Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2025:892

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
3 februari 2025
Zaaknummer
ROE 25 / 194
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174a Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing sluiting woning wegens ontbreken verband met ernstig geweld

De burgemeester van Venlo besloot op 15 januari 2025 tot sluiting van de woning van verzoekers voor drie maanden vanwege ernstig geweld gericht op de kapsalon boven de woning. Verzoekers vroegen om schorsing van dit besluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat de sluitingsbevoegdheid slechts geldt indien een verband bestaat tussen de woning en het ernstig geweld dat de openbare orde rond de woning ernstig verstoort.

Uit de stukken bleek dat het geweld specifiek gericht was op de kapsalon en niet op de woning, ondanks dat beide in hetzelfde pand zijn gevestigd met eigen toegangsdeuren en huisnummers. Ook het feit dat de eigenaar van het pand in de woning woont, vormde geen voldoende verband. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de bekendmaking van het bezwaarbesluit.

Daarnaast werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan verzoekers. Tegen de mondelinge uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning is geschorst wegens ontbreken van het vereiste verband met het ernstig geweld.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/194

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

22 januari 2025 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[namen] , uit [woonplaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. S.C.H. Rutjens),
en

de Burgemeester van de gemeente Venlo

(gemachtigde: mr. E.P.B. Moors).

Beslissingen

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek van verzoekers om een voorlopige voorziening van 16 januari 2025 toe in die zin dat zij het besluit van de burgemeester van 15 januari 2025 (het bestreden besluit) schorst met ingang van 24 januari 2025 14.00 uur tot en met zes weken na de bekendmaking van het besluit op het bezwaar dat verzoekers tegen het bestreden besluit hebben gemaakt;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht dat verzoekers voor de behandeling van het verzoek hebben moeten betalen aan hen vergoedt, te weten € 194,-; en
- veroordeelt de burgemeester tot betaling aan verzoekers van een vergoeding voor de door verzoekers voor de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten, te weten € 1.814,-.

Motivering van de beslissingen

1. Met het bestreden besluit heeft de burgemeester een woning in Venlo met ingang van 15 januari 2025 gesloten voor de duur van drie maanden. Verzoekers vragen in deze procedure om schorsing van dit besluit. De voorzieningenrechter neemt, gelet op de aard van de zaak, aan dat verzoekers hierbij een spoedeisend belang hebben omdat zij in de woning wonen. De inrichting van de woning en het rijden in een auto met een Duits kenteken is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende om aan te nemen dat verzoekers niet in de woning wonen. Dat verzoekers en hun kinderen tijdelijk onderdak hebben of kunnen hebben doet bovendien in dit geval, waarin verzoekers de sluiting van hun woning is overkomen door omstandigheden die buiten hun invloedssfeer liggen, geen afbreuk aan het belang om in de eigen woning te kunnen wonen.
2. De burgemeester is bevoegd om een woning te sluiten als door ernstig geweld in de directe omgeving van de woning de openbare orde rond de woning ernstig wordt verstoord. [1] De sluitingsbevoegdheid bestaat dus pas als er een verband bestaat tussen de woning en het ernstige geweld in de directe omgeving van de woning dat de openbare orde rond de woning ernstig verstoort.
3. Uit de stukken waarop de burgemeester de sluiting van de woning van verzoekers heeft gebaseerd, blijkt dat de als ernstig geweld aan te merken incidenten die tot de sluiting van de woning hebben geleid specifiek zijn gericht tegen de kapsalon waarboven de woning is gelegen. Uit de stukken blijkt niet dat de incidenten door de feitelijke situatie ter plaatse ook in verband staan met de woning. De kapsalon en de woning liggen weliswaar in hetzelfde pand, maar hebben allebei een eigen toegangsdeur en een eigen huisnummer waardoor ze niet als één geheel zijn aan te merken. De omstandigheid dat [naam] , eigenaar van het pand en vennoot van de kapsalon in de woning woont, maakt het verband tussen de incidenten en de woning, anders dan de gemachtigde van de burgemeester op zitting heeft gesteld, ook niet. De stukken geven namelijk geen aanleiding om te denken dat de incidenten met hem te maken hebben. Omdat ook overigens uit de stukken waarop de burgemeester de sluiting van de woning van verzoekers heeft gebaseerd niet blijkt dat de incidenten en de woning in verband staan, is de voorzieningenrechter op voorhand van oordeel dat de bevoegdheid om de woning van verzoekers vanwege de incidenten te sluiten niet bestaat.
4. De voorzieningenrechter ziet hierin al reden om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen en het bestreden besluit te schorsen tot en met zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe met ingang van 24 januari 2025 14.00 uur om de burgemeester en/of de politie de gelegenheid te geven nog eventueel noodzakelijke maatregelen te nemen.
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoekers vergoeden en een vergoeding betalen voor de proceskosten die verzoekers in deze procedure hebben gemaakt. De voorzieningenrechter heeft de proceskostenvergoeding vastgesteld op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Zij heeft verzoekers een vergoeding toegekend voor kosten van rechtsbijstand. Zij is daarbij uitgegaan van twee proceshandelingen, te weten het indienen van het verzoekschrift en bijstand op de zitting, elk met een waarde van € 907,- en heeft wegingsfactor 1 toegepast.

Wat verder nog aan de orde is geweest

6. De voorzieningenrechter heeft partijen erop gewezen dat tegen de mondelinge uitspraak geen rechtsmiddel openstaat en partijen laten weten dat zij het proces-verbaal waarin de mondelinge uitspraak staat binnen twee weken toegestuurd zullen krijgen.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door mr. G. Leijten, voorzieningenrechter, en mr. A.W.C.M. Frings, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is aan partijen verzonden op: 3 februari 2025

Voetnoten

1.Dat staat in artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b van de Gemeentewet.