Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
2.De feiten
20 januari 2025 het bestuursbesluit van 20 november 2024 vernietigd en als nieuwe beslissing [eisende partij] geschorst voor de duur van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, onder de bijzondere voorwaarde dat [eisende partij] zich in 2025 en 2026 tot
3.Het geschil
Primair:voor recht verklaart dat het besluit van het bestuur van [ gedaagde partij] genomen in de vergadering van 20 november 2024 tot ontzetting van het lidmaatschap van [ gedaagde partij] van [eisende partij] nietig is ex artikel 2:14 BW Pro en dat bijgevolg het besluit van de Commissie van Beroep van [ gedaagde partij] van 20 januari 2024 ook nietig is op grond van artikel 2:14 BW Pro;
20 januari 2025 op grond van artikel 2:15 lid 1 jo Pro. artikel 2:8 jo Pro. artikel 2:15 lid 3 BW Pro vernietigt voor zover in dit besluit een sanctie aan [eisende partij] is opgelegd.
4.De beoordeling
23 september 2024, omdat er in strijd is gehandeld met de statuten. Tijdens de algemene ledenvergadering is er, ondanks dat [eisende partij] zich daartegen verzet heeft, bij de verkiezing van het nieuwe bestuur gestemd op groepen (groepjes leden die alleen als groep een bestuur willen vormen en niet individueel verkiesbaar zijn) in plaats van op individuele leden. Volgens [eisende partij] is die wijze van stemmen niet beschreven in artikel 9 lid 2 en Pro 4 en artikel 16 van Pro de statuten en daarom niet geldig. Het gevolg is dat het bestuur niet rechtsgeldig gekozen is, en daarmee is ieder besluit van het gekozen bestuur, ook het besluit tot ontzetting van hem als lid, nietig, aldus [eisende partij] .
23 september 2024 op een groep leden is gestemd.
ledendie kandidaten voor het bestuur willen voordragen de voorwaarde op dat kandidaatstelling tenminste drie weken voor de algemene ledenvergadering ter kennis gesteld moet worden aan het bestuur van [ gedaagde partij] . Het is zinledig als het bestuur aan zichzelf drie weken voor de algemene ledenvergadering kandidaten kenbaar moet maken.