Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
het legaat wordt uitgekeerd in vijf (5) gelijke jaarlijkse termijnen waarvan de eerste termijn uitgekeerd dient te worden binnen zes maanden na mijn overlijden en de volgende termijnen telkens één jaar daarna.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzoek van de legitimaris om de termijn van drie maanden, bedoeld in artikel 4:74 lid 2 en Pro lid 3 BW, te verlengen op grond van artikel 4:77 BW Pro. De nalatenschap omvat een onderneming en het legaat wordt in termijnen uitgekeerd om de continuïteit van de onderneming te waarborgen.
De legitimaris heeft slechts beperkte en onvolledige informatie ontvangen over de nalatenschap en de onderneming, waardoor hij zijn rechten niet goed kan bepalen. Er is sprake van slecht contact tussen partijen en de notaris heeft de legitimaris niet gewezen op de termijn, wat bijzondere omstandigheden oplevert.
De kantonrechter oordeelt dat deze omstandigheden een verlenging rechtvaardigen en wijst het verzoek toe tot 6 juli 2026. Proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter verlengt de termijn voor het afleggen van verklaringen en het stellen van zekerheid met vijftien maanden tot 6 juli 2026.