kunnen zijn, als de vrouw gedwaald heeft ten aanzien van de persoon van de man of de betekenis van het huwelijk. Er is dan sprake van een materieel beletsel. Dwaling in de persoon van de ander houdt in dwalen ten aanzien van diens identiteit. Dat is niet waar de vrouw zich op beroept. Zij stelt namelijk dat hij een andere bedoeling had met het huwelijk, maar dat levert geen dwaling op in de persoon. Voor zover zij zich bedoelt te beroepen op dwaling ten aanzien van de betekenis van het huwelijk, waar het gaat om je eigen intentie, gaat dat beroep ook niet op.
Het tussen de vrouw en de man gesloten huwelijk komt dan ook op grond van het bepaalde in artikel 10:31 lid 1 BW Pro voor erkenning in Nederland in aanmerking, tenzij die erkenning onverenigbaar is met de openbare orde van Nederland. Van dit laatste is niet gebleken.
2.6.
Nietigverklaring huwelijk
2.6.1.
De vrouw heeft
primairverzocht om op grond van artikel 1:71 lid 1 en Pro 2 BW het huwelijk nietig te verklaren.
2.6.2.
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de vrouw zich in Nederland bevond en deze daar sinds ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan die indiening verblijfplaats had, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a onder Pro v) van de Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II-ter)
rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot nietigverklaring.
2.6.3.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot nietigverklaring afwijzen en overweegt daartoe het volgende. Bij huwelijken die in het buitenland zijn gesloten, geldt altijd eerst de vraag naar de erkenning van het huwelijk, zoals hiervoor al is overwogen. Aangezien ten behoeve van de vraag naar de erkenning, de rechtsgeldigheid van het buitenlandse huwelijk moet worden beoordeeld, en wel naar het recht van de plaats waar het huwelijk is voltrokken, is er na de erkenningsvraag geen ruimte meer voor een verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk.
Bij de vraag naar de erkenning heeft de rechtbank het beroep van de vrouw op dwaling betrokken, geoordeeld dat het huwelijk rechtsgeldig naar Jamaicaans recht is en in Nederland wordt erkend. Dan is er geen ruimte meer om te beoordelen of het huwelijk vernietigd dient te worden op grond van dwaling.
2.7.
Scheiding
2.7.1.
De vrouw heeft
subsidiairverzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
2.7.2.
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de vrouw zich in Nederland bevond en deze daar sinds ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan die indiening verblijfplaats had, komt de Nederlandse rechter artikel 3 sub a onder Pro v) Brussel II-ter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
2.7.3.
Op grond van artikel 10:56 BW Pro is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
2.7.4.
Het subsidiaire verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.
2.7.5.
De wet staat niet toe de echtscheiding uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De rechtbank wijst het verzoek daartoe dan ook af.
2.8.
Woning
2.8.1.
De vrouw heeft het huurrecht van de woning verzocht.
2.8.2.
De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a Rv, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning.
2.8.3.
De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
2.8.4.
De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de woning als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
2.9.
Proceskosten
2.9.1.
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te Spanish Town, Jamaica op
13 augustus 2023;
3.2.
bepaalt dat de vrouw huurster zal zijn van de woning aan het adres Burgemeester Cortenstraat 2 C, 6226 GV Maastricht, met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
3.3.
verklaart de beslissing met betrekking tot het huurrecht van de woning uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
bepaalt dat elke partij de eigen kosten van deze procedure draagt;
3.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.C. Groen-Witvliet op 17 februari 2026.
BGW
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt.