Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 september 2025,
Rechtbank Limburg
Partijen zijn gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. De vrouw is eigenaar van de woning, die zij in 2022 heeft verkregen. De man verblijft zonder recht of titel in de woning en is ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie op dat adres. De vrouw vordert in kort geding ontruiming van de woning, verbod tot betreden, betaling van een gebruiksvergoeding, opheffing inschrijving BRP en een dwangsom.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij ontruiming en verbod tot betreden, omdat de man zonder recht of titel in de woning verblijft en geen vergoeding betaalt. Het belang van de vrouw weegt zwaarder dan het belang van de man, die stelt de woning nodig te hebben voor omgang met de kinderen. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van één maand na betekening.
De vordering tot opheffing inschrijving in de BRP wordt afgewezen wegens ontbreken van een rechtsgrond. De vordering tot betaling van een gebruiksvergoeding wordt toegewezen vanaf 1 augustus 2025 tot ontruiming, omdat de vrouw pas vanaf die datum een spoedeisend belang heeft aangetoond. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen één maand en betaling van een gebruiksvergoeding vanaf 1 augustus 2025 tot ontruiming.