ECLI:NL:RBLIM:2026:1385

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/03/348706 / KG ZA 26-11
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Etman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schorsing executie ontruimingsvonnis wegens onvoldoende zorgmedewerking huurder

Heemwonen had de huurovereenkomst met de huurder ontbonden wegens overlast en niet-naleving van gedrags- en zorgverplichtingen, met een ontruimingsvonnis van 20 augustus 2025. De huurder betwistte de schendingen en verzocht om schorsing van de executie.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de huurder onvoldoende meewerkte aan gespecialiseerde begeleiding zoals vereist in het vonnis, ondanks dat het intakegesprek uiteindelijk plaatsvond. De huurder erkende niet de noodzaak van deze begeleiding en wilde alleen begeleiding van andere personen accepteren, wat niet voldeed aan de voorwaarden.

De rechter vond dat de executie niet disproportioneel was en geen misbruik van recht vormde. De vorderingen van de huurder werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot schorsing van de executie van het ontruimingsvonnis af en veroordeelt de huurder in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/348706 / KG ZA 26-11
Vonnis in kort geding van 10 februari 2026
in de zaak van
[huurder],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
advocaat: mr. R.M.I. Cornelissen,
tegen
WONINGSTICHTING HEEMWONEN,
te Kerkrade,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Heemwonen,
advocaat: [naam 1] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 14
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 15 en 17 tot en met 20
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2026.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Heemwonen verhuurt sinds 2 mei 2023 aan [huurder] de woning aan [adres] (hierna: het gehuurde).
2.2.
In een kortgedingprocedure bij de kantonrechter [1] heeft Heemwonen vorig jaar ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming gevorderd, vanwege overlast die omwonenden hebben ervaren van [huurder] . Na de mondelinge behandeling van het kort geding op 28 mei 2025 zijn partijen met elkaar in overleg gegaan en hebben samen afspraken gemaakt die door Heemwonen zijn opgenomen in een akte eiswijziging. De in die akte eiswijziging opgenomen vorderingen zijn bij, uitvoerbaar bij voorraad verklaard, vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Maastricht, van 20 augustus 2025 integraal toegewezen.
2.3.
In het vonnis van 20 augustus 2025 is de huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde door de kantonrechter ontbonden en [huurder] is veroordeeld om het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te verlaten en te ontruimen,
uitsluitend indien [huurder] binnen een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van dat vonnis, één of meer van de volgende verplichtingen niet nakomt:
a. [huurder] veroorzaakt geen overlast voor omwonenden, waaronder het
uiten van dreigementen, intimidatie, provocatie, gescheld, geschreeuw en
geluidsoverlast; en/of
[huurder] onthoudt zich van een agressieve bejegening en het uiten van
dreigementen richting omwonenden, medewerkers van Heemwonen of (al dan
niet door Heemwonen ingeschakelde) derden en gaat respectvol met hen om; en/of
[huurder] volgt redelijke aanwijzingen van Heemwonen of door haar
ingeschakelde derden op, zoals de verwijdering en het verwijderd houden van
vlaggen aan de buitengevel van het gehuurde en het gordijn aan de buitenzijde
van de voordeur; en/of
[huurder] beschadigt geen zaken van Heemwonen of omwonenden, laat
geen (tekstuele) boodschappen achter in de algemene ruimtes en gedraagt zich
ook overigens als goed huurder zowel in het gehuurde als in de algemene
ruimtes; en/of
[huurder] maakt niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis een afspraak voor een intake met de [zorgorganisatie] of [thuisbegeleiding] : en/of
[huurder] stelt zich niet of onvoldoende meewerkend op, of gedraagt zich anderszins op een wijze, waardoor [zorgorganisatie] of
[thuisbegeleiding] onvoldoende basis ziet om aan
[huurder] zorg te verlenen; en/of
[huurder] werkt niet mee aan de door [zorgorganisatie] of [thuisbegeleiding] geboden zorg, of accepteert deze zorg niet, of blijft deze zorg niet accepteren,
Waarbij tevens geldt dat:
1. indien [huurder] volgens Heemwonen één of meer van deze verplichtingen niet nakomt, Heemwonen dit schriftelijk laat weten aan
[huurder] en diens raadsman, waarbij [huurder] in de gelegenheid wordt gesteld om binnen één week na deze kennisgeving zijn standpunt daaromtrent weer te geven; en
2. dat indien [huurder] gedurende deze periode van twee jaar na de datum van dit vonnis aan al deze verplichtingen voldoet, dit vonnis van rechtswege vervalt en geen verdere werking zal hebben.
2.4.
Het vonnis is aan [huurder] betekend op 25 augustus 2025. Tegen het vonnis is geen hoger beroep ingesteld en er staat ook geen rechtsmiddel meer open.
2.5.
Namens Heemwonen is bij e-mail van 27 november 2025 aan de raadsman van
[huurder] bericht dat [huurder] tekort is geschoten in de hierboven genoemde verplichtingen onder b) en f). Kort gezegd stelt Heemwonen zich in deze e-mail op het standpunt dat de zorgverlening niet tot stand is gekomen, als gevolg van nader genoemde gedragingen en omstandigheden van [huurder] die aan [huurder] te verwijten zijn. Als gevolg van deze tekortkomingen beschouwt Heemwonen de huurovereenkomst als ontbonden en deelt zij mede dat de ontruiming zal worden aangezegd. Alvorens daartoe over te gaan, stelt Heemwonen [huurder] in de gelegenheid om zijn standpunt hieromtrent kenbaar te maken.
2.6.
Bij e-mail van zijn advocaat van 5 december 2025 heeft [huurder] zijn visie weergegeven. Hij betwist dat er sprake is (geweest) van de door Heemwonen gestelde schendingen van de genoemde verplichtingen. Heemwonen wordt verzocht niet tot executie van het vonnis over te gaan.
2.7.
Heemwonen heeft bij e-mail van 17 december 2025 op voornoemde e-mail gereageerd en gemotiveerd waarom hetgeen [huurder] aanvoert voor haar geen aanleiding vormt een ander standpunt in te nemen. Vervolgens heeft Heemwonen aan de deurwaarder opdracht gegeven om tot betekening van het vonnis over te gaan en is de ontruiming aangezegd per 11 februari 2026.

3.Het geschil

3.1.
[huurder] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter van 20 augustus 2025 schorst, zolang niet in rechte is vastgesteld dat [huurder] enige gedragsaanwijzing heeft overtreden, alsmede Heemwonen te verbieden om tot ontruiming over te gaan of verdere executiemaatregelen te nemen.
3.2.
Heemwonen voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Inleiding
4.1.
In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Daarbij moet ook gelet worden op de belangen van de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.
Standpunt [huurder]
4.2.
[huurder] heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat er geen sprake is geweest van schending van de voorwaarden die hem bij vonnis van 20 augustus 2025 zijn opgelegd. Heemwonen mag daarom geen gebruik maken van haar bevoegdheid om tot executie van het vonnis over te gaan. In ieder geval is er geen sprake van een zodanig ernstige mate van schending van de voorwaarden dat een ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd is, aldus [huurder] .
Standpunt Heemwonen
4.3.
Heemwonen heeft in haar brief van 27 november 2025 twee gronden genoemd die naar haar oordeel de ontbinding rechtvaardigen, namelijk de schending door [huurder] van de voorwaarden b. en f. Bij conclusie van antwoord noemt zij de voorwaarden e. tot en met g. De voorwaarde b. is daarin impliciet ook opgenomen, nu zij stelt dat onder meer de schending van die voorwaarde de oorzaak is van het niet tot stand komen van een zorgtraject. Bij het stellen van de voorwaarden draaide het volgens Heemwonen niet alleen om het niet veroorzaken van overlast door [huurder] . Ook het accepteren van en serieus meewerken aan gespecialiseerde begeleiding was van groot belang, teneinde goed huurderschap duurzaam te waarborgen. Hieraan is niet voldaan, aldus Heemwonen. Door toedoen van [huurder] heeft het veel langer dan twee weken geduurd voordat het onder voorwaarde e. bedoelde gesprek plaats kon vinden. Daarnaast zien de zorg-organisaties onvoldoende basis om aan [huurder] zorg te verlenen. Hij stelt zich onvoldoende meewerkend op en/of gedraagt zich anderszins op een wijze die daartoe geleid heeft. Heemwonen verwijst ter onderbouwing hiervan naar de door haar bij conclusie van antwoord overgelegde producties 15, 17 en 18. Hierin zijn verslagen opgenomen van zorgverleners respectievelijk medewerkers van de betrokken instanties waarin zij aangeven dat [huurder] geen hulpvraag heeft en geen doelen waaraan hij wil werken. Ook blijkt uit die producties dat begeleiding door [begeleiding] niet kan worden geboden vanwege te hoge risicofactoren wat betreft veiligheid van de begeleiders, gelet op het intimiderend gedrag en de dreigende uitspraken [huurder] tijdens het gesprek op 4 november 2025.
Oordeel voorzieningenrechter
4.4.
Dat het niet gelukt is om binnen twee weken na betekening van het vonnis van de kantonrechter een intakegesprek te laten plaatsvinden, zoals voorwaarde e. voorschrijft, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet uitsluitend te wijten aan [huurder] . Wel blijkt uit het intakegesprek, dat uiteindelijk heeft plaatsgevonden op 4 november 2025, dat [huurder] intrinsiek niet gemotiveerd is en hij de noodzaak niet ziet van begeleiding op regelmatige basis door [begeleiding] . Ook tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat [huurder] vindt dat de begeleiding door maatschappelijk werker [naam 2] en vertrouwenspersoon [naam 3] afdoende zijn, zeker nu er geen nieuwe klachten van overlast zijn. De voorzieningenrechter wijst er op dat onderdeel van de voorwaarden, die opgenomen zijn in het vonnis van de kantonrechter van 20 augustus 2025 waarbij de ontbinding is uitgesproken, is dat [huurder] moet openstaan voor begeleiding. Daar zien de voorwaarden e. tot en met g. op. Het is niet aan [huurder] om daaraan nu andere voorwaarden te verbinden, onder meer ten aanzien van de instanties en personen van wie hij begeleiding wil accepteren. [naam 2] en [naam 3] zijn niet de gespecialiseerde zorgverleners zoals bedoeld in die voorwaarden. Door zijn opstelling heeft [huurder] deze voorwaarden geschonden. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat hij zich daar in de toekomst aan zal houden. De executie van het vonnis van de kantonrechter door Heemwonen kan daarom niet als disproportioneel en als misbruik van recht worden aangemerkt.
4.5.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zullen de vorderingen van [huurder] worden afgewezen.
Proceskosten
4.6.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Heemwonen worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
760,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.684,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [huurder] af,
5.2.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.684,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.

Voetnoten

1.zaaknummer: 11566291 \CV EXPL 25-1131