Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
- de aangifte van [benadeelde] d.d. 19 december 2023, pagina 84-86;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 december 2023, pagina 173-177.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
9 december 2025. De reclassering rapporteert dat verdachte na het doorlopen van een
ISD-maatregel middels reclasseringsondersteuning zijn leven weer op de rit heeft gekregen. Hij heeft zelfstandige huisvesting, er is sprake van woonbegeleiding en bewindvoering. Tevens is er een WSNP-traject aangevraagd om zijn financiën verder op orde te brengen. De reclassering schat het recidiverisico in als laag-gemiddeld, aangezien de feiten inmiddels twee jaar geleden hebben plaatsgevonden en verdachte sindsdien niet opnieuw in beeld is gekomen bij justitie. Nu verdachte in het verleden verschillende trajecten heeft doorlopen, er sprake is van vrijwillige praktische ondersteunen en hij zelf het nut van verdere begeleiding of behandeling niet inziet, acht de reclassering de inzet van interventies en toezicht niet van meerwaarde.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van
80 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door
40 dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- wijst af de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;