Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:9346

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
29 september 2025
Zaaknummer
C/03/345538 / HA RK 25-162
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer rechtbank Limburg

Op 18 september 2025 diende de advocaat namens zijn cliënt een verzoek tot wraking in tegen de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit drie rechters. Het verzoek betrof twee strafzaken met specifieke parketnummers. De wrakingskamer ontving een schriftelijke reactie van de rechters en beoordeelde het verzoek op grond van artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering.

De wrakingskamer overwoog dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren. Het verzoeker stelde dat de schijn van vooringenomenheid was gewekt door het terzijde schuiven van een verzoek om ontlastende telefoongesprekken in het procesdossier op te nemen. De wrakingskamer stelde vast dat de afwijzing van dit verzoek een procesbeslissing betrof, waartegen wraking niet mogelijk is.

De wrakingskamer benadrukte dat zij niet bevoegd is om de juistheid of motivering van procesbeslissingen te toetsen, tenzij deze onomstotelijk duiden op vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De motivering van de rechters toonde geen partijdigheid, ook al vond verzoeker de beslissing onjuist of onvoldoende gemotiveerd. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd een mondelinge behandeling achterwege gelaten.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer is ongegrond verklaard.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/345538 / HA RK 25-162
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de PI [locatie PI] ,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat mr. B.G. Janssen te Maastricht,
dat strekt tot wraking van de meervoudige strafkamer bestaande uit
mr. D.J.E. Hamers-Aerts, mr. M.B. Bax en mr. M. El Jerrari, rechters in de rechtbank Limburg, hierna de rechters.

1.De procedure

Bij bericht via de email van 18 september 2025 is door mr. Janssen namens zijn cliënt een verzoek tot wraking ingediend in de zaken met parketnummers 03/196533-24 en 03/102158-25.
De rechters hebben de wrakingskamer bericht niet in het verzoek te berusten. De voorzitter van de meervoudige heeft de wrakingskamer op 23 september 2025 haar schriftelijke reactie, waarbij de andere twee leden zich aansluiten, doen toekomen.

2.De beoordeling

Artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Bij de beoordeling van een verzoek geldt dat een rechter uit hoofde van haar of zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de bij verzoeker bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het subjectieve standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend.
Verzoeker stelt dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt door het -kennelijk door de gehele zittingscombinatie- terzijde schuiven van het verzoek aan de voorzitter om bij voorzittersbeslissing ontlastende uitspraken in telefoongesprekken toegevoegd te krijgen in het procesdossier en het voegen ervan als niet noodzakelijk te betitelen.
De wrakingskamer gaat er eveneens van uit dat de afwijzende beslissing is genomen door de gehele kamersamenstelling, ondanks dat in het door de voorzitter tegen het verzoek tot wraking ingediende verweer aangegeven wordt dat er door de voorzitter overleg is geweest met mr. Bax. Niet duidelijk is of mr. El Jerrari ook betrokken is geweest bij deze besluitvorming, maar gelet op het verweer van laatstgenoemde op het verzoek tot wraking, neemt de wrakingskamer aan dat dit wel het geval is geweest.
De beslissing van de rechters tot afwijzing van het verzoek tot het veiligstellen van beide telefoongesprekken betreft een procesbeslissing.
Procedurele beslissingen als zodanig kunnen nooit grond vormen voor wraking. Een wrakingskamer is niet bevoegd om te oordelen over de juistheid van een procesbeslissing noch over de motivering ervan. Zelfs niet als het gaat om een door verzoeker onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of het ontbreken van een motivering. De reden hiervoor is dat er tegen een uitspraak van de rechtbank doorgaans een rechtsmiddel kan worden ingesteld waarbij dit aan de orde kan komen.
Alleen als een procesbeslissing in het licht van de omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid, kan dit tot een ander oordeel leiden.
Naar het oordeel van de wrakingkamer is daarvan in deze zaak echter niet gebleken. Uit de motivering van de beslissing van de rechters op het verzoek van verzoeker is geen partijdigheid gebleken. Dat de beslissing van de rechters volgens verzoeker onjuist zou zijn dan wel dat de motivering onvoldoende zou zijn maakt dit niet anders.
Het voorgaande maakt dat het verzoek kennelijk ongegrond is en op grond hiervan kan een mondelinge behandeling achterwege blijven.

3.De beslissing

De wrakingskamer
- verklaart het verzoek ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.J. Otto, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. M.T.A.C. Russel, bijgestaan door de griffier mr. M.J.W.D. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025.