ECLI:NL:RBLIM:2026:1415

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
12089275 \ EZ VERZ 26-28
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:214 lid 1 BWArt. 4:206 lid 6 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bepaling uiterste datum voor indiening vorderingen nalatenschap door vereffenaar

Op 11 februari 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven in een erfrechtelijke procedure betreffende de nalatenschap van een overledene in 2025. Verzoekster, benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap, verzocht om een datum vast te stellen waarop schuldeisers hun vorderingen uiterlijk moeten indienen.

De kantonrechter overweegt dat bij vereffening door een door de rechter benoemde vereffenaar de oproeping van schuldeisers zoveel mogelijk gelijktijdig met de bekendmaking van de benoeming in de Staatscourant dient te geschieden, conform artikel 4:206 lid 6 BW Pro. De kantonrechter gaat ervan uit dat de vereffenaar hieraan zal voldoen.

De uiterste datum voor het indienen van vorderingen wordt vastgesteld op 4 mei 2026. Tevens wordt verzoekster opgedragen de oproeping uiterlijk zes weken voor deze datum, dus uiterlijk op 23 maart 2026, in de Staatscourant te plaatsen. Hiermee wordt schuldeisers voldoende tijd geboden om hun vorderingen in te dienen.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken en bevat geen verdere geschilpunten of bezwaren. De procedure betreft een standaard erfrechtelijke maatregel ter bescherming van de belangen van schuldeisers in een nalatenschap.

Uitkomst: De kantonrechter bepaalt dat schuldeisers hun vorderingen uiterlijk 4 mei 2026 moeten indienen en dat de oproeping uiterlijk 23 maart 2026 in de Staatscourant moet zijn geplaatst.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12089275 \ EZ VERZ 26-28
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 11 februari 2026
in de zaak van
mr. [vereffenaar], in hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van
[erflater] , geboren op [datum 1] 1955 te [plaats 1] en overleden op [datum 2] 2025 te [plaats 2] ,
kantoorhoudende te [plaats 3] ,
hierna te noemen: verzoekster.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op [datum 2] 2025 is te [plaats 2] overleden [erflater] (hierna te noemen: erflater). Erflater is geboren op [datum 1] 1955 te [plaats 1] . De laatste woonplaats van erflater was [plaats 4] .
2.2.
Bij beschikking van 28 januari 2026 van deze rechtbank is verzoekster benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap.

3.Het verzoek

3.1.
Verzocht wordt om op grond van artikel 4:214 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een datum te bepalen waarop de schuldeisers van de nalatenschap van erflater uiterlijk hun vorderingen moeten indienen bij de vereffenaar.

4.De beoordeling

4.1.
Ingeval vereffend wordt door een door de rechter benoemde vereffenaar, zoals in deze zaak aan de orde is, geschiedt de oproeping van de schuldeisers van de nalatenschap overeenkomstig artikel 4:206 lid 6 BW Pro zoveel mogelijk tegelijkertijd met de bekendmaking van de benoeming in de Staatscourant. De kantonrechter gaat ervan uit dat de vereffenaar in lijn hiermee zal handelen.
4.2.
De kantonrechter bepaalt de datum waarop de schuldeisers uiterlijk hun vordering(en) kunnen indienen op 4 mei 2026.
Om de schuldeisers voldoende tijd te geven hun vorderingen in te dienen, geeft de kantonrechter verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping van de schuldeisers uiterlijk zes weken vóór 4 mei 2026 in de Staatscourant moet zijn geplaatst.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
bepaalt dat verzoekster de schuldeisers van de nalatenschap moet oproepen hun vorderingen bij haar in te dienen vóór 4 mei 2026;
5.2.
geeft verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping uiterlijk zes weken, vóór 4 mei 2026, dus uiterlijk op 23 maart 2026, in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.