Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair) dan wel [naam slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (
subsidiair) dan wel heeft geprobeerd [naam slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (
meer subsidiair) door met een bestelbus met zwaar beladen aanhanger op [naam slachtoffer 2] in te rijden en/of over het been dan wel de benen van [naam slachtoffer 2] heen te rijden;
3.De beoordeling van het bewijs
fotobladals bijlage toegevoegd waarop foto’s staan weergegeven waarop onder meer letsel in het gezicht, in de zij, op de rug, op de arm, op het been en in de nek is te zien. [11]
screenshotvan een chatgesprek als bijlage gevoegd waarin de verdachte onder meer het volgende zegt: [12]
de rechtbank begrijpt: [verdachte]). Het overzicht behelst de meldingen vanaf juli 2024 tot heden.
de rechtbank begrijpt: in Echt). Melders hadden aangegeven dat het al minimaal twintig minuten bezig was waarbij ze veel geschreeuw en een huilende buurvrouw hoorden. Ter plaatse daar deed [naam slachtoffer 1] de deur open. Tevens zag men bloed op het shirt van [naam slachtoffer 1] zitten. Verbalisanten [naam verbalisant 6] en [naam verbalisant 7] zijn naar boven gelopen waar [verdachte] , die vriend van [naam slachtoffer 1] , aanwezig was. Verbalisanten [naam verbalisant 8] en [naam verbalisant 9] zijn beneden gebleven bij [naam slachtoffer 1] . [naam slachtoffer 1] gaf aan dat er inderdaad ruzie was geweest en dat [verdachte] met spullen heeft gegooid en hard heeft geschreeuwd.
de rechtbank begrijpt: in de richting van) [verdachte] om het geweld van [verdachte] richting [naam slachtoffer 1] te stoppen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 primair onder parketnummer 03.054928.25 en de feiten 2, 3, 4 en 5 onder parketnummer 03.048909.25 tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van drie jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ontzegtde verdachte
de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor
twee jaren;
- wijstde vordering van de benadeelde partij
[naam slachtoffer 1](feiten 2, 3 en 4)
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van deze benadeelde partij te betalen een bedrag van
€ 2.755,56, bestaande uit € 1.005,56 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 10 februari 2026 tot de dag der algehele voldoening, en € 1.750,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 13 februari 2025 tot de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, tot heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.