Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 8 december 2025 met productie(s) van [gedaagde partij]
- de mondelinge behandeling van 10 december 2025
- de pleitnota van [eisende partij] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
op verzoek van een partijbesluiten om de pacht eerder te doen ingaan. Uit de beslissing van de Grondkamer volgt echter dat een dergelijk verzoek niet is gedaan. Daarop ketst de argumentatie van [gedaagde partij] dus al af.
- De regeling van de pacht is primair beschermingsrecht ten behoeve van de pachter. Nu wordt het juist gebruikt tegen de pachter;
- Partijen zijn uitgegaan van huur. Dit was in het bijzonder de aanvankelijke bedoeling van [eisende partij] die ook de concept huurovereenkomst heeft laten opstellen. Later, toen hij zich realiseerde dat pacht hem beter uitkwam, is hij voor dat anker gaan liggen;
- Bij aanvang van de overeenkomst wisten partijen dat deze slechts voor een korte overbruggingsperiode was bedoeld. Het is nimmer de bedoeling geweest deze te laten voortduren nadat de nieuwbouw van [gedaagde partij] voltooid was;
- [eisende partij] is de procedure bij de pachtkamer pas gestart toen aan het gebruik van de kwekerij door [gedaagde partij] al een einde was gekomen en [gedaagde partij] de kwekerij had ontruimd.
De pachter is verplicht het gepachte bij het einde van de pacht weer in goede staat ter beschikking van de verpachter te stellen”.
bewijsvermoedens, te weten:
Van der Meer/Beter Wonen).