ECLI:NL:RBLIM:2026:1177

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
03.089351.23
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 Wetboek van StrafrechtArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 6:106 BWArt. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling uitvoerder brandstichtingen op auto’s en toegangspoort met gemeen gevaar

De rechtbank Limburg heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van twee opzettelijke brandstichtingen gepleegd in december 2022 en januari 2023 in de gemeente Leudal. De branden betroffen twee auto’s geparkeerd voor de woning van de slachtoffers en de toegangspoort van een kasteel, waarbij gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen werd veroorzaakt.

Het bewijs bestond uit forensisch onderzoek, camerabeelden, telecomgegevens en verklaringen van medeverdachten. De verdachte werd als uitvoerder van de brandstichtingen aangemerkt, waarbij hij brandbare stoffen over de auto’s en poort goot en in aanraking bracht met vuur. De rechtbank oordeelde dat sprake was van medeplegen met medeverdachten die de regie en voorverkenning verzorgden.

De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van het voorarrest. De straf werd gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan benadeelden voor immateriële schade en beperkte materiële schade, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. Materiële schade zonder voldoende onderbouwing werd niet toegewezen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, en gedeeltelijke toekenning van schadevergoedingen aan benadeelden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.089351.23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 februari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1982,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.G.H. van de Kamp, advocaat kantoorhoudende te Arnhem.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 17 en 18 december 2025. Op 28 januari 2026 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7] en hun raadsman mr. Acda, advocaat kantoorhoudende te Roermond, zijn op de zitting gehoord. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Deze strafzaak wordt gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen:
  • [medeverdachte 1] (parketnummer: 03.087505.23);
  • [medeverdachte 2] (parketnummer: 03.089393.23);
  • [medeverdachte 3] (parketnummer: 03.087600.23).

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1:op 29 december 2022 te Leudal samen met een ander of anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan (een) personenauto(‘s), waarbij die personenauto(‘s) en een (voor)deur en/of een of meerdere kozijnen en/of ramen van de woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand en waardoor onder meer gemeen gevaar is ontstaan voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen;
Feit 2:op 21 januari 2023 te Leudal ( [adres 1] te Haelen) samen met een ander of anderen opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij een (toegangs)poort ten gevolge waarvan die (toegangs)poort geheel of gedeeltelijk is verbrand en waardoor onder meer gemeen gevaar is ontstaan voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd overeenkomstig het overgelegde requisitoir en de daarin benoemde bewijsmiddelen. Hij acht beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, te weten dat verdachte in vereniging de brandstichtingen heeft gepleegd.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide tenlastegelegde feiten.
Ten aanzien van feit 1 is aangevoerd dat het dossier onvoldoende daadwerkelijk, concreet en overtuigend bewijs bevat om buiten gerede twijfel de betrokkenheid van de verdachte te kunnen vaststellen. Subsidiair is verzocht om de verdachte partieel vrij te spreken van het te duchten levensgevaar omdat het dossier daarover onvoldoende informatie geeft. Ten aanzien van feit 2 is aangevoerd dat de aanwezige aanwijzingen tegen de verdachte ontoereikend zijn voor een bewezenverklaring. De verdediging stelt dat deze aanwijzingen weerlegbaar zijn en aan bewijskracht tekortschieten. Subsidiair is verzocht om de verdachte ook voor dit feit partieel vrij te spreken van het te duchten levensgevaar gelet op de ligging van de toegangspoort ten opzichte van de overige gedeeltes van het kasteel.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Het strafrechtelijk onderzoek, met de naam Recuerdo, ziet op een vijftal brandstichtingen, dan wel pogingen daartoe, in de periode van donderdag 29 december 2022 tot en met woensdag 29 maart 2023. Gedurende het onderzoek zijn zeven personen als verdachte aangemerkt, te weten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 1] , [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . In de loop van het onderzoek komt naar voren dat deze (pogingen tot) brandstichtingen vermoedelijk verband met elkaar hebben en dat in wisselende samenstelling één of meerdere verdachten daarbij betrokken waren. Daarbij is telkens dezelfde familie slachtoffer geworden, te weten de familie [benadeelde 1] / [benadeelde 3] , bestaande uit mevrouw [benadeelde 1] (en haar echtgenoot de heer [benadeelde 2] ) en haar dochter mevrouw [benadeelde 3] met haar gezin (bestaande uit haar echtgenoot de heer [benadeelde 4] en hun drie kinderen).
Uit de verklaringen van de aangevers in het dossier blijkt dat in mei 2016 mevrouw [benadeelde 1] [naam 6] , gelegen aan de [adres 1] te Haelen, aan [naam 4] en zijn echtgenote heeft verkocht. Contractueel werd vastgelegd dat mevrouw [benadeelde 1] in het kasteel mocht blijven wonen. Sinds 2018 wonen (ook) mevrouw [benadeelde 3] en haar gezin in het bijgebouw van het kasteel.
Volgens de verklaringen van aangevers verslechterde de relatie tussen de familie [benadeelde 1] / [benadeelde 3] en [naam 4] na het overlijden van de echtgenote van [naam 4] . Daarnaast kwam de kleinzoon van [naam 4] in het kasteel wonen, wat leidde tot overlast. Volgens aangevers uitte [naam 4] sindsdien diverse beschuldigingen van diefstal aan het adres van [benadeelde 1] . Ook was sprake van verbale agressie en bedreigingen richting [benadeelde 1] en [benadeelde 3] , waarbij hij onder andere dreigde ‘zigeuners op hen af te sturen’. Op basis van dit conflict bestaat bij aangevers het vermoeden dat [naam 4] vervolgens personen heeft ingezet om de branden te stichten en de familie [benadeelde 1] / [benadeelde 3] schrik aan te jagen. Naar aanleiding van analyse van zendmast- en telecomgegevens werden diverse telefoonnummers afgeluisterd en opgenomen en zijn de verschillende verdachten bij de politie in beeld gekomen.
De rechtbank zal eerst de afzonderlijke branden bespreken en daarbij acht slaan op wie daarbij betrokkenheid had. Vervolgens zal de rechtbank bepalen wat de onderlinge rolverdeling was en of er al dan niet sprake was van medeplegen.
Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, mede gelet op de omvang van de bewijsmiddelen, zijn de relevante bewijsmiddelen apart opgenomen in bijlage II. Op grond van die bewijsmiddelen zijn volgens de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden naar voren gekomen.
29 december 2022 (feit 1)
Op donderdag 29 december 2022 omstreeks 01:57 uur werden aangeefster [benadeelde 1] en haar echtgenoot [benadeelde 2] in hun woning aan de [adres 2] te Neer, gewekt door een telefoontje van hun dochter, die op camerabeelden zag dat hun auto in brand stond. Vanaf de overloop nam de aangeefster waar dat twee auto’s op de oprit in brand stonden, waarbij de vlammen een hoogte van twee meter hadden bereikt. Vanwege de hevige rookontwikkeling, het dreigende ontploffingsgevaar en de vrees dat het vuur zou overslaan naar de woning, hebben de bewoners de woning niet verlaten. De brand aan de twee auto’s is vervolgens door de brandweer geblust.
Uit forensisch onderzoek bleek dat de auto’s door het vuur waren aangetast en gesmolten. Daarnaast werd schade aan de woning geconstateerd, waaronder hittebreuken in de ruiten naast de voordeur en aangetaste, bruin verkleurde kozijnen. De onderzoekers stelden vast dat er twee afzonderlijke brandhaarden waren tussen de voertuigen aan de voor- en achterzijde en dat zeer waarschijnlijk sprake is van brandstichting. Omdat motorvoertuigen doorgaans zeer fel branden met een grote hitteontwikkeling, bestond gezien de locatie van de auto’s een direct gevaar voor uitbreiding van de brand. Geconcludeerd werd dat sprake is geweest van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen. Op het moment van het uitbreken van de brand lagen de bewoners in de woning te slapen.
Op basis van de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] kan worden geconcludeerd dat [medeverdachte 2] destijds gebruikmaakte van het telefoonnummer [nummer 1] en [medeverdachte 3] van + [nummer 2] . Het politieonderzoek heeft voorts uitgewezen dat [verdachte] de gebruiker was van het telefoonnummer + [nummer 3] . Dit volgt uit het feit dat [verdachte] met dit telefoonnummer op donderdag 24 november 2022 om 01:12 uur een melding heeft gedaan bij de politiemeldkamer met betrekking tot een incident op het adres [adres 3] in Eindhoven. Daarnaast had, zoals hierna zal worden geoordeeld, dit telefoonnummer in de nacht van 21 januari 2023 (feit 2) veelvuldig contact met [medeverdachte 2] , verplaatste dit telefoonnummer zich die nacht gelijktijdig met de bij feit 2 gebruikte Opel Vectra en concludeert de rechtbank dat [verdachte] in deze Opel Vectra heeft gezeten. Daarnaast heeft [medeverdachte 2] het rond die tijd in een bericht naar [medeverdachte 3] erover dat ze beter op ‘die lange’ kunnen wachten, want die wil het wel doen en [verdachte] is lang, te weten 2.10 meter. Ook noemde [verdachte] zichzelf ‘lange’ toen hij de telefoon met het telefoonnummer + [nummer 4] (dat aan hem gekoppeld is door middel van stemherkenning) opnam met ‘Advocatenkantoor De Lange’.
Met deze vaststellingen kan worden geconstateerd op basis van de informatie uit de telefoon van [medeverdachte 3] dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op 28 december 2022 met elkaar belden rond 17.21 uur. [medeverdachte 2] heeft in een van die gesprekken gezegd dat hij ‘hem’ niet kan bereiken en dat hij anders voor niets rijdt. [medeverdachte 3] antwoordde daarop dat hij tot 18:00 uur afwacht, dan komt en ernaartoe rijdt. Vervolgens laten de onderzochte telecomgegevens en zendmastgegevens zien dat de telefoons van [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] op 28 december 2022 vanaf 11:00 uur veelvuldig contact met elkaar hadden. Die middag bevonden de telefoons van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] [1] zich eerst in Veghel tussen 11:47 en 13:13 uur, waarna zij zich aan het eind van de middag, tussen 17:22 en 17:56 uur, allebei in Sint-Oedenrode bevonden. In de vroege avond verplaatsten zij zich richting het zuiden. Terwijl [medeverdachte 3] vanaf 18:47 uur vanuit Eindhoven richting Limburg reisde, volgden [medeverdachte 2] en [verdachte] rond 18:53 uur dezelfde route. [verdachte] werd om 19:42 uur en 19:56 uur gesignaleerd door een zendmast in Neer (Bergerstraat). Ook [medeverdachte 2] bevond zich in de omgeving van Neer en Haelen en belde toen met [verdachte] . Van 20:32 uur tot halverwege de nacht (00:29 uur op 29 december 2022) bevonden [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zich in Nederweert. Vervolgens bevonden [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] zich alle drie rond 01:30 uur op de [adres 2] in Neer. Nadat [verdachte] rond 01:10 uur al in de nabijheid is gesignaleerd, bevonden ook [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zich omstreeks 01:27 uur onder de zendmast die direct dekking biedt aan de betreffende woning [adres 2] te Neer. Op dat specifieke moment zocht [medeverdachte 2] contact met [verdachte] , hetgeen niet lukte. Vervolgens reisden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] terug naar Noord-Brabant, waarbij [medeverdachte 2] om 02.00 uur is gesignaleerd in Eindhoven en [medeverdachte 3] om 02:37 uur in Best. [verdachte] is nog rond 02.00 uur gesignaleerd in Leende en Heeze. Hij is dan nog op de terugreis naar Eindhoven.
Deze bewegingen in Neer zijn ook vastgelegd op de camerabeelden van [adres 2] te Neer. Daaruit volgt dat vanaf 01:27 uur meermaals twee auto’s, een Volvo V40 (van [medeverdachte 3] ) en een Volkswagen Golf (waarin [verdachte] dan moet hebben gereden), door de straat reden. Om 01:40 uur kwam de Volkswagen Golf uit de richting van de plaats delict rijden, maar dan opvallend genoeg met de verlichting uit. Vervolgens wordt de verlichting weer aangezet. Daarna zijn er geen auto’s meer te zien. Op de camerabeelden is te zien dat rond 01.40 uur de brand aan de auto’s is ontstaan.
[medeverdachte 2] heeft over de feiten niet verklaard. [medeverdachte 3] heeft over 28 en 29 december 2022 verklaard dat hij op voorverkenning was met zijn Volvo V40, die op naam staat van zijn partner [naam 5] . Hem werd gevraagd of hij die nacht naar de [adres 2] in Neer kon rijden. Het adres kreeg hij in de middag van 28 december 2022 op een briefje. De opdracht was dat hij moest doorgeven of op dat adres iets verdachts was en of er auto’s bij dat adres stonden. Dit heeft hij gedaan en hiervoor kreeg hij geld. Hij verklaarde dat hij toen niet wist dat er brand zou worden gesticht, wel dat er mogelijk iets strafbaar zou plaatsvinden. Achteraf is hem verteld over de brandstichting en heeft hij het ook via zijn telefoon op internet opgezocht. Hij heeft bij alle feiten altijd contact gehad met maar één persoon, die hem de opdrachten gaf. Op basis van het veelvuldige contact tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] die dag en nacht, komt de rechtbank tot de conclusie dat deze ene persoon [medeverdachte 2] is geweest, die hem de opdrachten met betrekking tot de brandstichtingen heeft gegeven.
Tussenconclusie
De rechtbank acht op basis van het forensisch onderzoek wettig en overtuigend bewezen dat op 29 december 2022, omstreeks 01:40 uur, brand is gesticht aan twee auto’s op de oprit van het adres [adres 2] te Neer, gemeente Leudal. Gelet op de onderbouwing van de forensisch onderzoekers is de rechtbank van oordeel dat sprake was van gemeen gevaar voor in de auto gelegen goederen, de nabijgelegen woning en levensgevaar, dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen.
[medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 3] opdracht gegeven om de voorverkenning te doen. Hij heeft hem ook het briefje met het adres gegeven. Gedurende 28 december 2022 hadden [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [verdachte] meerdere keren telefonisch contact. Omstreeks 20:00 uur zijn [medeverdachte 2] en [verdachte] in afzonderlijke voertuigen langs het adres [adres 2] te Neer gereden om de locatie aan te wijzen en te bekijken. De uitvoering vond vervolgens plaats in de nacht: omstreeks 01:30 uur op 29 december 2022 voerde [medeverdachte 3] in zijn Volvo V40 de voorverkenning uit en rapporteerde aan [medeverdachte 2] . Ook [medeverdachte 2] was in de buurt van de locatie. Vervolgens vertrokken [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] beiden richting Noord-Brabant. Kort daarna stichtte [verdachte] de brand aan de voertuigen op de oprit en vertrok vervolgens naar Eindhoven. Dit laatste baseert de rechtbank op basis van het tijdstip van de brand, 01:40 uur, en de aanwezigheid van [verdachte] in Leende en Heeze rond 02:00 uur.
15 januari 2023
Op 15 januari 2023 heeft er een poging brandstichting plaatsgevonden aan een personenauto voor het huis aan de [adres 2] te Neer. De rechtbank heeft vastgesteld in de vonnissen van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] dat zij en een onbekend gebleven persoon (NN 8652) deze poging samen hebben gepleegd. [medeverdachte 3] heeft de situatie vooraf verkend en de onbekend gebleven persoon (NN 8652) is de uitvoerder geweest. [medeverdachte 2] heeft de opdrachten aan [medeverdachte 3] en de onbekend gebleven persoon (NN 8652) gegeven.
21 januari 2023 (feit 2)
Op 21 januari 2023 omstreeks 03:30 uur is brandgesticht bij de toegangspoort van [naam 6] , gevestigd op de [adres 4] te Haelen, gemeente Leudal. De uitbater [benadeelde 4] heeft hiervan aangifte gedaan. Uit het forensisch onderzoek is vast komen te staan dat de linkerhelft van de toegangspoort beroet was en delen van het hout door vuur en hitte waren aangetast. Ook op de keien van het pad voor de poort zat zwarte aanslag/beroeting. Daarbij was sprake van een positieve indicatie van een brandbare vloeistof op de linkerhelft van de poort en het straatwerk voor deze poorthelft. Geconcludeerd werd dat de brand hoogstwaarschijnlijk is veroorzaakt door het opzettelijk inbrengen van vuur bij een brandbare vloeistof en dat bij deze brand gemeen gevaar voor goederen was te duchten.
Uit de beschrijving van de camerabeelden van die nacht van de toegangspoort van het kasteel volgt dat er om 03.27 uur een Opel Vectra met kenteken [kenteken 1] achteruit de loopbrug opreed. De bestuurder van de auto stapte uit en liep met een zwartkleurig voorwerp, gelijkend op een jerrycan, in de richting van de houten toegangspoort en liep toen het beeld uit. Hij stak vervolgens de houten toegangspoort in brand. Immers, op het moment dat hij weer in beeld kwam, had hij het zwartkleurige voorwerp niet meer bij zich en was een oranjekleurige gloed te zien die steeds feller werd. Hij liep met versnelde pas/rende naar de auto en reed weg.
De Opel Vectra is drie weken later in Boxtel aangetroffen. Aan de achterzijde zat de kentekenplaat [kenteken 1] en aan de voorzijde kentekenplaat [kenteken 2] . De kentekenplaat [kenteken 2] was van een ander voertuig gestolen in Eindhoven tussen 14 en 15 januari 2025. Uit de ANPR-gegevens is gebleken dat een auto met kentekenplaat [kenteken 2] in de nacht van de brandstichting op 21 januari 2025 om 02:34 uur van Eindhoven naar het zuiden reed en om 03:50 uur weer onderweg was in de richting van Eindhoven. Uit de historische telefoon- en mastgegevens is gebleken dat ook de telefoon van [verdachte] die nacht omstreeks 02:45 uur van Eindhoven naar het zuiden reed: omstreeks dat tijdstip straalde hij een zendmast aan de Rijksweg A2 in Waalre aan welke zendmast dekking geeft aan de Rijksweg A2, onder andere een gedeelte van de A2 tussen knooppunt Leenderheide (Eindhoven) en Valkenswaard. Om 02:48 uur passeerde ook de Opel Vectra de ANPR-camera op de A2 bij Leende/Valkenswaard in de richting Weert.
In de woning in Eindhoven waar [verdachte] omstreeks 10 februari 2023 verbleef, is ook een kentekenplaat met het kenteken [kenteken 2] aangetroffen. Verder is uit DNA-onderzoek gebleken dat op het stuurwiel, de deurklink van de bestuurder van de aangetroffen Opel Vectra en op de schenktuit van een jerrycan, die in de deze auto lag, celmateriaal zat dat mogelijk afkomstig is van [verdachte] .
Voorts komt uit onderzoek naar voren dat de Opel Vectra vanaf 14 november 2022 op naam had gestaan van [naam 7] : [naam bedrijf] , [gegevens bedrijf] . Uit de verklaring van [medeverdachte 2] volgt dat dit het bedrijf van zijn vader is.
Een dag na de brandstichting heeft [medeverdachte 2] gebeld met [naam 4] . Na beëindiging van dit gesprek, heeft [medeverdachte 2] direct [verdachte] gebeld. Verder hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op 19, 20 en 21 januari 2023 telefonisch contact gehad. Voorafgaand aan de brand zei [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 3] dat ze beter op ‘die lange’ kunnen wachten want die anderen durven toch niet, die weten wat er allemaal al is gebeurd. [medeverdachte 3] antwoordde daarop dat [medeverdachte 2] de baas is. Op 20 januari 2023 bespreken ze hoe laat ze zullen gaan en hoe laat ze verwacht worden bij ‘hem’. [medeverdachte 3] was om 21 januari 2023 om 01:00 uur in de nacht bij [medeverdachte 2] om hem op te halen. Om 03:38 uur, vlak na de brandstichting, stuurde [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 2] : 100% neef. De rechtbank maakt uit de context op dat dit zoiets moet betekenen als: [verdachte] is erheen gereden. Vervolgens zei [medeverdachte 3] dat [medeverdachte 2] moet proberen om ‘hem’ te bereiken om te vragen of alles goed is gegaan. Een paar minuten later stuurde [medeverdachte 3] aan “ [nummer 5] ” dat hij niet meegaat omdat hij kapot is: hij was vanochtend pas weer thuisgekomen en dat dit al de hele week zo is.
Tussenconclusie
De rechtbank is van oordeel dat er in de vroege ochtend van 21 januari 2023 brand is gesticht bij de toegangspoort van [naam 6] in Haelen, gemeente Leudal. De rechtbank is daarbij tevens van oordeel dat er gemeen gevaar te duchten was voor het kasteel en de goederen in het kasteel, op basis van de conclusies van het forensisch onderzoek.
Gelet op het dossier is de rechtbank van oordeel dat het [verdachte] is geweest die met de Opel Vectra van de vader van [medeverdachte 2] naar het kasteel is gereden om de brand te stichten en dat hij de kentekenplaat van de Opel Vectra heeft verwisseld. [medeverdachte 2] heeft in de dagen voorafgaand aan de brandstichting en ook daarna met [medeverdachte 3] contact gehad over de uitvoering. [medeverdachte 2] bepaalde dat ze beter op ‘die lange’ konden wachten en hij regelde naar alle waarschijnlijkheid de Opel Vectra waarmee [verdachte] naar het kasteel is gereden. De Opel Vectra stond immers niet lang voor de brandstichting nog op naam van zijn vader. Voorts kreeg hij van [medeverdachte 3] te horen dat de uitvoering van de brandstichting was gebeurd. Bij dit feit wordt de hiërarchische positie van [medeverdachte 2] expliciet bevestigd door [medeverdachte 3] , die hem in het onderling contact als ‘de baas’ aanmerkt. De regierol van [medeverdachte 2] blijkt bovendien uit de communicatielijn direct na het delict: hij onderhield eerst telefonisch contact met de vermoedelijke opdrachtgever [naam 4] en trad onmiddellijk daarna in contact met de uitvoerder [verdachte] .
Ten aanzien van [medeverdachte 3] overweegt de rechtbank dat, hoewel hij ontkent een voorverkenning te hebben verricht en zijn telefoon niet ter plaatse een zendmast heeft aangestraald, de feiten en omstandigheden tot een andere conclusie leiden. [medeverdachte 3] onderhield immers contact met [medeverdachte 2] over de planning van die avond (hoe laat ze zullen gaan) en verzond vrijwel direct na de brandstichting het bericht ‘100%’. De rechtbank leidt hieruit af dat [medeverdachte 3] kennelijk op de hoogte was van de (geslaagde) uitvoering van het delict, hetgeen duidt op zijn aanwezigheid in de nabijheid van de brandstichting, dan wel direct contact met de uitvoerder [verdachte] . Nu er van contact met [verdachte] op basis van de analyse van de telefoon van [medeverdachte 3] niet is bleken, moet sprake zijn geweest van het eerste: hij was in de buurt. De betrokkenheid van [medeverdachte 3] wordt voorts gestaafd door zijn berichten aan [naam 24] , waarin hij aangaf pas die ochtend thuis te zijn gekomen.
29 maart 2023
Op 29 maart 2023 is brandgesticht aan de Seat Inca die geparkeerd stond op de oprit van [adres 2] te Neer. De rechtbank heeft vastgesteld in de vonnissen van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] dat zij intensief met elkaar een plan opstelden over de brandstichting. [medeverdachte 2] had [naam 3] als uitvoerder ingeschakeld. Het contact met hem verliep via [naam 2] . [naam 3] heeft bekend de brandstichting te hebben gepleegd. [medeverdachte 3] heeft een voorverkenning uitgevoerd. Verder hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] elkaar gesproken over het bedrag dat betaald zou worden aan [naam 3] .
Modus operandi en rolverdeling
Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de drie brandstichtingen en de poging daartoe een duidelijke, samenhangende
modus operandivertonen. Alle incidenten waren gericht tegen de familie [benadeelde 1] / [benadeelde 3] uit de gemeente Leudal en volgden een vast patroon: na de voorverkenningen reden de verdachten vanuit Noord-Brabant naar Neer of Haelen om met brandversnellende middelen brand te stichten aan auto’s of toegangspoort, om vervolgens direct terug te keren naar Noord-Brabant. De brandstichtingen zijn in wisselende samenstellingen gepleegd, waarbij toch sprake was van een duidelijke kernbezetting, te weten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Om de rol van de verschillende verdachten nader te duiden, bespreekt de rechtbank hieronder de onderlinge rolverdeling.
[medeverdachte 2]
was de organisator/regisseur van de brandstichtingen en had ook contact met (de mogelijke opdrachtgever) [naam 4] , zijnde een oom van [medeverdachte 2] . Hij had de volledige regie in handen: hij regelde een voorverkenner en de uitvoerders, bepaalde de planning en de wijze van uitvoering, was op momenten aanwezig op de plaats delict, gaf aanwijzingen en faciliteerde een auto om naar de plaats delict te komen. Deze rol wordt verder bevestigd rondom 21 januari 2023 toen hij instructies gaf over de uitvoering en waarbij medeverdachte [medeverdachte 3] hem expliciet als ‘de baas’ aanmerkte. [medeverdachte 2] fungeerde als de cruciale schakel tussen opdracht en uitvoering; hij heeft contact gehad met [naam 4] na de brandstichting aan de toegangspoort van het kasteel en sprak over de beloning voor de uitvoerder. Hiermee staat vast dat [medeverdachte 2] niet slechts betrokken was, maar de leidende en organiserende kracht was.
Om de rol van [medeverdachte 2] vast te stellen heeft de rechtbank de bewijsmiddelen van de verschillende brandstichtingen over en weer als steunbewijs gebruikt. Uit de telefoongesprekken en audiobestanden van de brandstichtingen van 21 januari en 29 maart 2023 blijkt uitdrukkelijk dat [medeverdachte 2] een leidende rol had achter de brandstichtingen. Gelet op deze omstandigheden en het telefonische contact dat [medeverdachte 2] onderhield met [verdachte] en de onbekende gebruiker (NN 8625) bij de brandstichtingen van 29 december 2022 en 15 januari 2023 stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] toen ook al dezelfde rol had. De rechtbank is van mening dat zij deze bewijsmiddelen over en weer kan gebruiken omdat de feiten en omstandigheden op essentiële punten (de modus operandi en het contact van [medeverdachte 2] met de andere betrokkenen) overeenkomen.
[medeverdachte 3]
was in eerste instantie de voorverkenner. Hij voerde een omgevingscheck uit en gaf aan [medeverdachte 2] door of er voertuigen voor de woning van aangeefster stonden. Hij wist naar eigen zeggen pas na de brandstichting op 29 december 2022 wat de reden was van deze voorverkenningen. Anders dan [medeverdachte 3] heeft verklaard, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 3] met het verstrijken van de tijd een grotere rol krijgt. Er vindt rond 21 januari 2023 steeds meer overleg plaats tussen hem en [medeverdachte 2] over de planning en welke uitvoerder er ingezet gaat worden. [medeverdachte 3] deed nog steeds de voorverkenning, maar gaf ook door dat de uitvoerder, [verdachte] , ter plaatse was. Vervolgens gaf hij ook aan [medeverdachte 2] de opdracht om contact te zoeken met [verdachte] om te vragen of alles goed is gegaan. Op 29 maart 2023 is de rol van [medeverdachte 3] nog groter en kan hij als mede-organisator worden aangemerkt. Hij voerde toen intensief overleg met [medeverdachte 2] over de uitvoering en de planning. Ook besliste hij bij die brandstichting mee over de beloning voor uitvoerder [naam 3] .
[verdachte]
De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] de uitvoerder is geweest van de brandstichtingen op 29 december 2022 en 21 januari 2023. Hij is telkens naar de plaats delict gereden, reed weg nadat er brand was ontstaan en had contact met [medeverdachte 2] .
Deelnemingsvorm
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld wat de rol van verdachte is geweest bij de brandstichtingen.
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte af dat hij de uitvoerder van de brandstichtingen op 29 december 2022 (feit 1) en 21 januari 2023 was (feit 2). Hij onderhield rondom en ten tijde van de brandstichtingen contact met [medeverdachte 2] hierover.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 2] (feit 1 en feit 2) en [medeverdachte 3] (feit 2) die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen onder feit 1 en feit 2 bewezen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
Ten aanzien van feit 1:
op 29 december 2022 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht aan twee personenauto’s, te weten een Nissan Qashqai, [kenteken 3] en een Mercedes-Benz S600, [kenteken 4] , door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof, die over die personenauto’s was gegoten/gesprenkeld,
ten gevolge waarvan
- die personenauto’s en
- een voordeur en meerdere kozijnen en ramen van een woning, gelegen aan [adres 2] te Neer, gedeeltelijk is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor in die personenauto’s gelegen goederen en een nabijgelegen woning en levensgevaar voor een of meer in die woning(en) aanwezige perso(o)n(en) en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), te duchten was;
Ten aanzien van feit 2:
op 21 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij een (toegangs)poort, behorende bij een pand, gelegen aan [adres 1] te Haelen, door open vuur in aanraking te brengen met een jerrycan, gevuld met (motor)benzine, die tegen die (toegangs)poort was geplaatst en/of over/rond die (toegangs)poort was gegoten, ten gevolge waarvan die (toegangs)poort gedeeltelijk is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor (aangebouwd) kasteel en pand(en) en in dat kasteel en dat/die pand(en) gelegen goederen, te duchten was.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Ten aanzien van feit 1:
medeplegen van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd;
Ten aanzien van feit 2:
medeplegen van opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van het voorarrest. Hij heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met de ernst van de feiten, de periode waarin het heeft plaatsgevonden, de hoeveelheid brandstichtingen, het te duchten gevaar en de impact die het heeft gehad op de slachtoffers en de omgeving. Voorts heeft de verdachte een lang strafblad, kwam hij niet op de afspraken met de reclassering en hield hij zich niet aan voorwaarden die werden opgelegd tijdens meerdere schorsingen van de voorlopige hechtenis. Tot slot is de redelijke termijn overschreden en is artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bij een veroordeling verzocht om een gevangenisstraf op te leggen die de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten niet te boven gaat. Verder heeft de verdediging stilgestaan bij het feit dat de verdachte zijn leven op de rit probeert te krijgen en hulp aanvaardt. Ook is verzocht om rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn en om de schorsing van de voorlopige hechtenis in stand te laten of het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich twee keer samen met medeverdachten schuldig gemaakt aan het opzettelijk in brand steken van auto’s, die geparkeerd stonden voor de woning van de slachtoffers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en het in brand steken van de (toegangs)poort van [naam 6] , waar de dochter van [benadeelde 1] met haar gezin woonde en werkte. De rechtbank ziet de verdachte als de uitvoerder van de brandstichtingen. Hij heeft de brandversnellende stof/benzine over de auto’s en (toegangs)poort gegoten en in aanraking gebracht met vuur. Kennelijk alleen maar voor eigen financieel gewin.
Brandstichting behoort tot één van de ernstigste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent, omdat als gevolg van dit delict onbeheersbare, zeer gevaarzettende situaties voor personen of goederen kunnen ontstaan. In deze zaak was zeker sprake van gemeen gevaar voor goederen en bij de autobranden ook van levensgevaar. De auto’s en toegangspoort zijn gedeeltelijk verbrand en de branden hadden kunnen uitbreiden naar de nabijgelegen woning en het pand of het kasteel. Dergelijke brandstichtingen, elkaar in korte tijd opvolgend, veroorzaken grote angst en onrust in de samenleving, in de gemeente Leudal specifiek en bij de slachtoffers in het bijzonder.
De rechtbank acht het strafverzwarend dat de brandstichtingen telkens 's nachts en gericht tegen dezelfde familie plaatsvonden, terwijl de verdachte deze familie niet eens kent. Alles wijst erop dat dit alles gebeurde met één doel: bewuste intimidatie en bedreiging van de familie [benadeelde 1] / [benadeelde 3] . Dat de daadwerkelijke opdrachtgever en het motief voor de brandstichtingen onbekend zijn gebleven, beangstigt de familie – ondanks de eigen vermoedens die zij hierover hebben. Tijdens de zitting spraken diverse familieleden emotioneel over de diepe sporen die de brandstichtingen hebben achtergelaten in hun leven en op hun welzijn. De sfeer van angst en onzekerheid die is gezaaid heeft op ieder lid van de familie en op de familie als geheel nog altijd een enorme impact. In het hele dossier ontbreekt elk spoor van medeleven bij de verdachte of medeverdachten; zij lijken zich in het geheel niet te hebben bekommerd om het welzijn van de familie en de gevaren van de brandstichtingen in een woonwijk en bij het kasteel waarin een B&B zit. Dit vindt de rechtbank ontluisterend en ook verontrustend. De verdachten hebben zich kennelijk alleen laten leiden door hun eigen financiële gewin.
De ernst van de feiten, in combinatie met het gevaar en de angst die de brandstichtingen hebben veroorzaakt, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een andere strafsoort is niet aan de orde. De rechtbank wil met het oog op de generale preventie een duidelijk en krachtig signaal afgeven aan de samenleving dat brandstichtingen, niet licht mogen worden opgevat.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 13 januari 2026 van 32 pagina’s. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is vervolgd voor een brandstichting. Artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is van toepassing vanwege een veroordeling op 17 januari 2023.
Verder betrekt de rechtbank bij haar oordeel het Pro Justitia rapport (psychologisch onderzoek) van 14 juni 2024. Daarin staat beschreven dat de verdachte lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een licht verstandelijke beperking heeft en dat deze stoornissen beide aanwezig waren ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Door zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis laat hij zich leiden door opportunistische motieven en wordt hij niet geremd door een adequaat functionerend geweten. Of dit in de onderhavige tenlastegelegde feiten ook het geval was, heeft rapporteur, daar de verdachte de tenlastegelegde zaken ontkent, niet met hem kunnen bespreken. De licht verstandelijke beperking was eveneens aanwezig ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Door deze beperking heeft de verdachte verminderd zicht op oorzaken en gevolgen en op sociale situaties. De verdachte is echter bekend met de gevolgen en het gevaar van vuur en met de strafbaarheid van brandstichting en had dan ook anders kunnen beslissen. Indien de tenlastegelegde feiten bewezen worden verklaard, adviseert rapporteur ze aan de verdachte toe te rekenen.
De reclassering heeft op 27 november 2025 een advies uitgebracht waaruit blijkt dat de verdachte sinds januari 2025 uit beeld is bij de reclassering en ook niet is verschenen op de afspraken. Geadviseerd wordt om een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen. De responsiviteit van de verdachte wordt als laag ingeschat. Hij is niet gemotiveerd voor verandering en heeft geen hulpvragen.
De rechtbank zal de hiervoor genoemde adviezen volgen. Hoewel de verdediging nu stelt dat de verdachte zijn leven weer enigszins op de rit heeft en dat hij bij zijn vriendin woont, die hem helpt zijn leven positief op te bouwen, neemt de rechtbank dit in het voordeel van de verdachte niet mee, omdat dit op geen enkele manier nader is onderbouwd. Voorts blijkt uit het strafblad van de verdachte dat hij op 13 januari 2026 nog in aanraking is gekomen met politie en justitie.
De rechtbank houdt er rekening mee dat de verdachte reeds geruime tijd - ongeveer 18 maanden - in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Dit is deels aan zijn eigen handelen te wijten, nu hij meerdere keren de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden, waarna de schorsing werd opgeheven.
De rechtbank heeft verder bij de straftoemeting rekening gehouden met het feit dat verdachtes recht op een behandeling van zijn proces binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, is geschonden, nu de zaak twee jaren en 10 maanden na de aanhouding van verdachte (op 1 april 2023) leidt tot een eindvonnis in eerste aanleg, zonder dat dit aan de verdediging te wijten valt. De rechtbank vindt in deze termijnoverschrijding aanleiding een lagere straf op te leggen dan zij zonder deze verdragsschending zou hebben opgelegd.
De rechtbank zal afwijken van de eis van de officier van justitie nu de rechtbank anders dan de officier van justitie bij feit 2 niet het te duchten levensgevaar aanwezig acht en de rechtbank de feiten anders weegt dan de officier van justitie. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van het voorarrest. De rechtbank ziet gelet op de adviezen geen reden voor het opleggen van bijzondere voorwaarden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering.

7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

7.1
De vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]
De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] vorderen schadevergoeding tot een bedrag van 9.565,00 euro ter zake van feit 1 (29 december 2022) alsmede voor de brandstichtingen op 15 januari 2023, 4 maart 2023 en 29 maart 2023. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
Feit 1(29 december 2022)
Personenauto van het merk Mercedes, verkoopwaarde minus uitgekeerde dagwaarde (zoekslag op het internet): 3.000 euro
Personenauto Nissan QashQai, verkoopwaarde minus uitgekeerde dagwaarde en 150 euro eigen risico (zoekslag op het internet en navraag garage): 2.550 euro
Zelf reinigen van voetsporen (roet) in de woning: 100 euro
Aanschaf drie extra brandmelders, twee blussers en vluchtladder: 230 euro
Aanschaf twee professionele buiten camera’s: 540 euro
15 januari 2023
Kosten wasstraat om de benzine op de Mercedes te verwijderen: 40 euro
Reiskosten voor psychische begeleiding via huisarts, tien keer. 10 x 12km x 0,25 eurocent: 30 euro
4 maart 2023
Kosten schoonmaken auto en oprit (zelf gedaan): 75 euro
Privédetective ingehuurd; 2.000 euro
immateriële schade: 1.000 euro
Voorts zijn als proceskosten gevorderd de eigen bijdrage van de rechtsbijstand van 250 euro. Deze kosten zijn ter terechtzitting ingetrokken.
De benadeelden hebben verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partijen gedeeltelijk toewijsbaar.
Hij heeft geconcludeerd dat het volledige bedrag aan gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu de onderbouwing van de materiële schade in de meeste gevallen ontbreekt. Ook is onbekend hoe de hoogte van de bedragen voor het zelf reinigen van de vloer en het schoonmaken van de auto’s is bepaald.
De gevorderde immateriële schade acht hij voldoende onderbouwd, mede gelet op de aard en intensiteit van de feiten. Hij is daarom van mening dat een bedrag van 1.000 euro aan immateriële schade voor [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , voor ieder afzonderlijk, toewijsbaar is.
De officier van justitie verzoekt om tevens de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met daartegenover 20 dagen gijzeling.
De officier van justitie vordert het toegewezen schadebedrag hoofdelijk op te leggen.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de benadeelde in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat de schade onvoldoende is onderbouwd. Voorts is subsidiair verzocht om slechts een deel aan materiële schade toe te wijzen nu de verdachte slechts voor één feit vervolgd wordt.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De gevorderde materiële schade:
Door de verdediging is de gevorderde materiële schade gemotiveerd betwist.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de verdachte alleen voor het tenlastegelegde feit 1 van 29 december 2022 wordt veroordeeld terwijl de benadeelden ook schadevergoeding vragen voor de andere brandstichtingen. De rechtbank kan echter voor die andere brandstichtingen geen schadevergoeding toekennen. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering ten aanzien van 145 euro aan gevorderde materiële schade.
Ten aanzien van de overige gevorderde materiële schade voor feit 1 en de privédective stelt de rechtbank, met de officier van justitie en de verdediging, vast dat de schade niet is onderbouwd door middel van bijvoorbeeld facturen. De benadeelde partij zal niet in de gelegenheid gesteld worden om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting en verdere vertraging van deze strafprocedure. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de materiële schade, ter hoogte van 8.420 euro, niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De gevorderde immateriële schade:
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Gelet op de aard en ernst van de normschending (er was levensgevaar te duchten bij feit 1) en de gevolgen daarvan voor de benadeelden [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , is de rechtbank van oordeel dat zij door de strafbare feiten op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. Er is een zeer ernstige inbreuk gemaakt op hun geestelijke en lichamelijke integriteit en de benadeelde partijen hebben voldoende concrete gegevens overgelegd waaruit de ernst van de gevolgen blijkt.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding van 1.000 euro billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij voor ieder afzonderlijk daarom in zijn geheel toe.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 29 december 2022 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De rechtbank legt tevens de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van 1000 euro aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 december 2022 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijk
Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.
7.5
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
De benadeelde partij [benadeelde 3] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 1.323,76 euro ter zake van feit 2. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
Kilometervergoeding voor psychologische hulp voor haar en haar dochter [benadeelde 7] van 323,76 euro
Immateriële schade: 1.000 euro
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.6
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toewijsbaar.
Hij heeft geconcludeerd dat het volledige bedrag aan gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu onvoldoende is onderbouwd in hoeverre de kilometervergoeding kan worden gekoppeld aan het feit.
De gevorderde immateriële schade acht hij voldoende onderbouwd, mede gelet op de aard en intentie van het feit. Hij is daarom van mening dat een bedrag van 1.000 euro aan immateriële schade voor [benadeelde 3] toewijsbaar is.
De officier van justitie verzoekt om tevens de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met daartegenover 20 dagen gijzeling.
De officier van justitie vordert het toegewezen schadebedrag hoofdelijk op te leggen.
7.7
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de benadeelde in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de schade onvoldoende is onderbouwd.
7.8
Het oordeel van de rechtbank
De gevorderde materiële schade:
Door de verdediging is de gevorderde materiële schade gemotiveerd betwist. De rechtbank stelt, met de officier van justitie en de verdediging, vast dat de schade en het verband met feit niet is onderbouwd. De benadeelde partij zal niet in de gelegenheid gesteld worden om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting en verdere vertraging van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de materiële schade, ter hoogte van 323,76 euro, niet-ontvankelijk.
De gevorderde immateriële schade:
De rechtbank constateert dat de bewezenverklaarde brandstichting van een toegangspoort op zichzelf een onvoldoende ernstige normschending oplevert om een aantasting in de persoon op andere wijze aan te nemen, nu bij de brandstichting geen gevaar voor personen te duchten was. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde de nadelige gevolgen van het feit onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd. De rechtbank heeft het schrijven van Praktijk [naam 8] gezien en begrijpt dat de brandstichting angstklachten heeft veroorzaakt bij de benadeelde. Uit het schrijven blijkt echter ook dat de klachten niet enkel zien op de brandstichting aan de toegangspoort, maar ook op de andere branden en de achtergrond daarvan. Wat de nadelige gevolgen van deze specifieke brand zijn, zijn niet omschreven en zodoende onvoldoende concreet gemaakt.
De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu het vergen van een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.
7.9
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
De benadeelde partij [benadeelde 4] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 2.406,50 euro ter zake van feit 2. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
Brandblusser: 56,50 euro
Aanschaf Ring deurbel: 650 euro
Aanschaf camera’s: 700 euro
Immateriële schade: 1.000 euro
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toewijsbaar.
Hij heeft geconcludeerd dat het volledige bedrag aan gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing.
De gevorderde immateriële schade acht hij voldoende onderbouwd, mede gelet op de aard en intentie van het feit. Hij is daarom van mening dat een bedrag van 1.000 euro aan immateriële schade voor [benadeelde 4] toewijsbaar is.
De officier van justitie verzoekt om tevens de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met daartegenover 20 dagen gijzeling.
De officier van justitie vordert het toegewezen schadebedrag hoofdelijk op te leggen.
7.11
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de benadeelde in de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de schade onvoldoende is onderbouwd.
7.12
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde rechtstreekse schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit 2.
De gevorderde materiële schade:
De rechtbank is van oordeel dat de post ten aanzien van de brandblusser kan worden toegewezen op basis van het feit dat de brand door benadeelde zelf geblust is met een schuimblusser. Het hiermee gemoeide bedrag van 56,50 euro komt de rechtbank alleszins redelijk voor. De posten van de aanschaf van de Ring deurbel en de camera’s zijn niet voor toewijzing vatbaar omdat, blijkens de verklaring van [benadeelde 4] ter terechtzitting, deze kosten gemaakt zijn door het bedrijf en niet de privépersoon [benadeelde 4] . De rechtbank zal zodoende 56,50 euro toewijzen en 1.350 euro afwijzen.
De gevorderde immateriële schade:
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij het beroep op de aantasting in de persoon, behoudens een algemene weergave van de gevolgen, niet met schriftelijke stukken heeft onderbouwd. De rechtbank is verder van oordeel dat de bewezenverklaarde brandstichting aan de toegangspoort op zichzelf een onvoldoende ernstige normschending oplevert om een aantasting in de persoon op andere wijze aan te nemen zonder nadere onderbouwing, nu bij de brandstichting geen gevaar voor personen te duchten was. De door de benadeelde gestelde gevoelens van angst maken dit niet anders, nu de gestelde gevolgen onvoldoende concreet zijn gemaakt.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering ten aanzien van de immateriële schade van 1.000 euro nu het vergen van een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 21 januari 2023 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De rechtbank legt tevens de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van 56,50 euro aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2023 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 dag. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
Hoofdelijk
Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.
7.13
De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 5] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7]
De benadeelde partijen [benadeelde 5] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7] vorderen ieder schadevergoeding tot een bedrag van 1.000 euro ter zake van feit 2, bestaande uit immateriële schade. Zij hebben verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.14
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de gevorderde immateriële schade door de benadeelde partijen voldoende onderbouwd, mede gelet op de aard en intentie van het feit. Hij is daarom van mening dat een bedrag van 1.000 euro aan immateriële schade voor [benadeelde 5] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7] toewijsbaar is.
De officier van justitie verzoekt om tevens de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen met daartegenover 20 dagen gijzeling.
De officier van justitie vordert het toegewezen schadebedrag hoofdelijk op te leggen.
7.15
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de benadeelden in de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard omdat de schade onvoldoende is onderbouwd.
7.16
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank constateert dat bewezenverklaarde brandstichting van een toegangspoort op zichzelf een onvoldoende ernstige normschending oplevert om een aantasting in de persoon op andere wijze aan te nemen, nu bij de brandstichting geen gevaar voor personen te duchten was. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de benadeelden de nadelige gevolgen van feit 2 onvoldoende met concrete gegevens heeft onderbouwd.
De rechtbank heeft bij [benadeelde 6] en [benadeelde 7] het schrijven van Praktijk [naam 8] gezien en begrijpt dat de brandstichting angstklachten heeft veroorzaakt bij hen. Uit het schrijven blijkt echter ook dat de klachten niet enkel zien op de brandstichting van de toegangspoort, maar ook op de andere brandstichtingen en de achtergrond daarvan. Wat de nadelige gevolgen van deze specifieke brandstichting, zijn niet omschreven en zodoende onvoldoende concreet gemaakt.
De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu het vergen van een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.

8.Het beslag

De verdachte heeft van de inbeslaggenomen voorwerpen (mes en verdovende middelen) ter terechtzitting afstand gedaan. De rechtbank zal daarom geen beslissing meer nemen op het beslag.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 63 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Ten aanzien van [benadeelde 1] en [benadeelde 2]
  • wijstde vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , ten aanzien van feit 1
    gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte
    hoofdelijkom aan de benadeelde partijen te betalen een bedrag van 1.000 euro, bestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
    wettelijke rentevanaf 15 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • bepaalt dat de benadeelde partijen voor de gevorderde materiële schade ter hoogte van 145 euro
  • bepaalt dat de benadeelde partijen voor de gevorderde materiële schade ter hoogte van 8.420 euro
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of (een van) zijn mededader(s) is betaald;

Ten aanzien van [benadeelde 3]

- bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 3] voor de gevorderde materiële schade (323,76 euro) en immateriële schade (1.000 euro)
niet-ontvankelijkis en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

Ten aanzien van [benadeelde 4]

  • wijstde vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] ten aanzien van feit 2
    gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte
    hoofdelijkom aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van 56,50 euro, bestaande uit materiële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
    wettelijke rentevanaf 21 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • wijstde vordering voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade, zijnde 1.350 euro,
    af;
  • bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor de gevorderde immateriële schade (1.000 euro)
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de hoofdelijke
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of (een van) zijn mededader(s) is betaald;

Ten aanzien van [benadeelde 5] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7]

- bepaalt dat de benadeelde partijen in de vorderingen (van 1.000 euro)
niet-ontvankelijkzijn en de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kunnen aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. S.A.M.C. van de Winkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Klompe, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 29 december 2022 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/onder/naast twee (personen)auto’s, te weten een Nissan Qashqai, [kenteken 3] en/of een Mercedes-Benz S600, [kenteken 4] , door open vuur in aanraking te brengen met (motor)benzine, althans met een brandbare stof, die over die (personen)auto’s was gegoten/gesprenkeld en/of onder (een van) genoemde auto('s) was geplaatst,ten gevolge waarvan
- die (personen)auto’s en/of
- een (voor)deur en/of een of meerdere kozijnen en/of ramen van de een woning, gelegen aan [adres 2] te Neer, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,
en daarvan gemeen gevaar voor in die (personen)auto(‘s) gelegen goederen en/of een nabijgelegen woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een of meer in die woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of
gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij op of omstreeks 21 januari 2023 in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij een (toegangs)poort, behorende bij een pand, gelegen aan [adres 1] te Haelen, door open vuur in aanraking te brengen een jerrycan, gevuld met (motor)benzine, althans een brandbare stof, die tegen die (toegangs)poort was geplaatst en/of over/rond die (toegangs)poort was gegoten, ten gevolge waarvan die (toegangs)poort geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,
en daarvan gemeen gevaar voor (aangebouwd) kasteel en/of pand(en) en/of in dat kasteel en/of dat/die pand(en) gelegen goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of) en/of levensgevaar voor een of meer in voormeld(e) pand(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in voormelde woning(en) aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
BIJLAGE II: bewijsmiddelenoverzicht
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer LB1 R022122-349, onderzoek Recuerdo, gesloten d.d. 7 november 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1591.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 18 juli 2023, p. 56 t/m 59 deel 12 (persoonsdossier [medeverdachte 3] ) (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Mij is gevraagd of ik naar de [adres 2] te Neer wilde gaan om te kijken of er niks verdachts stond, geen politie of verdachte auto’s. Ook moest ik kijken of er auto’s stonden. Ik moest dat dan doorgeven en dan kon ik weer gaan. Ik kreeg het adres op een briefje geschreven.
29 december 2022, dat weet ik nog als de dag van gisteren. Toen wist ik nog niet waar ik heen moest. Hun vroegen aan mij rijdt daarheen, houdt het daar in de gaten en of er geen politie staat, geen verdachte situaties en geef dat door. Dat heb ik toen gedaan. En toen een paar dagen later was het mij op aan het vreten van wat is daar nou eigenlijk gebeurd. Toen ben ik dat op gaan zoeken op het internet en toen zag ik dat daar brand was gestoken. De opdracht is mij verteld. Ik kreeg toen een briefje met het adres erop. Dat was de eerste keer dat ik daarheen moest gaan om te kijken. Ik kreeg het briefje ergens in de middag. Ik ben in mijn auto gestapt en daarheen gereden. Dat was met de Volvo V40.
Tussen 29 december 2022 en 15 januari 2023 ben ik wel vaker daar geweest. Als er niks stond, gebeurde er kennelijk ook niets. Dan kreeg ik er ook geen geld voor. Ik ben daar wel twee tot vier keer geweest met mijn eigen auto. Mij werd steeds gevraagd of er geen politie stond en of ik dat wilde doorgeven. Ik reed er dan heen en keek of er niets stond. Van tevoren is een voetbalveldje en een parkeerplek. Tot daar reed ik, dan een klein stukje verder, dan draaide ik om en reed ik naar huis.
Ik heb maar één keer dat papiertje gekregen want het adres wist ik toen.
De 15de moest ik weer. Toen ben ik daar weer heen gereden. Die avond was er volgens mij ook brandgesticht of wilde ze dat. Ik heb daarna van diegene zelf vernomen dat het niet was gelukt. Ik heb toen doorgegeven dat er niks verdachts stond zeg maar van een politieauto zoiets. Soms moest ik wel doorgeven of daar een auto stond.
Op 29 maart kreeg ik ook weer de vraag van ga je daarheen, kijken of er iets staat, iets verdachts. En dat stond er toen niet. En blijkbaar is er die avond toen weer brandgesticht. Ik heb dat toen op internet opgezocht. Ik zal toen ook wel iets aan informatie hebben doorgegeven.
Het was geen moeten. Ik deed het omdat ik er geld voor kreeg.
Ik heb een telefoon, Iphone 14 pro. Het telefoonnummer is [nummer 2] .
Alleen ik maak gebruik van mijn auto.
Ik heb denk ik in totaal wel 5 of 6 keer geld gekregen. Het was niet altijd standaard een bedrag. Ik kreeg wel minder als ik zeg maar die aantal keren reed voor niks. Ik moest heel vaak rijden, ook overdag een paar keer. Ik kreeg dan iets meer dan benzinegeld.
Ik moest kijken of er geen politie of mensen waren. En of daar auto’s stonden.
Mij werd gevraagd van rijdt daarheen en kijk of alles goed is zodat wij ons ding kunnen doen daar. De auto’s moesten dan op het adres staan.
Op 29 maart, was ik weer aan het voor verkennen. Dat deed ik elke keer. Ik moest daar kijken.
De eerste keer wist ik niet dat er brandgesticht zou gaan worden. De eerste keer wist ik wel dat er iets ging gebeuren wat niet mag maar de andere keren wist ik wel dat het om brandstichting ging. Achteraf is mij verteld wat er gebeurd is. Daar is over gesproken. Ik heb het zelf opgezocht, maar daarna kreeg ik het ook te horen. Er werd over gepraat dat er brand werd gesticht daar.
Ik had maar contact met één persoon en ik heb in totaal wel 5 of zes keer geld gekregen. Ik kreeg wel minder als ik zeg maar die aantal keren reed voor niks. Want ik moest heel vaak rijden, ook overdag een paar keer rijden en dan kreeg ik benzinegeld, iets meer dan benzinegeld. Mij werd gevraagd van rij daarheen en kijk of alles goed is, zodat wij ons ding kunnen doen daar.
De auto’s moesten bij die mensen staan op het adres dat ik net noemde.
Ik ben alleen in Neer geweest op dat adres. Er stonden meerdere huizen naast elkaar. Er stonden als het goed is twee auto’s bij de oprit voor hun huis. Het was een beetje in een bocht.
Het werd mij echt rechtstreeks gevraagd om daarheen te gaan.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 30 maart 2023, p. 38 en 39 deel 12 (persoonsdossier [medeverdachte 3] ) (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Ik heb een Volvo V40. Ik heb geen andere auto. De auto staat op naam van mijn vrouw.
Mijn telefoonnummer is [nummer 2] . Ik heb geen andere telefoonnummers. Ik gebruik dat nummer al een aantal jaren. Ik kan mij niet herinneren dat ik mijn telefoon heb uitgeleend om te bellen.
Feit 1: 29 december 2022
Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] d.d. 29 december 2022, p. 286, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van brandstichting. Op donderdag 29 december 2022, omstreeks 02.00 uur, werd ik wakker gebeld door mijn dochter. Ik zag dat de brandweer onze twee auto's aan het blussen was. Onze auto's betroffen een Nissan Qashqai, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 3] , en een Mercedes 5600, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 4] . Beide auto's stonden voor ons huis geparkeerd met de neus richting het huis. Ze stonden op ongeveer drie meter van het huis af geparkeerd.
Het proces-verbaal aanvullend verhoor aangeefster [benadeelde 1] d.d. 31 december 2022, p. 288 t/m 290, zakelijk weergegeven:Op donderdag 29 december 2022, omstreeks 01:57 uur, lag ik te slapen in mijn woning gelegen aan de [adres 2] te Neer, gemeente Leudal. Ik lag in mijn bed samen met mijn man. Ik nam de telefoon op en ik hoorde dat mijn dochter zei: “Mam je auto staat in de brand”. Ik ben toen uit bed gestapt en maakte de slaapkamerdeur open. Als je de slaapkamerdeur openmaakt, kom je op de overloop uit. Vanuit de overloop kun je door glas naar de oprit kijken. Ik zag dat er vlammen voor het raam waren. Ik schat dat de vlammen reeds twee meter hoog waren. Ik maakte vervolgens de voordeur open maar ik zag al veel rookontwikkelingen en maakte de voordeur weer dicht. Dit om geen rook in te ademen. Mijn man en ik bleven in de woning omdat we bang waren dat het vuur richting onze woning zou komen en vanwege het mogelijk ontploffingsgevaar van de personenauto's.
Het keukenraam heeft een barst in het raam en de kunststofkozijnen zijn verschroeid. Het trappenhalraam heeft ook een barst in het raam en ook hier zijn de kunststofkozijnen verschroeid. De pui van de voordeur, kunststofkozijn, is ook verschroeid en hierbij is het raam van de voordeur ook beschadigd daar er een barst in zit. De twee personenauto's zijn total loss.
Ik heb een vermoeden wie dit gedaan zou kunnen hebben. Ik heb met mijn ex-man een kasteel, genaamd [naam 6] , [adres 4] te Haelen verkocht aan de heer [naam 4] . Dit was in mei 2016. We bleven hier wonen. Dit was ook contractueel vastgelegd. Toen zijn vrouw was overleden, is het eigenlijk verkeerd gelopen met ons contact. Daarvoor hadden we namelijk een goede verstandhouding met hem en zijn vrouw. In 2018 is mijn dochter [benadeelde 3] (de rechtbank begrijpt: [benadeelde 3] ) in het bijgebouw van het kasteel komen wonen. Ook dit is contractueel vastgelegd. Zij woonde hier met haar kinderen en haar man. Het kleinkind van de heer [naam 4] , [naam 9] , kwam ook in het bijgebouw van het kasteel wonen. Hij woonde in een woongedeelte beneden [benadeelde 3] . Omdat hij wiet rookte kwam de rook van de wiet naar boven in de woning van [benadeelde 3] . Hier heeft [benadeelde 3] geregeld wat van gezegd. Tegen [naam 9] als ook tegen de heer [naam 4] . In eerste aanleg vond de heer [naam 4] het vervelend gaf hij aan. Er is echter niets mee gedaan.
Een aantal jaren geleden kwam de heer [naam 4] naar mij toe en gaf aan dat ik spullen ontvreemd had die van hem waren. Dit was echter niet het geval. Hij beschuldigde mij van diefstal. Ik ben toen zelf op onderzoek uitgegaan en gaf aan dat de spullen die ik ontvreemd zou hebben er nog gewoon lagen.
Zo had ik nog een paar conflicten met hem. Hij beschuldigde mij wederom van diefstal. In het gesprek waar mijn man ook bij aanwezig was, gaf de heer [naam 4] aan dat hij wel een paar zigeuners op ons af zou sturen. Wat deze zigeuners zouden doen, vertelde hij niet. Wij voelden ons daardoor wel bedreigd.
Er zijn tot ik weg ben gegaan op het adres, [adres 4] te Haelen, meerdere voorvallen geweest met de heer [naam 4] .
In de zomer 2020, werd ik gebeld door mijn dochter [benadeelde 3] . Zij gaf aan dat de heer [naam 4] , haar weer aan het bedreigen en lastig aan het vallen was. Ik zei dat ik eraan zou komen. Ik ben toen in gesprek gegaan met de heer [naam 4] maar er was niet een gesprek mee te voeren. Uiteindelijk gaf hij op het einde van het gesprek aan. “Wacht maar jou pak ik nog wel, daar krijg je spijt van.” Hij wees hierbij met zijn wijsvinger naar mij.
Ik probeerde meerdere keren nog met hem te praten maar hij wilde niet meer met mij praten.
Begin 2022, was ik bij mijn dochter [benadeelde 3] . Zij had een paniekaanval en haar man, is toen naar de huisartsenpost gegaan dit naar aanleiding van een conflict met de heer [naam 4] . Ik ben toen naar de heer [naam 4] gegaan die voorbij kwam rijden in zijn personenauto. Ik klopte op het raam om te vragen waar hij mee bezig was. Hij zei toen tegen mij met jou praat ik niet meer. Mijn dochter [benadeelde 3] heeft heel erg veel problemen met de heer [naam 4] . Zij heeft ook veelvuldig met de politie gesproken. Omdat mijn dochter veel problemen heeft met de heer [naam 4] en omdat ik ook problemen heb gehad, vermoed ik dat hij achter deze brandstichting zit. Of hij het zelf heeft gedaan of dit heeft uitbesteedt, dat weet ik niet.
Het proces-verbaal forensisch onderzoek voertuigen Mercedes-Benz [kenteken 4] , Nissan [kenteken 3] d.d. 23 januari 2023, p. 307 t/m 309, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 29 december 2022 om 08:40 uur kwamen wij, naar aanleiding van een brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] te Neer. Omstreeks 01:45 uur, werd bij de politie gemeld dat er twee auto's in brand zouden staan, voor de woning van [adres 2] te Neer. Door de brandweer werden de voertuigen geblust.
Wij zagen op de oprit, voor de woning, twee auto's staan. Vanaf de openbare weg de [adres 2] gezien stond links de Nissan Qashqai en rechts de Mercedes-Bens 5600. Beide auto's stonden met de neus richting de woning.
Wij zagen bij de Mercedes-Benz S600 dat de brand voornamelijk aan de voorzijde, de linkerzijde en aan de achterzijde had gewoed. Wij zagen dat het rechter voor- en achterportier niet waren aangetast door de brand. Ook het linker voorportier was niet aangetast door de brand. Wij zagen dat het linker achterportier gedeeltelijk was weggesmolten door de hitte. Ook zagen wij dat de achterklep geheel was weggesmolten. Het passagiersgedeelte van de auto was volledig verwoest door de brand. Verder zagen wij dat alle ruiten van de Mercedes kapot waren.
Wij zagen bij de Nissan Qashqai dat de brand voornamelijk aan de rechter voorzijde en aan de rechter achterzijde van de Nissan had gewoed. Wij zagen dat het rechter voorportier en rechter achterportier gedeeltelijk waren aangetast door vuur. Het passagiersgedeelte was deels aangetast door hitte en vuur.
Verder zagen wij dat de achterruit kapot was en dat de voorruit aan de rechter onderzijde stuk was, en dat de ruiten van het rechter voor en achter portier kapot waren.
Wij zagen dat bij de woning de smalle ruiten naast de voordeur hittebreuken hadden. Ook in de twee ramen naast de voordeur zagen wij hittebreuken. De kozijnen van de voordeur en van de twee ramen naast de voordeur waren aangetast door de hitte en waren bruin verkleurd. De auto's stonden ongeveer 3 meter van de woning vandaan.
Gezien het brandverloop en de camerabeelden, betreft het hier zeer waarschijnlijk een brandstichting. Er werden door ons twee brandhaarden waargenomen. Een aan de voorzijde tussen beide voertuigen in en een brandhaard aan de achterzijde tussen beide voertuigen in. In het algemeen kan worden gesteld dat een technische oorzaak bij motorvoertuigen denkbaar is. Hitteontwikkeling door overbelasting in de elektrische installatie komt voor. De Mercedes-Benz stond vanaf 21:50 uur op 28 december 2022 geparkeerd en de Nissan Qashqai stond al langere tijd geparkeerd. Een elektrische oorzaak is daarom niet geheel uit te sluiten, maar het opzettelijk inbrengen of achterlaten van vuur is aannemelijker.
Motorvoertuigen branden doorgaans zeer fel en de brand gaat gepaard met grote hitteontwikkeling. Gelet op de plaats waar de voertuigen stonden is er gevaar geweest voor uitbreiding van de brand. Bij deze brand is sprake geweest van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen. Op het moment van de brand lagen de bewoners in de woning te slapen.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 januari 2023, p. 353 t/m 367, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 29 december 2022, werden de opgenomen camerabeelden gevorderd van camera's aangebracht aan de woning: [adres 2] te Neer. De betreffende camerabewaking heeft geen zicht op het plaats delict echter is deze wel in de nabijheid van het plaats delict. Naar aanleiding van deze vordering werd een camerabeeld van één (1) camera verstrekt. De datum en tijd op het camerabeeld is gelijk aan de werkelijke tijd.
De foto’s zijn van 29 december 2022.
Foto 2.0
Tijdstip: 01:27:36 uur
In het paars omkaderd vlak is een personenauto te zien. Hierbij is zichtbaar dat de voor en achter verlichting van de personenauto in werking is.
Foto 2.1
Tijdstip: 01:27:38
De personenauto, in het paars omkaderd, verlaat het camerabewakingsgebied.
Foto 3.0
Tijd: 01:27:44
In het door mij rood omkaderde vak, is een personenauto te zien. Dit is vermoedelijk een zilverkleurige Volkswagen Golf. De voor en achter verlichting is in werking.
Foto 3.1.
Tijd:
01:27:46
De personenauto in het rode kader verlaat het bewakingsgebied van het camerabeeld. De achter verlichting is in werking.
Foto 4.2
Tijd: 01:29:47
De personenauto in het paarse kader komt weer in het bewakingsgebied van de camera rijden. Dit is dezelfde gelijkende personenauto als foto 2.0 en 2.1.
Foto 4.3
Tijd: 01:29:48
De personenauto, in het paarse vlak rijdt uit het bewakingsbeeld van de camera. Deze personenauto is gelijkend op de personenauto als foto 2.0 en 2.1
Foto 4.5
Tijd: 01:30:34
In het rode vlak komt een personenauto aanrijden. Dit is een gelijkende personenauto als foto 3.0 en 3.1. Het voorlicht van de personenauto is in werking.
Foto 4.6
Tijd: 01:30:38
De personenauto, in het rode vlak, verdwijnt uit het bewakingsgebied van de camera. Deze
personenauto is gelijkend als de personenauto van foto 3.0 en 3.1.
Foto 5.0
Tijdstip: 01:32:14
De personenauto, in het rode vlak, verschijnt in het bewakingsgebied van de camera. Dit is een gelijkende personenauto als foto 3.0, 3.1, 4.5 en 4.6. De verlichting voor- en achterzijde zijn in werking.
Foto 5.2
Tijd: 01:32:33
De personenauto, in het rode vlak, verdwijnt uit het bewakingsgebied van de camera. De personenauto vervolgt zijn weg op de [straat] .
Foto 6.0
Tijd: 01:37:07
De personenauto in het rode vlak komt vanuit de [straat] rijden in de richting van de [adres 2] . Het voorlicht is werkend. De personenauto rijdt in de richting van de plaats delict. De personenauto is gelijkend aan de personenauto van foto 3.0, 3.1, 4.5, 4.6, 5.1 en 5.2.
Foto 7.0
Tijd: 01:40:22
De personenauto, in het rode vlak komt uit de richting van de plaats delict rijden. Opvallend is dat de verlichting voorzijde gedoofd is. Deze personenauto is gelijkend aan de personenauto van foto 3.0, 3.1,4.5,4.6,5.1, 5.2 en 6.0.
Foto 7.1
Tijd: 01:40:22
De personenauto, in het rode vlak, zet tussen foto 7.0 en 7.1. de voorlichten van de personenauto aan. De personenauto is gelijkend aan de personenauto van foto 3.0, 3.1, 4.5, 4.6, 5.1, 5.2, 6 0 en 7.0.
Foto 7.2
Tijd: 01:40:23
De personenauto in het rode vlak, verlaat het bewakingsgebied van de camera. De personenauto is gelijkend aan de personenauto van foto 3.0, 3.1, 4.5, 4.6, 5.1, 5.2, 6.0, 7.0 en 7.1.
Op 29.12.2022 vanaf 01:40:23 uur is er niets meer te zien op de camerabeelden.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 januari 2023, p. 352, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 29 december 2022, werden de opgenomen camerabeelden gevorderd van camera's aangebracht aan de woning: [adres 6] Neer.
Foto 8.1
Datum: 29.12.2022
Tijd: 01:40:13
In de reflectie van de personenauto, oranje omkaderd, is nog een felle oplichting te zien.
In de gele omkadering, is een rookpluim te zien. Op de bewegende beelden is dit duidelijker te zien.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 april 2023, p. 373 en 374, zakelijk weergegeven:
Uit de gevorderde camerabeelden van [adres 2] te Neer, gemeente Leudal is afbeelding (1.0) [2] afkomstig. Op deze afbeelding, paars omkaderd, is een donkerkleurige personenauto te zien. Deze personenauto komt meerdere malen voorbijrijden. Ik, verbalisant, zag dat het internet een foto weergaf bij de zoekterm Volvo V40. Ik zag overeenkomsten tussen deze foto en de afbeelding 1.0.
Proces-verbaal telecom onderzoek brand 29-12-2022 d.d. 6 mei 2023, p. 378 t/m 385, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een aantal (pogingen) tot brandstichtingen op de locaties [adres 2] in Neer en [adres 1] in Haelen werd een onderzoek ingesteld onder de naam Recuerdo (LB 1 R022122). Uit analyse van de historische verkeersgegevens en mastverkeersgegevens, bleek dat:
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) op 28-12-2022 tussen 10:54 uur en 18:20 uur verschillende keren kort belde naar het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ).
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) op 28-12-2022 om 17:56 uur 11 seconde belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 5] ( [medeverdachte 2] ). De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) bevond zich tijdens dit telefonisch contact onder het bereik van Cell ID [nummer 6] (antennerichting 200 graden) van een zendmast van T-Mobile aan [adres 10] in
Sint-Oedenrode. De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 5] ( [medeverdachte 2] ) bevond zich tijdens dit telefonisch contact onder het bereik van Cell ID [nummer 7] (antennerichting 30 graden) van een zendmast van Vodafone aan [adres 11] in
Son. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 6] van de zendmast van T-Mobile aan [adres 10] in Sint-Oedenrode en Cell ID [nummer 7] van de zendmast van Vodafone aan [adres 11] in Son dekking geven is onder andere de woning van de verdachte [medeverdachte 2] aan de [adres 7] in Son en Breugel gelegen.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) bevond zich op 28-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 27 seconden om 18:47 uur onder het bereik van Cell ID [nummer 8] (antennerichting 0 graden) van een zendmast van T-Mobile aan [adres 12] in Eindhoven. Deze Cell ID geeft dekking in een gedeelte van het zuiden van
Eindhoven, in/nabij de wijk Tivoli.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) op 28-12-2022 om 18:53 uur, 18 seconde belde, naar de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ). Tijdens dit telefonisch contact bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 9] (antennerichting 120 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [adres 3] in
Eindhoven. De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) bevond zich tijdens dit telefonisch contact onder het bereik van Cell ID [nummer 10] (antennerichting 180 graden) van een zendmast van KPN aan [adres 13] in
Eindhoven.
 De gebruikers van de telefoonnummers [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) en [nummer 3] ( [verdachte] ) zich na het telefonisch contact om 18:53 uur, kennelijk
vanuit Eindhoven richting Limburg verplaatsten.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) zich op 28-12-2022 vanaf 18:47 uur kennelijk
vanuit Eindhoven richting Limburg verplaatste. Tijdens de registratie van een datasessie van 7200 seconden op 28-12-2022 om 19:28 uur bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 11] (antennerichting 310 graden) van een zendmast van T-Mobile aan [adres 14] in
Kelpen. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 11] dekking geeft is onder andere een gedeelte van de A2 bij Weert / Nederweert, alsmede een gedeelte van de N280 van Weert naar Roermond, gelegen. Tijdens de registratie van een inkomend telefoontje van de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 12] om 20:32 uur en de registraties van enkele datasessie tussen 20:32 uur en 23:31 uur bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) zich onder het bereik van Cell ID's van een zendmast van T-Mobile aan [adres 15] in
Nederweert.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) bevond zich tijdens de registratie van een datasessie van 2889 seconden om 19:42 uur onder het bereik van Cell ID [nummer 13] (antennerichting 200 graden) van een zendmast van KPN aan [adres 16] in
Neer. In het geografische gebied waar [nummer 13] van de zendmast van KPN aan [adres 16] in Neer dekking geeft is onder andere de woning van de aangeefster [benadeelde 1] , aan de [adres 2] in Neer gelegen.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) op 28-12-2022 om 19:56 uur, 44 seconde belde, naar de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ). Tijdens dit telefonisch contact en de registratie van een datasessie bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 14] (antennerichting 240 graden) van een zendmast van T-Mobile aan [adres 17] in
Nunhem. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 14] van de zendmast van T-Mobile aan [adres 17] in Nunhem dekking geeft is onder andere een gedeelte van [adres 17] tussen Neer en Haelen gelegen. De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) bevond zich tijdens dit telefonische contact onder het bereik van Cell ID [nummer 15] (antennerichting 40 graden) van een zendmast van KPN aan [adres 16] in
Neer.
 Tijdens de registraties van diverse datasessies tussen 28-12-2022 om 20:58 uur en 29-12-2022 om 00:29 uur bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) zich onder het bereik van Cell ID's van een zendmast van T-Mobile aan [adres 15] in
Nederweert.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) zich op 28-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 14368 seconden om 20:30 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 16] (antennerichting 60 graden) van een zendmast van KPN aan [adres 18] in Haelen. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 16] van de zendmast van KPN aan [adres 18] in Haelen dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [adres 17] ) tussen Haelen en Neer gelegen.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) zich op 29-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 2058 seconden om 01:10 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 17] (antennerichting 300 graden) van een zendmast van KPN aan [adres 16] in
Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 17] van de zendmast van KPN aan [adres 16] in Neer dekking geeft is onder andere een gedeelte van de N273 ( [adres 17] ) bij Neer gelegen.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) op 29-12-2022 om 01:27 uur 1 seconde belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ). Tijdens dit telefoontje en de registratie van een datasessie van 26 seconden, bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 18] (antennerichting 70 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat] in
Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 18] van de zendmast van T-Mobile aan de [straat] in Neer dekking geeft is onder andere de woning van de aangeefster [benadeelde 1] , aan de [adres 2] in Neer gelegen. De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) was kennelijk niet bereikbaar of had zijn telefoon uitgeschakeld. De inkomende telefoontjes werden doorgeschakeld naar de voicemail.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) zich op 29-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 7200 seconden om 01:28 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 19] (antennerichting 70 graden) van een zendmast van T-Mobile aan de [straat] in
Neer. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 19] van de zendmast van T-Mobile aan de [straat] in Neer dekking geeft is onder andere de woning van de aangeefster [benadeelde 1] , aan de [adres 2] in Neer gelegen. Cell ID [nummer 19] werd tijdens een zogenaamde netwerkmeting gemeten in de directe omgeving van de [adres 2] in Neer.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) op 29-12-2022 om 02:05 uur 62 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ). Tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 20] (antennerichting 120 graden) van een zendmast van T-Mobile aan [adres 19] in
Eindhoven. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 20] van de zendmast van T-Mobile aan [adres 19] in Eindhoven dekking geeft is onder andere een gedeelte van de Jeroen Boschlaan (ringweg) in Eindhoven gelegen. Tijdens dit telefonische contact en de registratie van een datasessie bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 21] (antennerichting 170 graden) van een zendmast van KPN aan [adres 20] in
Leende. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 21] van de zendmast van KPN aan [adres 20] in Leende dekking geeft is onder andere een gedeelte van de A2 bij Leende gelegen.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) zich op 29-12-2022 tijdens de registratie van een datasessie van 46 seconden om 02:06 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 22] (antennerichting 320 graden van een zendmast van KPN aan de Oude Baan in
Heeze. Tijdens enkele andere registraties van datasessie in die nacht bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) zich onder het bereik van Cell ID's van een zendmast van KPN aan [adres 13] in
Eindhoven.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) op 29-12-2022 om 02:37 uur 14 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 12] ( [naam 5] ). Tijdens dit telefonische contact bevond de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 2] ( [medeverdachte 3] ) zich onder het bereik van Cell ID [nummer 28] (antennerichting 260 graden) van een zendmast van T-Mobile [adres 21] in
Best.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) zich tijdens de registraties van enkele datasessies op 29-12-2022 vanaf 02:58 uur bevond onder het bereik van Cell IDs van een zendmast van T-Mobile aan [adres 10] in
Sint-Oedenrode.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 mei 2023, p. 407 en 408, zakelijk weergegeven:
Tussen 2 en 16 mei 2023 heb ik op verzoek van het onderzoeksteam een onderzoek ingesteld naar het WhatsApp contact tussen verdachte [medeverdachte 2] en verdachte [medeverdachte 3] .
Ik zag in het toestel van [medeverdachte 2] (Samsung S22, BVH goednummer 1595282) dat er een WhatsApp conversatie was met het contact [medeverdachte 3] , [nummer 2] @s.whatsapp.net. In het toestel van [medeverdachte 3] (I-phone 14 Pro, BVH goednummer 1594701) zag ik twee WhatsApp conversaties met [medeverdachte 2] onder de contactnamen: [nickname] Nieuwe Nummer Son ( [nummer 5] @.s.whatsapp.net) en [nickname] Nieuw Son ( [nummer 1] @s.whatsapp.net).
Ik zag dat er gesproken geluidsfragmenten aanwezig waren. Ik hoorde dat het merendeel van deze fragmenten in een voor mij onverstaanbare taal gesproken werden. Gezien eerdere bevindingen in dit onderzoek is het aannemelijk dat de gesproken taal Sinti betreft. Aan de hand van de tot nu toe bij mij bekende resultaten uit het onderzoek heb ik, de mogelijk voor het onderzoek relevante fragmenten, afzonderlijk opgeslagen en aan een tolk (Sinti) aangeboden ter vertaling. De vertalingen van de fragmenten heb ik terugontvangen van de tolk en verwerkt in de genoemde Whatsapp gesprekken tussen beide verdachten.
De verwerkte vertalingen zijn bij dit proces verbaal bijgevoegd als:
Bijlage 1: fragmenten uit het gesprek tussen [medeverdachte 3] met het nummer [nummer 5] van [medeverdachte 2] .
Bijlage 1:
(p. 415)
28-12-2022 17:21:40
From: [nummer 5] @s.whatsapp.net [nickname] Nieuwe NummerSon
To: [nummer 2] @s.whatsapp.net [medeverdachte 3] {owner}
Nnm; ik probeer hem te bereiken maar hij neemt de telefoon niet op. [ntv] anders rijd ik er
voor niets.
(p. 416)
28-12-2022 17:22:22
From: [nummer 2] @s.whatsapp.net [medeverdachte 3] {owner}
To: [nummer 5] @s.whatsapp.net [nickname] Nieuwe NummerSon
Nnm: Ik wacht tot 18 uur af, dan kom ik en rijd ik er naartoe... Misschien heeft hij zijn telefoon niet bij zich of is hij die ergens vergeten.. Je weet toch.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 19 juli 2023, p. 78 en 79 van deel 10 (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Het telefoonnummer [nummer 1] staat op mijn naam. Het wordt gebruikt voor de autohandel, voornamelijk. Voor privé-gebruik heb ik een ander nummer. Het nummer [nummer 5] staat op naam van mijn dochter [naam 10] , maar die gebruik ik. [naam 10] maakt daar geen gebruik van.
Het proces-verbaal van verdenking d.d. 2 april 2023, p. 10 van deel 11 (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Tijdens het raadplegen in de politiesystemen bleek dat met het telefoonnummer + [nummer 3] op donderdag 24 november 2022 om 01:12 uur een melding gedaan is bij de politiemeldkamer in Eindhoven dat er iets gaande was op het adres [adres 3] in Eindhoven. De melder maakt zich kenbaar als [verdachte] en geeft aan dat hij dakloos is maar nu verblijft op de [adres 3] in Eindhoven.
Het proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 1 april 2023, p. 392 en 393, zakelijk weergegeven:
Door mij werd de verdachte [verdachte] op 31 maart 2023 opgehaald uit het cellencomplex van het politiebureau Mathildalaan te Eindhoven. Verdachte werd door mij verbalisant [naam 11] overgebracht naar het politiebureau te Venlo, alwaar hij werd voorgeleid en ingesloten voor onderzoek. Tijdens deze autorit werd ik verbalisant vergezeld door politie collega [naam 12] . Op zaterdag 01 april 2023 werd [verdachte] door mij samen met politie collega [naam 13] als verdachte gehoord.
Telefoongesprek
[verdachte] maakte gebruik van telefoon [nummer 4] . Dit telefoonnummer werd in het
onderzoek Recuerdo getapt.
Op 25 maart 2023 om 21:28:19 uur (sessienummer gesprek: 924) en 30 maart 2023 om 19:43:09 uur (sessienummer gesprek: 116) belde telefoonnummer [nummer 4] met telefoonnummer [nummer 1] . Dit laatste telefoonnummer staat op naam van [medeverdachte 2] .
Stemherkenning
Tijdens het overbrengen van de verdachte en tijdens het verhoor had ik verbalisant
diverse contactmomenten met verdachte [verdachte] . Op verzoek van politie collega
[naam 13] heb ik de bovengenoemde tapgesprekken beluisterd. Mij verbalisant bleek dat
uit bovengenoemde tapgesprekken, de stem van beller, dezelfde stem is als de stem
van verdachte [verdachte] .
Bijlage sessie 116
NNM2812 ( [verdachte] ) belt naar NN7743 ( [medeverdachte 2] ):
NNM7743: Yo
NNM2812: Goedenavond, advocatenkantoor de lange
NNM7743: Heej
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 1 april 2023, p. 25 deel 11 (persoonsdossier [verdachte] ) (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Ik ben 2.10 meter lang.
Feit 2: 21 januari 2023 ( [naam 6] )
Het proces-verbaal aangifte door [benadeelde 4] d.d. 21 januari 2023, p. 679 en 680, zakelijk weergegeven:Ik ben uitbater van [naam 6] gevestigd [adres 4] te Haelen, gemeente Leudal. Ik doe aangifte van brandstichting op zaterdag 21 januari 2023 om 03:30 uur en het in gevaar brengen van de aanwezige 21 personen en een hond.
Ik lag te slapen en ik hoorde van mijn zoon dat er brand was bij de poort van het kasteel. De poort is de enige toegangsweg om op de binnenplaats te komen. Het kasteel is omsloten middels een gracht. Je zou eventueel nog via de tuin de binnenplaats op kunnen komen. Op dit moment heb ik 14 gasten die verblijven in het kasteel. Het verblijf direct boven de poort was gelukkig leeg. Het verblijf meteen naast de poort was wel verhuurd.
De poort is van hout gemaakt. De poort was dicht. De poort was afgesloten met een sleutel en met een houten dwarsbalk aan de binnenzijde van de poort. Ik ben naar buiten gegaan. Ik zag dat er vlammen op de poort zaten. De poort stond in brand. Ik heb de brand kunnen blussen met de schuimblusser.
Het tussendek is van hout en het betreft een monumentaal pand. Doordat er veel hout in de constructie van dit oude gebouw zit had het vuur zich heel snel kunnen verspreiden.
Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict d.d. 23 januari 2023, p. 707 t/m 709, zakelijk weergegeven:
Op zaterdag 21 januari 2023 om 10:00 uur kwamen wij, naar aanleiding van een brandstichting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 1] , [postcode] Haelen.
Het kasteel is gelegen op een omgracht terrein. Het poortpaviljoen is bereikbaar via een brug. Aan de straatzijde van de brug bevindt zich een metalen hekwerk. Achter de toegangspoort van het poortpaviljoen bevindt zich een binnenplaats. De binnenplaats van het kasteel wordt omringt door geschakelde gebouwen. In deze gebouwen bevindt zich onder andere een B&B. Ten tijde van de brand waren er gasten aanwezig in de B&B.
Wij zagen dat het poortpaviljoen was opgetrokken uit bakstenen en voorzien was van een zadeldak. Wij zagen dat de bestrating bestond uit keien gelegd in een zandbed. Wij zagen dat de toegangspoort zich in de voorgevel van het poortpaviljoen bevond en bestond uit twee naar binnendraaiende houten delen.
Wij zagen dat de linkerhelft van de poort beroet was en delen van het hout, door vuur en hitte, waren aangetast waardoor de aanwezige verf deels afgebladderd/aangetast was. Op het pad voor de poort zagen wij een zwarte aanslag/beroeting van de keien. Na meting met PID-meter kregen wij een positieve indicatie van een brandbare vloeistof op de linkerhelft van de poort en het straatwerk voor deze poorthelft.
Gelet op het aangetroffen brand- en schadebeeld, daarbij rekening houdend met de analyse van het voorhanden beeldmateriaal en de positieve indicatie van de aangetroffen brandbare vloeistof kon worden vastgesteld dat: De brand hoogstwaarschijnlijk ís veroorzaakt door het opzettelijk inbrengen van vuur bij een brandbare vloeistof.
Uit de beschreven situatie en het aangetroffen brandbeeld bleek dat bij deze brand gemeen gevaar voor goederen was te duchten a1s bedoeld in: artikel 157 onder Pro 1 van het Wetboek van Strafrecht.
Het proces-verbaal uitkijken camerabeelden [adres 1] Haelen, LB1 R022122-22, blz. 738Op zondag 22 januari 2023 was ik, verbalisant [naam 14] , belast met het uitkijken van de camerabeelden welke ter beschikking waren gestel naar aanleiding van de brandstichting op de [adres 1] te Haelen. Aldaar werd een houten toegangspoort in brand gestoken. Door de aangever/benadeelde werden de camerabeelden ter beschikking.
Ik zag dat de navolgende datering en tijd zichtbaar was op de beelden: 21-01-2023 04.27.14. Hierbij dient opgemerkt te worden dat er tussen de camerabeelden en de daadwerkelijke tijd 1 uur en 1 minuut verschil zat. De camerabeelden liepen dus 1 uur en 1 minuut voor. De daadwerkelijke tijd betrof dus 03.26.14 uur. In het verdere proces-verbaal wordt de tijd weergegeven zoals deze op de camerabeelden zichtbaar is.
Ik zag dat er een donkerkleurig voertuig in beeld stond met de voorzijde van het voertuig in de richting van [adres 22] stond en de achterzijde van het voertuig in de richting van het verlengde van de [adres 1] . Zowel de verlichting aan de voorzijde van het voertuig als
ook aan de achterzijde van het voertuig brandde. (…) Het voertuig reed de ijzeren poort voorbij. Het voertuig reed met de achterzijde in de richting van de ijzeren poort. En vervolgens met de achterzijde van het voertuig de loopbrug op reed. Om 04.27.48 uur kwam het voertuig tot stilstand. Het voertuig stond met de achterzijde in de richting van de plaats delict en met de voorzijde in de richting van de openbare weg te weten de [adres 1] . De verlichting aan zowel de voorzijde als ook aan de achterzijde van het voertuig brandde. In het voertuig was alleen een bestuurder zichtbaar. Om 04.28.00 uur ging de verlichting aan zowel de voorzijde als ook aan de achterzijde van het voertuig uit. Hierdoor werd het kenteken aan de achterzijde van het voertuig zichtbaar. Het betrof een Nederlands kenteken voorzien van het opschrift [kenteken 1] . De persoon aan de bestuurderszijde bewoog. Het voertuig betrof een zwartkleurige Opel betrof van het type Vectra in de kleur zwart. Om 04.28.08 uur werd het bestuurdersportier geopend. De verlichting aan de binnenzijde van het voertuig ging aan. Om 04.28.15 uur stapte een (1) persoon uit het betreffende voertuig. De betreffende persoon droeg een zwartkleurig voorwerp in zijn linkerhand met zich droeg. Dit voorwerp was gelijkend op een jerrycan.
De persoon was gekleed in een donkerblauwe broek, gelijkend op een regenbroek en een
donkerkleurige jas met capuchon. De persoon had de capuchon over zijn hoofd waardoor
zijn haren en zijn gelaat deels aan het zicht van de camera werd onttrokken. De persoon liep
met zijn hoofd deels gebogen doch de persoon was vrijwel gelijk aan de hoogte van de poort was.
De persoon liep in de richting van de houten toegangspoort. De persoon liep gebogen met de capuchon op zijn hoofd in de richting van de loopbrug. De persoon liep om 04.28.29 uur buiten het beeld van de camera in de richting van de daar gelegen houten toegangspoort. De persoon kwam om 04.29.01 uur weer in het beeld van de camera. Er was gelijktijdig een oranjekleurige gloed zichtbaar in de weerspiegeling van het voertuig alsmede op de wand van de loopbrug. De persoon liep met versnelde pas dan wel rende in de richting van het voertuig. De persoon droeg geen zwartkleurig voorwerp meer. De oranjekleurige gloed werd feller. Tevens was er rook in het beeld van de camera aanwezig. De persoon stapte om 04.29.05 uur in het voertuig aan de bestuurderszijde. Het voertuig reed om 04.29.11 uur weg met de voorzijde in de richting van de [adres 1] . De verlichting aan zowel de voorzijde als ook aan de achterzijde van het voertuig brandde niet.
De eigen waarneming van de rechtbank:
Op basis van zowel de screenshots als de bewegende camerabeelden in het dossier is de rechtbank van oordeel dat de huidskleur van de persoon op de beschreven camerabeelden niet objectief kan worden vastgesteld. De beperkte beeldkwaliteit, de kleurschifting en de gedragen capuchon en bijkomende schaduw, belemmeren dit.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2023, p. 750 t/m 757, zakelijk weergegeven:Op zaterdag 21 januari 2023, was ik verbalisant [naam 15] , belast met het strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een brandstichting op zaterdag 21 januari 2023 aan de [adres 1] te Haelen, gemeente Leudal.
Op de camerabeelden die zijn aangeleverd door de aangever is een personenauto te zien: Opel Vectra, zwart, [kenteken 1] , Nederlands kenteken.
Ik voerde in het politiesysteem Integrale Bevraging (BVI-IB) het Nederlandse kenteken: [kenteken 1] in. Ik zag dat het genoemde Nederlandse kenteken als gestolen stond gesignaleerd. Deze kentekenplaten zijn tussen zaterdag 14 januari 2023, te 16:00 uur en zondag 15 januari 2023, 11:00 uur weggenomen. Er zijn in totaal twee kentekenplaten weggenomen.
Ik zag in het systeem FALCON-i dat het kenteken zonder duplicaat ophoogcode 1. zevenmaal voorbij de ANPR-camera is gereden.
De registratiemomenten betroffen onder andere:
1e hit: 21 januari 2023 tijdstip: 02:34:0195.8h R1 + R2 [adres 23] ri Ctr
95 8 h staat voor: Hectometerpaal
R1+R2 [adres 23] ri Ctr staat voor: Rijstrook 1 en rijkstrook 2 [adres 23] richting Centrum
2e hit: 21 januari 2023, tijdstip 2:41:47[adres 24] x [adres 25] LA
X staat voor: Kruising
LA staat voor: Links af.
3e hit: 21 januari 2023, tijdstip 02:43:37[adres 25] R1 + R2 ri A67
[adres 25]
R1 + R2 staat voor: Rijstrook 1 en Rijstrook 2
Ri A67: Richting autosnelweg A67
4e hit: 21 januari 2023, tijdstip 02:48:06A2 RE 176.4 RS1 RS2 Leende
A2 staat voor: Autosnelweg A2
RE staat voor: Rechts
176.4 staat voor: Hectometerpaal
RS1 en RS 2 staat voor: Rijstrook 1 en rijstrook 2
5e hit: 21 januari 2023, tijdstip 03:50:10A2 Li 176.4 RS1 RS2 Leende
6e hit: 21 januari 2023 tijdstip: 03:53:54[adres 25] R1+ R2 ri ENDHVN
Opgemerkt dient te worden dat het tijdstip plegen brandstichting omstreeks 03.30 uur betrof.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2023, p. 764, zakelijk weergegeven:
Ik, verbalisant [naam 15] , voerde het Nederlandse kenteken [kenteken 2] in het politiesysteem Integrale bevraging in. Ik zag dat de kentekenplaten weggenomen waren tussen 10 januari 13:00 uur en 16 januari 2023, 12:00 uur aan [adres 26] te Eindhoven. Hiervan is aangifte gedaan door aangever /benadeelde [naam 16] . De kentekenplaten zijn weggenomen van een:
Merk: Opel
Type: Corsa
Kleur: Blauw
Kenteken: [kenteken 2]
Het proces-verbaal van bevindingen aantreffen Opel Vectra [kenteken 2] / [kenteken 1] , p. 758, zakelijk weergegeven:Op dinsdag 14 februari 2023, omstreeks 18:10 uur, kregen wij, verbalisant [naam 17] en mijn collega [naam 18] , de melding te gaan naar [adres 27] in Boxtel. Aldaar was een donkerkleurige Opel aangetroffen met twee verschillende kentekenplaten. Dit voertuig zou mogelijk betrokken zijn bij een brandstichting en moest op verzoek van de district recherche in Limburg in beslag worden genomen.
Ter plaatse zag ik, verbalisant [naam 17] , dat het voertuig in de berm aan [adres 27] in Boxtel stond geparkeerd. Het voertuig stond met de neus in de richting van Boxtel centrum.
Ik verbalisant [naam 17] , zag dat het voertuig aan de achterzijde was voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Ik zag dat het voertuig aan de voorzijde was voorzien van het kenteken [kenteken 2] .
Voertuig:
Goednummer: PL2100-2023034561-2021477
Voertuig: Personenauto
Merk/type: Opel Vectra-C-Cc
Land: Nederland
Kenteken: [kenteken 1]
Chassisnummer: [nummer 23]
Bouwjaar: 2003
Het voertuig werd vervolgens strafrechtelijk getakeld en gestald.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 maart 2023, p. 771 en 772, zakelijk weergegeven:
Ik, [naam 15] , voerde dit VIN-nummer in, in het politiesysteem Integrale Bevraging. Ik zag dat het VIN-nummer bekend was bij het Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) onder:
Merk: Opel
Type: Vectra
Kleur: Blauw
Kenteken: [kenteken 5] , Nederlands kenteken
Vinnummer: [nummer 24]
Ik, [naam 15] , zag dat het voertuig gesignaleerd stond als uitvoer voertuig, export 10-01-2023.
Er is, doordat het voertuig als uitvoer voertuig staat geregistreerd, geen actuele tenaamstelling zichtbaar. De laatste historische kentekenhouder betreft:
Naam: [naam 7]
Voorletters: [voorletters]
Deze had de betreffende personenauto op naam staan vanaf: 14 november 2022.
De einddatum is niet bekend. Het is daarom mogelijk dat [naam 7] de laatste
kentekenhouder van het voertuig [kenteken 5] is geweest.
Ik kreeg van het RDW de navolgende antwoorden:
De export is geregistreerd door het bedrijf: [naam bedrijf] , [gegevens bedrijf] .
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 1 april 2023, p. 46 deel 10 (persoonsdossier [medeverdachte 2] ) (dit proces-verbaal maakt geen deel uit van het doorgenummerde dossier), zakelijk weergegeven:
Ik help mijn vader af en toe mee in zijn autobedrijf. Dat autobedrijf heeft hij aan huis op de [adres 8] .
Het proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig, d.d. 1 maart 2023, p. 776 t/m 778 en 780, zakelijk weergegeven:Wij, verbalisanten [naam 19] , [naam 20] en [naam 21] , zijn werkzaam als forensisch onderzoeker.
Op vrijdag 17 februari 2023 deden wij voor forensisch onderzoek, naar aanleiding van een personenauto welke mogelijk betrokken was bij een brandstichting.
Voertuig:
Goednummer: PL2100-2023034561-2021477
Voertuig: personenauto
Merk: Opel
Type: Vectra
Kenteken [kenteken 1]
Bouwjaar 2003
Wij zagen dat de personenauto was voorzien van twee verschillende Nederlandse kentekenplaten:
- voorzijde kentekenplaat [kenteken 2] ;
- achterzijde kentekenplaat [kenteken 1] .
De navolgende plaatsen werden door ons bemonsterd op DNA-materiaal:
(…)
- deurklink binnenzijde bestuurderszijde;
- stuurwiel.
In het voertuig zagen wij een veelvoud aan goederen liggen waaronder:
- een aansteker;
- een deels gevulde, gele jerrycan voorzien van een "Shell" embleem;
- een rode schenktuit.
De navolgende goederen werden door ons bemonsterd/veiliggesteld voor DNA-onderzoek: rode schenktuit aangetroffen op achterbank, achter bijrijdersstoel.
De volgende sporen en sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:
Spoornummer
PL2300-2023010975-84449
SIN
AAPY3345NL
Spooromschrijving
Epitheel
Datum/tijd veiligstellen
17 februari 2023 om 13:32 uur
Plaats veiligstellen
Schenktuit jerrycan
Spoornummer
PL2300-2023010975-84458
SIN
AAPY3350NL
Spooromschrijving
Epitheel
Datum/tijd veiligstellen
17 februari 2023 om 13:09 uur
Plaats veiligstellen
Stuurwiel
Spoornummer
PL2300-2023010975-84457
SIN
AAPY3351NL
Spooromschrijving
Epitheel
Datum/tijd veiligstellen
17 februari 2023 om 13:08 uur
Plaats veiligstellen
Deurklink bestuurder
De deskundigenrapportage, forensisch DNA-onderzoek d.d. 16 maart 2023, p. 798, zakelijk weergegeven:
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van
celmateriaal
Schenktuit jerrycan
AAPY3345NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van
minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De
frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan
één op één miljard.
De additionele DNA-kenmerken van de minder
prominent aanwezige donoren zijn niet geschikt
voor vergelijkend DNA-onderzoek.
[verdachte]
(DNA-hoofdprofiel)
Stuurwiel
AAPY3350NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van
minimaal drie donoren, van wie zeker één man.*
Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend
DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een
persoon.
[verdachte]
Deurklink bestuurder
AAPY3351NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van
minimaal drie donoren, van wie zeker één man."
Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend
DNA-onderzoek met het DNA-profiel van een
persoon.
[verdachte]
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 mei p. 809, zakelijk weergegeven:
Uit onderzoek bleek dat begin maart 2023 een woning is ontruimd aan de [adres 9] te Eindhoven. Tijdens deze ontruiming zijn onder andere 3 kentekenplaten aangetroffen waaronder een kentekenplaat voorzien van het kenteken [kenteken 2] .
De politie Eindhoven gaf aan, in ondergenoemde registratie dat de woning steeds meer begon te lijken op een “junkenpand”. Om zicht te krijgen op de bezoekers/gebruikers van voornoemd adres, is dit pand een tijdje in de gaten gehouden en de bevindingen hiervan zijn vastgelegd in het politiesysteem BVH. Uit deze bevindingen kwam naar voren dat er buiten de bewoner [naam 22] nog een aantal personen verbleven in het pand waaronder de verdachte in het onderzoek Recuerdo:
[verdachte] geb: [geboortedatum]
Op 9 februari 2023 heeft Politie Eindhoven aangeklopt bij het pand [adres 9] te Eindhoven. De voordeur werd geopend door [verdachte] .
Op 10 februari 2023 zagen de collega's van Politie Eindhoven, bij het stoppen voor de voornoemde woning, dat 3 personen uit de woning kwamen lopen waaronder [verdachte] .
Het proces-verbaal telecomonderzoek brand 21-01-2023, d.d. 17 mei 2023, p. 814 t/m 818, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een aantal (pogingen) tot brandstichtingen op de locaties; [adres 2] in Neer en [adres 1] in Haelen werd een onderzoek ingesteld onder de naam Recuerdo (LB 1 R022122). Tijdens dit onderzoek werden de historische verkeersgegevens van diverse telefoonnummers en imeinummers opgevraagd en werden de zogenaamde mast verkeersgegevens opgevraagd rondom de tijdstippen van deze (poging) brandstichtingen.
Op zaterdag 21 januari 2023 omstreeks 03:30 uur werd brandgesticht bij de houten toegangspoort van het kasteel aan de [adres 1] in Haelen. Uit analyse van de historische verkeersgegevens en mastverkeersgegevens, bleek dat:
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) zich op 21-01-2023 tijdens de registratie van een datasessie van 8903 seconden om 02:45 uur bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 25] (antennerichting 10 graden) van een zendmast van KPN aan de Rijksweg A2 in Waalre. In het geografische gebied waar Cell ID [nummer 25] van de zendmast aan de Rijksweg A2 dekking geeft is onder andere een gedeelte van A2 tussen het knooppunt Leenderheide (Eindhoven) en Valkenswaard, gelegen. Op 21-01-2023 om 02 48 uur passeerde de Opel Vectra met het "valse" kenteken [kenteken 1] de ANPR-camera op de A2 bij Leende/Valkenswaard in de richting Weert. Om 03:50 uur passeerde dit voertuig de ANPR-camera op deze locatie weer in de richting Eindhoven.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ) zich op 21-01-2023 tijdens de registratie van datasessies om 07:23 uur en 07:59 uur weer bevond onder het bereik van Cell ID [nummer 26] (antennerichting 180 graden) van een zendmast van KPN aan [adres 13] in Eindhoven.
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) op 22-01-2023 om 11:00 uur 32 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 27] ( [naam 4] ).
 De gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] ( [medeverdachte 2] ) op 22-01-2023 om 11:01 uur, direct na het telefonische contact met [naam 4] , 65 seconden belde naar de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 3] ( [verdachte] ).
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2023, blz. 825 t/m 832, zakelijk weergegeven:
Door de officier van justitie, mr. B. Roeleven werd toestemming gegeven voor het uitlezen en verwerken van de data welke uit de inbeslaggenomen mobiele telefoon (iPhone 14 Pro) van verdachte [medeverdachte 3] werd gehaald. De data werden geanalyseerd door mij, verbalisant [naam 23] , en hieruit is mij het volgende bevonden:
Afbeelding

Voetnoten

2.De rechtbank stelt vast dat deze afbeelding gelijk is aan Foto 2.0 van het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 januari 2023, p. 353 t/m 367.