ECLI:NL:RBLIM:2026:1239
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Dohmen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens uitzicht boomhut niet in strijd met artikel 5:50 BW
Eisers vorderden dat de deur(opening) en/of het balkon van de boomhut van gedaagden onrechtmatig zouden zijn aangebracht omdat deze uitzicht geven op hun perceel, in strijd met artikel 5:50 BW Pro. Zij wilden dat gedaagden voorzieningen zouden treffen om het uitzicht te beperken of de boomhut geheel te verwijderen.
De rechtbank verwees naar de wettelijke bepalingen en jurisprudentie die bepalen dat alleen rechtstreekse, loodrechte uitzichten op naburige erven onder artikel 5:50 BW Pro vallen, niet uitzichten in de schuinte. Tijdens een plaatsopneming werd vastgesteld dat het uitzicht vanuit de boomhut en het balkon slechts in schuine richting op het perceel van eisers is, terwijl het rechtstreekse uitzicht op het naastgelegen pad en daken van schuurtjes ligt.
De rechtbank oordeelde dat de deuropening en het balkon geoorloofd zijn omdat het uitzicht niet in rechte hoek op het perceel van eisers is. Ook een kadastrale meting veranderde hier niets aan, mede omdat het pad tussen de percelen een recht van overpad kent. Eisers deden geen beroep op artikel 5:37 BW Pro (onrechtmatige hinder). De vorderingen werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers worden afgewezen omdat het uitzicht vanuit de boomhut niet rechtstreekse inbreuk maakt op hun perceel volgens artikel 5:50 BW.