Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 19 januari 2026
- de pleitnota van [werknemer] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De werknemer was sinds februari 2022 in dienst bij de werkgever als proces engineer. Na langdurige ziekte en een loonsanctie van het UWV, werd de werknemer per 2 september 2025 door het UWV als volledig hersteld beschouwd. De werkgever erkende dit aanvankelijk niet, maar stelde later dat de functie van de werknemer was komen te vervallen en stopte de loonbetaling vanaf 19 november 2025 omdat de werknemer weigerde ander werk te verrichten.
De werknemer vorderde in kort geding betaling van achterstallig loon, wettelijke rente, wettelijke verhoging, incassokosten en toelating tot zijn eigen werkzaamheden. De werkgever voerde verweer en stelde dat de werknemer andere werkzaamheden moest verrichten vanwege het vervallen van zijn functie.
De kantonrechter oordeelde dat de loonstop onterecht was omdat de werkgever geen redelijk voorstel had gedaan voor ander werk en de werknemer niet eenzijdig kon worden verplicht ander werk te verrichten zonder overleg. De werkgever is gehouden het loon vanaf 19 november 2025 te betalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt. Tevens moet de werkgever de werknemer binnen twee weken toelaten tot zijn eigen of passend werk. De gevorderde wettelijke rente, verhoging en incassokosten worden toegewezen. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en correcte loonstroken.
Uitkomst: Werkgever moet loon betalen vanaf 19 november 2025, werknemer toelaten tot eigen of passend werk en wettelijke rente, verhoging en incassokosten voldoen.