Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
.Ten aanzien van feit 10 heeft de verdachte bekend dat hij geld heeft gepind met de pinpassen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] op 3 maart 2023, maar ook de pintransactie met de pas van [naam 5] op 7 maart 2023 kan worden bewezen gelet op de herkenning van de verdachte aan de hand van de jas op de camerabeelden. De verklaring van de verdachte dat [medeverdachte 1] op 7 maart 2023 heeft gepind is ongeloofwaardig.
.Van feit 9 moet de verdachte worden vrijgesproken, aangezien hij niet in de woning van [naam 6] kan zijn geweest omdat hij toen gedetineerd was. Ten aanzien van feit 10 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar de verdachte moet partieel worden vrijgesproken van de diefstal van het geld van [naam 5] . De persoon op de camerabeelden draagt een jas die ook door medeverdachte [medeverdachte 1] is gedragen en de verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 1] de persoon is geweest die het geld heeft gepind.
de rechtbank begrijpt:Heesch in de gemeente Bernheze). Ik werd gebeld en hoorde een man zeggen dat hij een medewerker van de Rabobank was. Ik hoorde deze man vervolgens zeggen dat er iets verkeerd was met mijn computer. Ik hoorde de man vervolgens zeggen dat hij een medewerker naar mij toe zou sturen om dit op te lossen. Ik moest ondertussen van deze man aan de telefoon blijven. Korte tijd later stond er een jonge man bij mij voor de deur. Ik kreeg via de telefoon opdrachten door welke ik tegen de man die in mijn huis was door
de rechtbank begrijpt:[adres 2] Zundert). Ik opende de voordeur van mijn woning en zag een persoon. Deze persoon deed zich voor als de medewerker van de IT-afdeling van de Rabobank in Zundert en ik verschafte hem de toegang tot mijn woning. Hij vroeg of ik mijn PC wilde inschakelen en alvast mijn bankpas en random reader erbij wilde pakken. Nadat ik dit had gedaan, heeft hij enkele handelingen verricht op mijn PC. Deze man vertelde dat mijn PC daadwerkelijk onvoldoende was beveiligd. Hij vertelde dat hij dit in orde zou maken en vroeg mij of ik met mijn bankpas de random reader wilde openen. Ik pakte mijn bankpas uit mijn portefeuille, welke ik in mijn kleding droeg. Ik stak mijn bankpas in de random reader en toetste mijn pincode in. Deze man vertelde kort daarop volgend dat alles in orde was en hij vertrok uit mijn woning. Kort na dat moment constateerde ik dat mijn bankpas niet meer in de random reader aanwezig was en deze was ontvreemd. Op dat moment belde ik de fraudehelpdesk van de Rabobank en na een half uur sprak ik pas met een medewerker die mij vertelde dat er met mijn bankpas twee pintransacties waren uitgevoerd bij een geldautomaat. Hieronder volgen de nadere gegevens van deze pintransacties:
de rechtbank begrijpt:[adres 5] te Vaals) stond. Ik maakte de voordeur open en ik zag inderdaad een jongeman bij mijn voordeur staan. Op dat moment had ik nog steeds de man aan de telefoon. De jongeman ging achter mijn computer zitten en zei niet veel. Ik hoorde hem op enig moment zeggen dat ik virussen op de computer had, hij zou iets uit zijn auto halen en dan meteen terugkomen. Ik zag hem een foto maken van het computer-scherm. De man aan de telefoon bleef ook steeds vragen stellen over de brandkast of de safe. Ik moest gaan kijken of er niets was uitgehaald. Ik bleef zeggen dat wij geen brand-kast of een safe hadden in de woning. De jongeman die bij mij in de woning was, was ondertussen naar zijn auto gelopen. Ik heb hem niet meer gezien, hij is niet meer teruggekomen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte, hoofdelijk, tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde 3] , van een bedrag van € 8.750,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door de mededader [medeverdachte 1] is betaald;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde 3] van een bedrag van € 8.750,- euro aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 68 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader [medeverdachte 1] is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 5):
- bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 5):
- bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] (feit 7):
- bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.