ECLI:NL:RBLIM:2026:1484

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/03/348956 FT EA 26/13
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:246 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens onduidelijke oproeping aandeelhouder

Op 23 januari 2026 diende een indirect bestuurder en aandeelhouder van W+E B.V. een verzoek tot faillietverklaring in bij de rechtbank Limburg. De zaak werd behandeld op 3 februari 2026, waarbij ook de andere aandeelhouder en diens advocaat aanwezig waren.

De kern van het geschil betrof de vraag of de andere aandeelhouder rechtsgeldig was opgeroepen voor de aandeelhoudersvergadering van 31 december 2025, waarin het besluit tot faillissementsaanvraag zou zijn genomen. Verzoeker toonde een bewijs van aangetekende verzending van een brief op 22 december 2025, die door de andere aandeelhouder op 3 januari 2026 werd afgehaald. Echter, onduidelijk bleef welke brief daadwerkelijk in de envelop zat. De andere aandeelhouder stelde dat het een andere brief betrof, wat hij ondersteunde met een door PostNL afgestempelde brief.

Gezien het beperkte karakter van de faillissementsprocedure en het ontbreken van voldoende bewijs kon de rechtbank niet vaststellen dat de oproeping rechtsgeldig was. Hierdoor kon ook niet worden vastgesteld dat een rechtsgeldig besluit tot faillissementsaanvraag was genomen. De rechtbank wees daarom het verzoek tot faillietverklaring af.

De beschikking werd gegeven door rechter V.E.J. Noelmans op 3 februari 2026 te Roermond. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld via een advocaat.

Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van W+E B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van rechtsgeldige oproeping van de andere aandeelhouder.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Toezicht / insolventies
Rekestnummer: C/03/348956 FT EA 26/13
Beschikking van 3 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
W+E B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 73137081,
statutair gevestigd Panningen,
bezoekadres: Flight Forum 760, 5657 DT Eindhoven.

1.De procedure

1.1.
Op 23 januari 2026 is bij de griffie van deze rechtbank een aangifte tot faillietverklaring gedaan door de heer [naam bestuurder] , indirect bestuurder van W+E B.V. alsmede één der aandeelhouders van W+E B.V., hierna te noemen: verzoeker.
1.2.
De behandeling in de raadkamer heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026.
Daarbij zijn verschenen:
de heer [naam bestuurder] , indirect bestuurder;
de heer [naam gevolmachtigde] , gevolmachtigde van indirect bestuurder;
mr. J. Sampers, advocaat van de heer [naam aandeelhouder] , zelfstandig bevoegd bestuurder van Iekethies Holding B.V. één der aandeelhouders van W+E B.V., hierna te noemen: de andere aandeelhouder.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank merkt allereerst op dat een faillissementsprocedure zich niet leent voor een uitgebreid onderzoek naar de feiten en voor een uitgebreide bewijslevering, maar slechts een beperkte toetsing van de huidige omstandigheden betreft. Daarbij is van belang de mate waarin verzoeker de aanvraag van het faillissement heeft onderbouwd door overlegging van stukken.
2.2.
In artikel 2:246 BW Pro is bepaald dat het bestuur van een besloten vennootschap zonder opdracht van de algemene vergadering van aandeelhouders niet bevoegd is om aangifte te doen van faillietverklaring van de vennootschap, tenzij in de statuten anders is bepaald. Onder verwijzing naar dat artikel is in het procesreglement verzoekschriftprocedures insolventierecht voorgeschreven dat bij een eigen aangifte tot faillietverklaring moeten zijn gevoegd de originele notulen van de aandeelhoudersvergadering waarin de vergadering het bestuur opdracht heeft gegeven tot het aanvragen van het faillissement van de vennootschap.
2.3.
In de onderhavige kwestie spitst de discussie zich toe op de vraag of de andere aandeelhouder rechtsgeldig is opgeroepen voor de vergadering van aandeelhouders van 31 december 2025. Verzoeker onderbouwt die stelling met een bewijs van de aangetekende verzending van de brief van 22 december 2025. Tussen partijen staat vast dat
eenop 22 december 2025 aangetekende verzonden brief door de andere aandeelhouder op 3 januari 2026 is afgehaald, maar niet welke brief zich in die enveloppe bevond. De andere aandeelhouder stelt dat in de enveloppe een brief van 15 december 2025 van verzoeker aanwezig was en dat hij als bewijs daarvan die brief door PostNL heeft laten afstempelen (productie 1 bij verweerschrift). Bij deze stand van zaken kan de rechtbank, ook gelet het beperkte bestek van deze procedure (zie hiervoor onder rechtsoverweging 2.1) niet in voldoende mate vaststellen dat de andere aandeelhouder op juiste wijze is opgeroepen voor de aandeelhoudersvergadering van 31 december 2025. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat een rechtsgeldig besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders tot het aanvragen van het faillissement van W+E B.V. is genomen.
2.3.
De gevraagde faillietverklaring zal daarom worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst het verzoek tot faillietverklaring af.
Deze beschikking is gegeven op 3 februari 2026 om 15:00 uur door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, in tegenwoordigheid van R.P.E.M. Hammes, griffier.
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.