4.1.Tegen dat besluit hebben eisers bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet ontvankelijk verklaard. Verder heeft verweerder naar aanleiding van het bezwaar last 1 aangepast, last 2 ingetrokken en last 3 vernummerd tot last 2. Concreet houdt dat in dat de aan eiser gerichte last 1 ziet op het beëindigen van het gebruik van het pand voor kamerbewoning door 8 personen omdat zulks in strijd is met het verbod in artikel 5.1, aanhef en lid 1, onder a, van de Omgevingswet. Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen beroep op bescherming door het (opvolgend) gebruiksovergangsrecht kan worden gedaan. De separaat ten aanzien van het gebruik van kamer 3 opgelegde last (2) heeft verweerder ingetrokken. Last 3, opgelegd in verband met de niet werkende koppeling van de rookmelders, heeft verweerder gehandhaafd en vernummerd tot last 2.
5. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet voor een ambtshalve te nemen besluit toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) of een dergelijk besluit bekendgemaakt is, dan blijft op grond van artikel 4.5, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt.
6. Omdat verweerder bij brief van 21 december 2023 eiser op grond van artikel 4:8 van de Awb in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze naar voren te brengen op zijn voornemen om een last onder dwangsom op te leggen, is in dit geval het recht, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing gebleven.
7. Verweerder heeft in het primaire besluit verwezen naar genoemd voornemen om handhavend op te treden tegen bewoning van het pand in strijd met het bestemmingsplan en de veiligheidsvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Bij het primaire besluit, dat bij het bestreden besluit in stand is gelaten, heeft verweerder de wetgeving (de Omgevingswet en onder meer het Besluit bouwwerken leefomgeving) toegepast, zoals die vanaf 1 januari 2024 geldt. Gelet op hetgeen onder 5 is overwogen, ten onrechte. Dat verweerder aan de verkeerde regelgeving heeft getoetst, is dus een gebrek in het bestreden besluit. Eisers zijn door dit gebrek echter niet benadeeld, omdat artikel 5.1., eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet hetzelfde verbod inhoudt als was opgenomen in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingswet. Voor de beoordeling maakt dit materieel geen verschil. Datzelfde geldt ook voor de gestelde overtreding van het Besluit bouwwerken leefomgeving dan wel het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de rookmelders. Het gaat om gelijkluidende artikelen. Hierbij komt dat de rechtmatigheid van deze last (vernummerd tot 2) door eisers in beroep niet is bestreden en aan die last ook tijdig gevolg is gegeven. Dat verweerder niet aan de juiste regelgeving heeft getoetst, heeft daarom geen enkel gevolg gehad voor eisers. De voorzieningenrechter zal daarom geen gevolgen verbinden aan het gebrek. De voorzieningenrechter passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb.
8. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep. Voordat aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden wordt toegekomen, zal de voorzieningenrechter eerst beoordelen of verweerder het bezwaar van eiseres terecht niet ontvankelijk heeft verklaard.
Belanghebbendheid Huureenwoonruimte.nl. B.V.
9. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, is in beginsel slechts de overtreder belanghebbende bij de oplegging van een last onder dwangsom, omdat alleen hij de dwangsom kan verbeuren, maar sluit dat niet uit dat ook een ander dan de overtreder belanghebbende kan zijn als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. In het onderhavige geval is eiser in zijn hoedanigheid van eigenaar/verhuurder van het pand aan de [adres] in Tegelen als overtreder aangemerkt en zijn aan hem lasten onder dwangsom opgelegd. Eiseres is huurder en tevens onderverhuurder van het pand. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft eiseres via de huurverhouding alleen een van eiser afgeleid belang bij het primaire besluit. Zij heeft geen eigen, zelfstandig belang daarbij. Het primaire besluit heeft voor haar, anders dan zij betoogt, ook geen directe gevolgen. Voor een correctie op het leerstuk van afgeleid belang bestaat in dit geval geen aanleiding. Eiseres heeft een parallel belang aan dat van eiser en dat belang is, voor zover het de financiële gevolgen betreft, van dezelfde aard. Er bestaat ook geen reële mogelijkheid dat eiseres als gevolg van het primaire besluit in een zakelijk of ander fundamenteel recht wordt geschaad of hierin al is geschaad. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres terecht niet ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond.
De beroepsgronden van eiser
10. Eiser betoogt dat geen sprake was van een overtreding en verweerder niet bevoegd was handhavend op te treden. Het pand is vanaf 2008 in gebruik voor kamerbewoning door (tenminste) 6 kamerbewoners en dat gebruik was op grond van het toen geldend bestemmingsplan ‘Tegelen Noord 1998’ toegestaan. Volgens dat bestemmingsplan hadden de gronden de bestemming ‘wonen’. Omdat in de planregels geen definitie van ‘wonen’ is gegeven en in de bestemmingsregeling ook niet is verwezen naar een andere planregel, dient hier - anders dan in de zaak die leidde tot de uitspraak van de Afdeling van 23 september 2023- onder het begrip ‘wonen’ diverse vormen van huisvesting te worden begrepen. Het legale gebruik voor kamerbewoning is vervolgens in die omvang voortgezet onder de nadien in werking getreden opeenvolgende bestemmingsplannen Tegelen Noord 2011, het Paraplubestemmingsplan kamerbewoning en het thans vigerend bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen. De sinds 2008 bestaande kamerverhuur aan 6 personen valt daardoor onder het opvolgend gebruiksovergangsrecht en mag op grond daarvan worden voortgezet, aldus eiser.