Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 29 december 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [verhuurder] worden begroot op:
Rechtbank Limburg
De verhuurder verhuurt sinds 1 oktober 2023 een bedrijfsruimte aan de huurder. De verhuurder vordert betaling van een huurachterstand, maandelijkse huur vanaf december 2025, een contractuele boete wegens te late betalingen, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
De huurder stelt dat zij de huur deels heeft opgeschort vanwege gebreken die niet zijn hersteld en betwist de toepasselijkheid van de algemene bepalingen. De kantonrechter oordeelt dat de algemene bepalingen wel van toepassing zijn, omdat deze onderdeel uitmaken van de ondertekende huurovereenkomst. Het beroep op opschorting wordt daarom verworpen.
De huurachterstand wordt vastgesteld op € 1.645,27 na verrekening van een energievoorschot. De huurder heeft een deel van de huur voor december 2025 betaald, wat in mindering wordt gebracht. De contractuele boete van € 1.200,00 wordt toegewezen omdat de huurder de huur te laat betaalde zonder dat sprake is van een onaanvaardbaar resultaat.
De buitengerechtelijke incassokosten worden vastgesteld op € 246,79 en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.248,50. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, maandelijkse huur, contractuele boete, incassokosten en proceskosten; beroep op opschorting wordt afgewezen.