ECLI:NL:RBLIM:2026:1453

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
C/03/338026 / FA RK 25-62
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 10:20 Burgerlijk WetboekArt. 1:4 Burgerlijk WetboekArt. 1:20a Burgerlijk WetboekArt. 1:20e Burgerlijk Wetboek
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voornaam meerderjarige en inschrijving Syrische geboorteakte in Nederland

Verzoeker, geboren in 1980 in Syrië en inmiddels Nederlander, verzoekt de rechtbank om zijn voornaam te wijzigen en zijn Syrische geboorteakte in te schrijven in het Nederlandse register van geboorten. De rechtbank beoordeelt haar rechtsmacht en het toepasselijke recht, waarbij het Nederlandse recht geldt voor de naamgeving van personen met de Nederlandse nationaliteit.

De rechtbank stelt vast dat verzoeker een zwaarwichtig belang heeft bij de voornaamswijziging, waarbij geen beletselen zijn tegen de gewenste voornamen. De wijziging wordt daarom toegewezen, waarbij de nieuwe voornaam als eerste voornaam wordt toegevoegd.

Daarnaast wordt de inschrijving van de Syrische geboorteakte in het register van de gemeente ’s-Gravenhage gelast, nadat de ambtenaar van de burgerlijke stand geen bezwaar heeft gemaakt tegen de inschrijving. De griffier zal een afschrift van de beschikking met de geboorteakte aan de ambtenaar toezenden, mits er geen hoger beroep wordt ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de voornaam van verzoeker en gelast de inschrijving van zijn Syrische geboorteakte in het Nederlandse geboorteregister.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 4 februari 2026
Zaaknummer: C/03/338026 / FA RK 25-62
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:
[verzoeker 1] ,
verzoeker,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. R. Engwegen, kantoorhoudend in Echt, gemeente Echt-Susteren.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
verder te noemen: de ambtenaar.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 14 januari 2025;
  • het F9-formulier, ingekomen op 14 februari 2025, met bijgevoegd de originele geboorteakte met bijbehorende vertaling;
  • de brief van de ambtenaar van 18 juni 2025, ontvangen op 25 juni 2025;
  • het F9-formulier met bijlagen van verzoeker van 29 september 2025;
  • de brief van de ambtenaar van 23 oktober 2025, ontvangen op 28 oktober 2025;
  • het F9-formulier van verzoeker van 17 november 2025.
1.2.
Hierna is de uitspraak nader bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] .
2.2.
De Syrische geboorteakte van verzoeker is in de registers van [geboorteplaats] geregistreerd op 3 maart 1980 onder aktenummer 1694.
2.3.
Bij Koninklijk Besluit van 30 november 2020 is aan verzoeker het Nederlanderschap verleend, waarin de namen van verzoeker niet zijn vastgesteld.
2.4.
In de basisregistratie personen is verzoeker geregistreerd met de voornaam [voornaam 1] , de geslachtsnaam [geslachtsnaam] en de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de wijziging zal gelasten van de voornaam [voornaam 1] in [voornamen] , zodat hij voortaan [verzoeker 2] zal heten.
3.2.
Voor de onderbouwing van het verzoek wordt verwezen naar de inhoud van het verzoekschrift.

4.4. De beoordeling

4.1.
De rechtsmacht en het toepasselijk recht
De onderhavige zaak heeft een internationaal karakter. De rechtbank dient daarom eerst te beoordelen of aan de Nederlandse rechter bevoegdheid toekomt. Aangezien verzoeker in Nederland woonplaats heeft, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht.
Op grond van artikel 10:20 eerste Pro volzin van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht.
4.2.
De voornaamswijziging
Artikel 1:4 lid 4 BW Pro geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon de wijziging te gelasten van zijn voornamen. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Bepalend bij de vraag of sprake is van een zwaarwichtig belang, is de mate van ongemak en/of overlast die de betrokkene in het dagelijks leven van zijn voornamen ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. Daarnaast dient het verzoek te worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW Pro. Beoordeeld moet worden of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
De rechtbank is van oordeel dat verzoeker door zijn in het verzoekschrift, met bijlagen, gegeven toelichting, op overtuigende wijze naar voren heeft gebracht dat hij een zwaarwichtig belang heeft bij de door hem verzochte wijziging van zijn voornaam.
Niet gebleken is van beletselen als bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW Pro tegen de gewenste voornamen van verzoeker. Gezien het vorenstaande zal het verzoek tot wijziging van de voornamen van verzoeker worden toegewezen, in die zin dat de voornaam [voornaam 2] wordt toegevoegd als eerste voornaam, zodat verzoeker voortaan [verzoeker 2] zal heten.
4.3.
De inschrijving van de geboorteakte
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. Daarbij geldt dat in geval van wijziging van de voornamen van een buiten Nederland geboren persoon de rechtbank die de beschikking geeft, voor zoveel nodig ambtshalve een last tot inschrijving van de akte van geboorte geeft.
De ambtenaar heeft bij genoemde brieven meegedeeld dat de geboorteakte van de verzoeker niet in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand voorkomt. De ambtenaar heeft, nadat zij heeft kennisgenomen van de door verzoeker overgelegde afschriften van zijn Syrische geboorteakte en de Syrische huwelijksakte van zijn ouders, aangegeven dat zij, indien verzoeker aan de rechtbank een origineel afschrift van de geboorteakte heeft overgelegd, geen bezwaar heeft tegen inschrijving van die Syrische geboorteakte in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.
Verzoeker heeft zich middels genoemd F9-formulier van 17 november 2025 geconformeerd aan voormeld standpunt van de ambtenaar.
Nu de ambtenaar geen bezwaar heeft gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat de door verzoeker overgelegde buitenlandse geboorteakte vatbaar is voor inschrijving in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage, zodat de rechtbank op de voet van artikel 1:4 lid 4 BW Pro de inschrijving van die akte zal gelasten. Daarbij dienen tevens de latere vermelding betreffende de voornaamswijziging van verzoeker te worden gevoegd.
De rechtbank zal op de voet van artikel 1:20e lid 1 BW en artikel 1:25f lid 1 BW bepalen dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zulks onder bijvoeging van voornoemde Syrische geboorteakte van verzoeker, dit in verband met het inschrijven van die geboorteakte en de toevoeging aan die geboorteakte van de latere vermelding betreffende de door de rechtbank gelaste voornaamswijziging van verzoeker.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
gelast de wijziging van de voornaam [verzoeker 1] , geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] , in die zin dat hij voortaan “ [verzoeker 2] ” zal heten;
5.2.
gelast de inschrijving van de Syrische geboorteakte van verzoeker in het daartoe bestemde register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage;
5.3.
bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zulks onder bijvoeging van voornoemde Syrische geboorteakte van verzoeker, dit in verband met het inschrijven van die geboorteakte en de toevoeging aan die geboorteakte van de latere vermelding betreffende de voornaamswijziging van verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. B.C. Groen-Witvliet, griffier, op 4 februari 2026.
BGW
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.