ECLI:NL:RBLIM:2026:1415
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Piëtte
- Rechtspraak.nl
Bepaling uiterste datum voor indiening vorderingen nalatenschap door vereffenaar
Op 11 februari 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven in een erfrechtelijke procedure betreffende de nalatenschap van een overledene in 2025. Verzoekster, benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap, verzocht om een datum vast te stellen waarop schuldeisers hun vorderingen uiterlijk moeten indienen.
De kantonrechter overweegt dat bij vereffening door een door de rechter benoemde vereffenaar de oproeping van schuldeisers zoveel mogelijk gelijktijdig met de bekendmaking van de benoeming in de Staatscourant dient te geschieden, conform artikel 4:206 lid 6 BW Pro. De kantonrechter gaat ervan uit dat de vereffenaar hieraan zal voldoen.
De uiterste datum voor het indienen van vorderingen wordt vastgesteld op 4 mei 2026. Tevens wordt verzoekster opgedragen de oproeping uiterlijk zes weken voor deze datum, dus uiterlijk op 23 maart 2026, in de Staatscourant te plaatsen. Hiermee wordt schuldeisers voldoende tijd geboden om hun vorderingen in te dienen.
De beschikking is in het openbaar uitgesproken en bevat geen verdere geschilpunten of bezwaren. De procedure betreft een standaard erfrechtelijke maatregel ter bescherming van de belangen van schuldeisers in een nalatenschap.
Uitkomst: De kantonrechter bepaalt dat schuldeisers hun vorderingen uiterlijk 4 mei 2026 moeten indienen en dat de oproeping uiterlijk 23 maart 2026 in de Staatscourant moet zijn geplaatst.