ECLI:NL:RBLIM:2026:1533

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
12087268 \ EZ VERZ 26-26
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:193 BWArt. 1 lid 1 Verordening Brussel II-terArt. 1 lid 4 Verordening Brussel II-terArt. 7 Verordening Brussel II-terArt. 13 Europese erfrechtverordening
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verwerping nalatenschap namens minderjarige met buitenlandse overledene

Op 29 oktober 2025 is de overledene in Bulgarije overleden, waar hij zijn laatste woon- of verblijfplaats had. De verzoekster, zus van de overledene en wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige erfgenaam, verzoekt om machtiging om de nalatenschap namens de minderjarige te verwerpen.

De kantonrechter beoordeelt de bevoegdheid en toepasselijkheid van het recht op grond van de Verordening Brussel II-ter en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. De Nederlandse rechter is bevoegd omdat de minderjarige in Nederland woont en past Nederlands recht toe voor de machtiging tot verwerping.

De kantonrechter stelt vast dat de nalatenschap negatief is en dat verwerping in het belang van de minderjarige is. Er zijn geen bezwaren tegen het verzoek. De machtiging betekent nog niet dat de nalatenschap is verworpen; daarvoor moet een aparte verklaring worden afgelegd bij de Bulgaarse districtsrechtbank of inschrijving in het Nederlandse boedelregister plaatsvinden.

Verzoekster wordt geadviseerd zich juridisch te laten bijstaan over de keuze van plaats en termijn van verwerping. De beschikking is op 19 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. Dohmen.

Uitkomst: Machtiging verleend om namens de minderjarige de nalatenschap van de in Bulgarije overleden overledene te verwerpen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12087268 \ EZ VERZ 26-26
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 19 februari 2026
Naar aanleiding van het verzoek van:
[verzoekster],
te [plaats 1] ,
verzoekster,
in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige:
[minderjarige], geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2020.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 16 januari 2026 ter griffie ontvangen verzoekschrift met bijlagen.
1.2.
Vervolgens heeft de kantonrechter beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 29 oktober 2025 is de heer [overledene] , geboren te [plaats 2] op [datum 2] 1992, in [plaats 3] (Bulgarije) overleden (hierna te noemen: de overledene). De overledene had geen bekende woon- of verblijfplaats in Bulgarije.
2.2.
Verzoekster is de zus van de overledene. Zij heeft het voornemen (haar aandeel in) de nalatenschap van de overledene te verwerpen.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekster vraagt de kantonrechter op grond van artikel 4:193 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) machtiging te verlenen om de nalatenschap van de overledene namens de minderjarige te mogen verwerpen.

4.De beoordeling

4.1.
Uit de overgelegde stukken leidt de kantonrechter af dat de overledene reeds in 2024 naar het buitenland is vertrokken. Niet is gebleken dat hij nadien nog een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gehad. Vaststaat dat hij is overleden in Bulgarije. Gelet hierop gaat de kantonrechter ervan uit dat de laatste woon- of verblijfplaats van de overledene zich in Bulgarije bevond. Nu de overledene zijn laatste woon- of verblijfplaats in Bulgarije had en de minderjarige in Nederland woont, moet de kantonrechter eerst beoordelen of hij bevoegd is om het verzoek te behandelen en aan de hand van welk recht het verzoek dient te worden beoordeeld.
4.2.
De kantonrechter kwalificeert het verzoek van de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige als een maatregel betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 1 lid Pro 1, onder b van de Verordening Brussel II-ter en niet als een maatregel inzake erfopvolging in de zin van artikel 1, lid 4, onder f van deze verordening. Op grond van artikel 7 van Pro de Verordening Brussel II-ter is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige te beoordelen, omdat de minderjarige haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op grond van artikel 15 en Pro 17 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 dient de Nederlandse rechter vervolgens, bij de beoordeling van dat verzoek, het Nederlands recht voor de machtiging tot verwerping van nalatenschappen toe te passen.
4.3.
Op grond van artikel 4:193 lid 1 BW Pro kan een wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam voor deze niet zuiver aanvaarden en heeft hij om te kunnen verwerpen een machtiging van de kantonrechter nodig. De kantonrechter moet toetsen of verwerping van de nalatenschap in het belang van de minderjarige is.
4.4.
Uit de overgelegde stukken en de door verzoekster gegeven schriftelijke toelichting is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat de nalatenschap negatief is. Het verlenen van de gevraagde machtiging acht de kantonrechter dan ook in het belang van de minderjarige. Daarnaast is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten.
4.5.
De kantonrechter wijst erop dat met het verlenen van de gevraagde machtiging het aandeel van de minderjarige in deze nalatenschap nog niet is verworpen!
Daartoe dient verzoekster
zo spoedig mogelijkeen daartoe strekkend verzoek te doen aan de districtsrechtbank in Bulgarije. Inschrijving van de keuze tot verwerpen is ook mogelijk in het boedelregister dat bij deze rechtbank wordt gehouden. [1] Verzoekster kan dan een verklaring afleggen bij de (Centrale Balie van de) rechtbank Limburg, locatie Roermond . Daarvoor moet een apart formulier ‘Verklaring nalatenschap’ [2] worden ingevuld waarbij een kopie van deze machtiging van de kantonrechter moet worden bijgevoegd. Verzoekster wordt aangeraden deze verklaring
zo spoedig mogelijkaf te leggen. In dat geval dient verzoekster de Bulgaarse districtsrechtbank die bevoegd is om uitspraak te doen over de erfopvolging, binnen de termijn die daarvoor in het Bulgaarse recht is bepaald, ervan in kennis te stellen dat inschrijving in het boedelregister bij de rechtbank Limburg heeft plaatsgevonden. [3]
Voor zover nodig of gewenst, moet verzoekster zich over de keuze van de plaats waar de nalatenschap kan worden verworpen (in Nederland of Bulgarije) en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren, nader (juridisch) laten adviseren.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verleent [verzoekster] machtiging om namens de
minderjarige
- [minderjarige] , geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2020,
de nalatenschap van de heer
[overledene]te verwerpen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 13 Europese Pro erfrechtverordening, in verbinding met artikel 2 lid 2 Uitvoeringswet Pro Verordening erfrecht
2.Zie www.rechtspraak.nl
3.zie preambule 32 van de Europese erfrechtverordening en tevens het arrest van het EHvJ van 2 juni 2022, ECLI:EU:C:2022:426, rov. 48 en 49