Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 oktober 2025
in de zaak tussen
[naam] , verzoekster,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, het college
Samenvatting
Procesverloop
.
Rechtbank Limburg
De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg heeft op 1 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Venlo om de bijstandsuitkering van verzoekster te beëindigen per 22 april 2025. Verzoekster betwist het besluit en heeft bezwaar gemaakt, waarna zij een voorlopige voorziening heeft gevraagd in afwachting van de beslissing op bezwaar.
Het college beëindigde de bijstand omdat het verblijf van verzoekster in de gemeente Venlo vanaf 22 april 2025 niet kon worden vastgesteld. Verzoekster zou niet op afspraken zijn verschenen en gevraagde gegevens niet hebben verstrekt. Verzoekster ontkent dit en stelt dat zij wel degelijk woonachtig is in Venlo en dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang omdat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in een acute financiële noodsituatie verkeert of daar op korte termijn in zal verkeren. Zij heeft sinds mei 2025 geen bijstand meer ontvangen, maar er zijn geen betalingsachterstanden gebleken en uit bankafschriften blijkt een positief saldo. Daarnaast is niet evident dat het besluit onrechtmatig is, omdat partijen het eens zijn over het langdurige verblijf in het buitenland en er onduidelijkheid bestaat over het recht op bijstand na terugkeer.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af. Deze beslissing bindt de rechter in de bodemprocedure niet en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.