ECLI:NL:RBLIM:2026:1423

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
12031726 \ EZ VERZ 25-529
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:193 lid 1 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarige grootvader

Op 20 november 2025 is de grootvader van de minderjarige overleden. De wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend om machtiging te verkrijgen om namens de minderjarige de nalatenschap te verwerpen.

De kantonrechter heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat er sprake is van een negatieve nalatenschap, waardoor het verzoek gegrond is. Tevens is overwogen dat het verlenen van de machtiging in het belang van de minderjarige is en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die zich tegen het verzoek verzetten.

De kantonrechter wijst erop dat de machtiging niet gelijkstaat aan de verwerping zelf; daarvoor moet nog een verklaring worden afgelegd bij de griffie van de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene binnen drie maanden na het moment waarop de nalatenschap toekomt.

De beschikking is op 13 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. Dohmen.

Uitkomst: Machtiging verleend om namens de minderjarige de nalatenschap van de grootvader te verwerpen wegens negatieve nalatenschap.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12031726 \ EZ VERZ 25-529
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 13 februari 2026
Naar aanleiding van het verzoek van
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1994,
verzoekster,
wonende te [adres] ,
in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige:
[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2011.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 december 2025,
- de aanvullende stukken zoals ontvangen op 30 januari 2026.

2.De feiten

2.1.
Op 20 november 2025 is te [plaats] (dag en plaats van lijkvinding) overleden de heer
[de overledene], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 3] 1964 (hierna te noemen: de overledene).
2.2.
De overledene is de grootvader van de minderjarige.
2.3.
Verzoekster oefent het gezag over haar minderjarig kind alleen uit.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekster vraagt de kantonrechter machtiging te verlenen om namens haar minderjarig kind de nalatenschap van de overledene te kunnen verwerpen.

4.De beoordeling

4.1.
Het uitgangspunt is dat het verzoek tot verwerping van een nalatenschap enkel wordt toegewezen indien sprake is van een negatieve nalatenschap. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft verzoekster voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een negatief nalatenschapssaldo.
4.2.
De kantonrechter overweegt dat het verzoek op de wet is gegrond en dat het verlenen van de gevraagde machtiging tot verwerping in het belang van de minderjarige blijkt te zijn. Daarnaast is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten.
4.3.
De kantonrechter wijst er op dat met het verlenen van de gevraagde machtiging de nalatenschap nog niet is verworpen. Daartoe dient nog een verklaring te worden afgelegd ter griffie van de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene. Dit dient te geschieden binnen drie maanden, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap de erfgenaam toekomt.

5.De beslissing

De kantonrechter
verleent [verzoekster] machtiging om namens haar minderjarig kind:
- [minderjarige] ,
de nalatenschap van de heer [de overledene] te verwerpen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op
13 februari 2026.