ECLI:NL:RBLIM:2026:1526

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
11875021 \ CV EXPL 25-3848
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand en geluidsoverlast

Stichting ZOwonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege een huurachterstand van € 2.580,25 en meldingen van geluidsoverlast over een periode van anderhalf jaar. Tijdens de mondelinge behandeling op 30 januari 2026 komen partijen overeen dat de huurovereenkomst per 30 april 2026 wordt ontbonden en de woning ontruimd wordt.

De huurder erkent de huurachterstand en stemt in met betaling van het openstaande bedrag en de lopende huur van € 621,99 per maand, vooruit te betalen vóór de eerste van elke maand. Tevens zal de huurder zich inspannen om een woning voor begeleid wonen te vinden, waarbij Stichting ZOwonen ondersteuning zal bieden. Indien de huurder zich als goed huurder gedraagt en concrete vooruitgang boekt, kan de ontruimingsdatum in overleg worden verlengd.

De kantonrechter wijst de vorderingen toe conform de gemaakte afspraken, veroordeelt de huurder tot betaling van de huurachterstand en de lopende huur, en bepaalt dat de proceskosten door partijen zelf worden gedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden per 30 april 2026 en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11875021 \ CV EXPL 25-3848
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
STICHTING ZOWONEN,
gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen ,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting ZOwonen,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[huurder],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: mr. L.N. Hermans.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de aanvullende akte met de bijlagen 16 t/m 19,
- de mondelinge behandeling van 30 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling

2.1.
Na bespreking van de zaak verklaarden Stichting ZOwonen en [huurder] het eens te zijn over de huurachterstand die nog openstaat t/m januari 2026 voor een bedrag van
€ 2.580,25.
2.2.
Met betrekking tot het in deze zaak gevorderde zijn Stichting ZOwonen en [huurder] het volgende overeengekomen:
ontbinding van de huurovereenkomst per 30 april 2026 met betrekking tot de woning gelegen aan [adres] ,
ontruiming en het ontruimd houden van de woning gelegen aan [adres] per 30 april 2026 door [huurder] , en de vorenbedoelde woning onder afgifte van de sleutels, weer ter vrije en algehele beschikking van Stichting ZOwonen te stellen,
[huurder] betaalt een bedrag van € 2.580,25 aan Stichting ZOwonen terzake de huurachterstand t/m januari 2026,
[huurder] gaat op zoek naar een woning voor begeleid wonen. Stichting ZOwonen zal [huurder] daarbij zoveel als mogelijk ondersteunen,
[huurder] zal tot aan de ontruiming geen overlast veroorzaken in welke vorm dan ook,
[huurder] zal de lopende huur, op dit moment voor een bedrag van € 621,99 per maand, elke maand met vooruitbetaling, vóór de eerste van de maand en volledig voldoen,
na de ontruiming treden Stichting ZOwonen en [huurder] met elkaar in overleg over de huurachterstand voor een totaalbedrag van € 2.580,25,
als [huurder] geen overlast veroorzaakt, de huur bij vooruitbetaling vóór de eerste van de maand en volledig betaalt, zich volledig inspant om een nieuwe woning voor begeleid wonen te vinden en daarbij concrete vooruitgang wordt geboekt, maar het desondanks niet lukt om een nieuwe woning te kunnen betrekken vóór 1 mei 2026, zullen Stichting ZOwonen en [huurder] opnieuw met elkaar in overleg treden om te bezien of de ontruimingsdatum wordt verlengd,
de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
2.3.
Stichting ZOwonen heeft tijdens de mondelinge behandeling van de zaak uitgesproken dat de ontbindings- en ontruimingsdatum een uiterste datum is, als [huurder] zich niet als goed huurder gedraagt of zich onvoldoende inspant om een andere woning voor begeleid wonen te vinden. Verder heeft Stichting ZOwonen uitgesproken dat als [huurder] zich wel als goed huurder gedraagt en er concreet uitzicht bestaat op een andere woning voor begeleid wonen, Stichting ZOwonen niet zal aansturen op ontruiming van het gehuurde per 30 april 2026, maar coulance zal betrachten in de ontruimingsdatum.
2.4.
Stichting ZOwonen vordert, gelet op de getroffen regeling, enkel nog de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde uit te spreken evenals de veroordeling van [huurder] tot het betalen van de huurachterstand. [huurder] verzet zich hier, gelet op de getroffen regeling, niet tegen.

3.De beoordeling

3.1.
[huurder] huurt van Stichting ZOwonen de woning gelegen aan [adres] . De maandelijkse huur voor deze woning bedraagt € 621,99 per maand.
3.2.
Er zijn sinds 1,5 jaar meldingen van geluidsoverlast over [huurder] . Daarnaast is er een huurachterstand voor een bedrag van € 2.580,25.
3.3.
Stichting ZOwonen vordert – kort samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad
ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van een bedrag van € 2.580,25 aan huurachterstand t/m januari 2026.
3.4.
Gehoord de standpunten van partijen en gelet op de getroffen regeling, overweegt de kantonrechter dat de vorderingen op de hierna bij ‘de beslissing’ vermelde wijze toewijsbaar zijn.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen Stichting ZOwonen en [huurder] met betrekking tot de woning gelegen aan [adres] per 30 april 2026 en veroordeelt [huurder] de woning op uiterlijk 30 april 2026 met alle personen en zaken die zich van haar kant in het gehuurde bevinden, te ontruimen en ontruimd te houden en voornoemde woning onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Stichting ZOwonen te stellen,
4.2.
veroordeelt [huurder] om aan Stichting ZOwonen vanaf 1 februari 2026 een bedrag van € 621,99 per maand te betalen, te voldoen voor of op de eerste van iedere maand tot het moment van ontruiming van de onder 4.1 genoemde woning, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid, zijnde de eerste van de maand, totdat volledig is betaald,
4.3.
veroordeelt [huurder] om aan Stichting ZOwonen te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 2.580,25, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf de dag der opeisbaarheid van de onderscheiden huurtermijnen, totdat volledig is betaald,
4.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat Stichting ZOwonen en [huurder] hun eigen kosten dragen,
4.5.
verklaart dit vonnis ten aanzien van de hierin opgenomen veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.