Op 16 september 2023 werd een amfetaminelab aangetroffen in Kerkrade waarbij verdachte betrokken was. De rechtbank behandelde de zaak op 10 september 2025 en oordeelde dat verdachte partieel vrijgesproken moet worden van het vervaardigen van amfetamine aangezien hij zich bevond in een latere fase van het productieproces, namelijk het drogen en wegen van amfetaminepasta, wat niet onder het vervaardigen valt volgens de Opiumwet.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met een ander opzettelijk aanwezig had het bezit van circa 142,1 kilogram amfetamine en 2,5 liter amfetamineolie. Verdachte bekende dit ter terechtzitting en verklaarde dat een onbekende persoon hem hielp met vervoer en opslag van de middelen, waardoor medeplegen werd vastgesteld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4 jaren op, met aftrek van het voorarrest. De gevorderde geldboete werd niet opgelegd omdat er geen bewijs was van financieel gewin. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit, de omvang van de hoeveelheid harddrugs en de schadelijke maatschappelijke gevolgen van de productie en handel in synthetische drugs.
De rechtbank benadrukte de schadelijke effecten van amfetamine op volksgezondheid en milieu, en de criminaliteit die ermee gepaard gaat. De straf is hoger dan de door de verdediging bepleite maximale 36 maanden, gezien de grote hoeveelheid drugs en de omstandigheden van het feit. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Limburg op 24 september 2025.