Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[verzoeker 1] ,
2.
[verzoeker 2],
1.De procedure
2.De feiten
[de overledene], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1951 (hierna te noemen: de overledene).
Rechtbank Limburg
Op 16 november 2025 is de grootvader van de minderjarige overleden. De wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige hebben bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend om machtiging te verkrijgen om namens de minderjarige de nalatenschap van de overledene te verwerpen.
De kantonrechter heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria en heeft vastgesteld dat er sprake is van een negatieve nalatenschap. De verzoekers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat het saldo van de nalatenschap negatief is, wat het uitgangspunt is voor het toewijzen van een dergelijk verzoek.
De kantonrechter oordeelt dat het verlenen van de machtiging in het belang van de minderjarige is en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die zich tegen de toewijzing verzetten. Tevens is gewezen op de procedurele vereisten voor het daadwerkelijk verwerpen van de nalatenschap, waaronder het afleggen van een verklaring binnen drie maanden na het toekomen van de nalatenschap.
De beschikking is op 13 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. Dohmen.
Uitkomst: Machtiging verleend om namens minderjarige de nalatenschap van de grootvader te verwerpen wegens negatieve nalatenschap.